Actualiteit - Pagina 1107

Testdrives
TEST Fiat 500C Riva: pronkjuweel

Wie de titel van dit testverslag hoopvol inschat, zal ik moeten teleurstellen. De Fiat 500C Riva is namelijk niet even leuk als hij eruitziet: als een klein feest voor het oog. Tijd voor een analyse van deze stadscabrio die zich door luxeboten liet inspireren… Hoewel deze immer populaire stadswagen vorig jaar op een facelift getrakteerd werd, met nieuwe achterlichten als grootste blikvangers, rijdt de 500 nog steeds rond op het onderstel van de Panda II, een model dat in 2003 op de markt werd gebracht. Veertien jaar geleden dus! Toch blijft de 500 het goed doen in de verkoopstabellen. Hoe zou dat komen? Toegegeven, de 500 is klein en fijn, heeft een minimale draaicirkel en is knap vanbuiten én vanbinnen maar er zijn betere stadswagens op de markt en dit voor een lager prijskaartje. Een Peugeot 108 bijvoorbeeld, een auto die dan ook nog eens leuk rijdt. Zeker als je voor een speciale uitvoering als de Riva kiest, is het even slikken. Kostprijs voor de goedkoopste motorversie? 18.790 euro! En dan heb je amper 69 pk ter beschikking – uit een atmosferische 1.2 liter – en een dak dat niet open kan. Wil je meer pk's en een stoffen dakje, dan kost je dat meteen 20.290 euro. Minstens. Een hele som dus voor een kleine auto die nu niet bepaald een technisch hoogstandje kan worden genoemd.    Riva? De 500 Riva, beschikbaar met vast dak en als “cabrio”, liet zich inspireren door de motorjachten met dezelfde naam. Dat is nog het meest aan de binnenkant merkbaar. Er werd gekozen voor een mahoniehouten dashboard en een pookknop van hout, maar ook voor lederen bekleding, veiligheidsgordels en inzetstukken voor de portieren in ivoorkleur. Best knap allemaal en nog het meest vanop afstand. Her en der werd er namelijk toch voor gewoon ogende plastics geopteerd. De standaarduitrusting bevat ook nog zaken als speciale 16-duimswielen, de metallic lakkleur Blu Sera, een donkerblauw linnen dak (voor de 500C althans) en het Uconnect LIVE-infotainmentsysteem met 7-inch HD-touchscreen en een TomTom 3D-navigatiesysteem. Met de looks van onze leenauto zit het alvast goed, maar dat is het dan ook. De besturing is niet geweldig, zijn manuele versnellingsbak wil niet altijd vlot schakelen, de buitenspiegels lijken niet goed vast te zitten eenmaal je op de autosnelweg zit en er vaart achter zet, de zitpositie is allesbehalve ideaal voor een man van gemiddelde lengte, de 0.9 turbomotor is het tegenovergestelde van verfijnd en wie graag cabrio rijdt aan 120 km/u, doet dat maar beter niet. Waarom niet? Omdat het gekletter van de stoffen dakconstructie dan zó hevig wordt dat je er bijna hoofdpijn van krijgt. Daarom en omdat er dan turbulentie optreedt – in die mate zelfs dat mijn 500 zonder mijn toestemming spontaan van baanvak wilde wisselen.   Conclusie De Fiat 500C Riva is een auto die het puur moet hebben van zijn looks en uitstraling. Want hoewel hij er fonkelnieuw uitziet, voelt hij niet zo aan. Een pronkjuweel? Ja, maar ook niet veel meer dan dat. Wedden dat hij toch veel wordt verkocht?

27 juli 2017 1 min Joris Bosseloo
Moto
TEST YAMAHA XSR 700 op Mettet: die van ons
Mobiliteit
De 10 meest verkochte automodellen ter wereld

Het is allemaal heel leuk en charmant, die retromotoren, zolang de zon schijnt en je niet al te ver weg moet. Met de Kawasaki W800 en de Ducati Scrambler Icon hervonden de Ad Guy en ik het plezier in de ongedwongen, korte ritjes in onze eigen omgeving. We reden minder ver, maar namen wel frequenter de motor. Als mobiliteitsoplossing voor langere afstand begon het beperkte tot onbestaande comfort op de snelweg echter te enerveren en daarom is het tijd voor iets nieuws. Nog steeds een naked met smoel, maar wel eentje die moderner en comfortabeler is dan Scrambler Icon die ik inruil. Enter de Monster 821… Ik heb altijd al een zwak gehad voor de Ducati Monster. Toen het eerste model, de M900, uitkwam in 1993 was ik er meteen verliefd op. Als vijftienjarige puber was ik helemaal weg van het geblokte uiterlijk, het silhouet van een stier, die bloedrode kleur en de diepe desmodreun. Het ontbrak me echter aan twee essentiële zaken om er een te bezitten: een motorrijbewijs en spaargeld. Toen ik zeventien was deed ik er een illegaal testritje mee en was ik meteen verkocht aan het brute karakter. Op mijn 21 bleek hij nog steeds budgettair onhaalbaar en begon ik mijn motorcarrière op een SuperSport 900, maar enkele jaren terug had ik er een: een 1000 D.S., met injectie en dubbele ontsteking. Soepeler en krachtiger dan het origineel, niet overweldigend qua prestaties en wat beperkt qua grondspeling, maar ik koester er nog steeds goede herinneringen aan. Stripe door de rekening?Het inleveren van de Scrambler Icon voor de M821 is voor mij daarom een beetje een nostalgische ervaring. De 821 is sinds het verdwijnen van de 696 en 796 de opstapmonster geworden, maar met zijn 112 pk sterk vierklepsblok is het een volwaardige middenklasser. De afgeschuinde uitlaten, hoge nummerplaatbevestiging en dubbelzijdige achterbrug onderscheiden hem optisch van de 1200 al heeft hij dezelfde proporties; nog steeds gedrongen en gespierd zoals weleer, maar met iets meer ruimte tussen de wielen. Vergeleken met het origineel is de 821 technisch heel wat geavanceerder; er zitten radiale remklauwen op, uitschakelbaar ABS, achtvoudig regelbare tractiecontrole en drie verschillende rijmodi. Aangezien de standaard 821 wat beperkt wordt door zijn te zacht gedempte voorvork, opteer ik voor de Stripe. Die herken je optisch meteen aan het windschermpje dat – in tegenstelling tot op de eerste generatie Monsters – niet meer vrolijk flappert in de rijwind en de doorlopende witte streep over het spatbord, windschermpje, de bolle tank en het afdekkapje over het zadel. Hij kost 600 euro meer dan de standaardversie, maar aangezien daar ook een instelbare voorvork bij hoort, bezie ik dat zeker niet als een streep door de rekening. Zelfs al blijkt dat het eigenlijk slechts één regelbaar vorkbeen betreft, want op de linkse poot staan geen stelschroeven. Gewenning De eerste kilometers zijn tot mijn grote verbazing een beetje ontgoochelend. Ik verwacht dat de Monster na de Scrambler instant gaat aanvoelen als een verbetering op alle vlakken, maar dat blijkt niet meteen het geval. Na de passief zittende Scrambler voelt de Monster in eerste instantie bijna aan als een sportmotor. Ik moet vrij ver voorover leunen naar het brede, platte stuur, de beenruimte is beperkt en in de eerste kwartslag van het gashandel reageert het blok aarzelend en weinig soepel. Rij je met motorlaarzen die ietwat dikker zijn aan de hiel, dan zitten de beugels van de duosteunen in de weg, terwijl de achterrem vooral indruk maakt door een gebrek aan overtuigingskracht. Neen, liefde op het eerste zicht is het niet meteen, zelfs al doet de voorrem wel voorspelbaar en doseerbaar zijn ding en ook al klinkt hij geweldig diep en best luid uit de standaarddempers. Liefde op het tweede gezichtKom je van een bijna vanzelf rijdende Japanner, dan is het best mogelijk dat je tijdens een kort testritje met een Monster 821 niet meteen overtuigd bent. Net zoals elke Ducati kan je het geen motor noemen met een hoog ‘opstappen-en-wegwezen’-gehalte. Dat is niet nieuw en dat maakt de rode motoren uit Bologna tot wat ze zijn: mooie karakterfietsen waarbij je de tijd moet nemen om te achterhalen hoe ze het best functioneren. Neem je die tijd en vind je die connectie, dan bouw je een relatie op die meer diepgang heeft dan de verbintenis die je hebt met een motor die gewoon onopvallend en gemakkelijk rijdt. Bij mij volgt die klik tijdens het eerste zonnige dagje uit met de Monster. Het dumpen van de Sportmapping ten voordele van Touring maakt de gasreactie zuiverder en voorspelbaarder, waarbij ik ook snel door heb dat hij vlot halfgas of meer wil om zijn potentieel te laten voelen. En potentieel heeft hij. Het vierklepsblok presteert pittig en vol, waarbij ik het liefst vertoef in het gespekte middengebied. Tussen 4.000 en 8.000 toeren heeft hij veel bruikbare kracht en produceert hij niet al teveel trillingen. Schakelen gaat in dit gebied ook het vlotst, liefst bij het terugtikken met een dot tussengas. Het selecteren van een lagere versnelling gaat dan naadloos en je wordt getrakteerd op een extra desmoblafje. Lekkerrr. Doortrekken tot het einde van de toerenschaal kan, maar op straat heb je daar eigenlijk weinig nood aan.

25 juli 2017 3 min
Gocar marketplace
55.744 nieuwe en tweedehands voertuigen bij jou in de buurt!