TEST Mini John Cooper Works Countryman: de krachtigste maar niet de leukste

De Mini Countryman is een auto die ofwel helemaal je ding is ofwel helemaal niet. De meesten kopen hem alvast voor een groot deel omwille van zijn niet zo alledaagse design. Maar de John Cooper Works-versie ervan, die koop je met nog een ander idee in gedachten. Eén dat pretoogjes moet opleveren...

Laat ons met de naakte cijfers beginnen. In de Mini John Cooper Works Countryman (zijn officiële benaming) huist een 2.0 turbobenzine die 231 pk en 350 Nm koppel produceert. Daarmee mag dit model zichzelf de krachtigste Mini ooit noemen, al is hij natuurlijk wel een pak groter en vooral ook zwaarder dan de 218 pk sterke GP van een aantal jaren geleden. Kwestie van al dat cijfermateriaal een beetje in context te plaatsen.



De tweeliter, die je ook in verschillende BMW's aantreft, overtuigt deze SUV-achtige om plankgas 100 km/u te halen binnen 6,5 seconden. Da's zeven tienden van een seconde sneller dan de Countryman Cooper S, de tot kort snelste variant van deze redelijk hoogpotige Mini. De chrono’s met de manuele versnellingsbak en met de achttrapsautomaat (ook te bedienen via kleine klepjes achter het stuur) zijn op papier trouwens gelijk.

Veel geblaat, minder wol

Dat de JCW Countryman er nogal opvallend uitziet - compleet met rode biezen, rode strepen en een knalrood dak - was blijkbaar nog niet voldoende om aandacht te trekken. Zijn uitlaatsysteem is er daarom één die door geluidstechnici onder handen werd genomen en dat merk je. Van de motor hoor je zo goed als niets, het is achteraan waar de decibelmeter tiltslaat. En uiteraard zijn het hier de 'scheetgeluiden' die het 'm doen.



Maar... Van zo'n hoge spektakelwaarde op auditief vlak verwacht je dat de 'beleving' ook volgt. En het probleem ligt 'm alvast niet bij de weglegging. Die is namelijk top, met dank aan de stugge doch correcte afstelling van de ophanging en de standaard aangevoerde ALL4-vierwielaandrijving. Dat systeem kan de beschikbare trekkracht zowel naar de voor- als naar de achterwielen sturen (dankzij zijn elektromagnetische differentieel met lamellenkoppeling op de achteras) en zorgt zelfs bij een zeer sportief rijgedrag voor een hoog veiligheidsgevoel. Waar mijn kritiek dan op slaat? Deze Mini mist het scherpe kantje dat ik met zijn naam associeer. Hij trekt snel op, dat wel, maar de manier waarop is niet bepaald sensationeel. Het verloopt allemaal iets te sereen, waardoor ik door verschillende bijzitters de opmerking kreeg dat ze enkel aan het geluid konden opmaken dat we volgas aan het geven waren...



Prijzig

Wat nog in zijn nadeel speelt: dit is niet de meest comfortabele Countryman en al zeker niet de meest betaalbare. Voor mijn - weliswaar redelijk goed uitgedoste - testexemplaar vraagt Mini bijna 53.000 euro, geen klein bedrag dus. Opties kosten ook hier geld, zo leren we hieruit want een Countryman JCW in standaardtrim kost 'maar' € 38.700. Rest dus de vraag of je voor de prijs van een mooie BMW 3-reeks een snelle Mini wil die er - eerlijk is eerlijk - nogal lomp en overdreven uitziet. Da's een keuze waarvoor ik veel mensen zie passen...

Strak weggedrag, bijtgrage remmen

Steunvolle zetels

Veel hoofdruimte, ook achterin

Prima zicht rondom

-

Te luid en opzichtig? 

Motor mist agressiviteit

Duur in aankoop, dure opties

Een kleine Mini blijft leuker