De LC wordt in twee versies verkocht: als LC 500 en LC 500h. De eerste maakt zijn naam het meeste waar. De 500 beschikt namelijk over een atmosferische, 477 pk sterke 5-liter V8, dezelfde als in de machtige GS F. De 500h is het ‘groene’ alternatief en kost exact evenveel bij de aankoop (bijna € 110.000) maar achteraf wel minder. Een reden te meer om er een week lang asfalt mee te verorberen.

Verorberen is misschien een groot woord. Bij Lexus worden auto’s pas brutaal als er (minstens) een V8 in zit en deze 2+2 coupé houdt net als de rest van het gamma netjes. Hij is wel best snel – een ronde 5 seconden tot 100 km/u – maar het is nu ook niet zo dat je in je stoel wordt gedrukt of zelfs maar je conversatie zal staken tijdens het accelereren.

Net als de rest van de Lexus-hybrides wordt de verzamelde trekkracht in de LC 500h via een CVT-automaat met ‘gesimuleerde’ versnellingen verwerkt. Het voordeel van die combinatie is dat je op een heel ontspannende manier kan rijden, het nadeel dat je het gevoel van sportiviteit mist waar elke sportwagenliefhebber naar op zoek is. Alhoewel, mist, de tijd dat je in een grote BMW echt één kon zijn met je wagen, is ook voorbij en de LC 500h is geen pure sportwagen maar een GT. Eén om mee te flaneren bovendien, willen of niet. Wie met deze Lexus rondrijdt, wordt door iedereen gezien.

Klik hier voor (optie)prijzen en technische gegevens

  • Waanzinnige looks
  • Zeldzame verschijning
  • Relatief 'milieuvriendelijk'
  • Verouderde infotainment met lastige bediening
  • Saai interieur in vergelijking met koetswerk
  • Piepkleine koffer