Twee kleine auto’s, maar zo’n 35 jaar technisch verschil
Wanneer de Cinquecento Sporting in 1994 verschijnt, geeft hij wat extra pit aan het Cinquecento-gamma dat drie jaar eerder gelanceerd werd. Hatchbackkoetswerk, vijfversnellingsbak, moderne uitrusting: de Cinquecento heeft alles wat je begin jaren negentig van een eigentijdse kleine auto verwacht. Met zijn dwarsgeplaatste motor/voorwielaandrijving neemt hij bovendien een architectuur over die de Mini al 35 jaar eerder op grote schaal populair had gemaakt.
De Mini is dan weer een echt rijdend fossiel. In de jaren negentig stond onze Cooper 1.3i nog altijd op een basis die terugging tot… 1959. Rover had de voorvader weliswaar verfijnd, maar de piepkleine afmetingen, de vierversnellingsbak en de ophanging met rubberen veerkegels waren er nog altijd… Op de MPI-versies die eind 1996 verschenen, blaast multipointinjectie nieuw leven in de stokoude gietijzeren motor, maar dat is wel een van de weinige toegevingen aan de moderniteit.
Advertentie – lees hieronder verder
Motor en prestaties: gelijkspel
Onder het piepkleine motorkapje van de Mini schuilt de eerbiedwaardige 1.275 cm³ grote A-Series-viercilinder. In deze laatste evolutie levert hij 63 pk en 95 Nm, zowat twaalf pk minder dan sommige Cooper S-modellen uit de jaren… zestig. Gelukkig behoudt hij zijn diepe brom. En met ongeveer 700 kg om mee te sleuren, volstaat dat ruimschoots. Vermijd wel langdurig hoge toerentallen: daar houdt hij niet van.
De Cinquecento antwoordt met een veel modernere motor: de bekende 1.108 cm³ grote FIRE, goed voor 54 pk en 86 Nm. Dit vinnige, gretige motortje profiteert vooral van een handgeschakelde vijfversnellingsbak met vrij korte verhoudingen.
Met andere woorden: ondanks 9 pk minder blijft de Italiaan de Brit bijna op de hielen zitten. De ene giert hoog in de toeren, de andere bromt in het middengebied, maar de prestaties zijn over het algemeen vergelijkbaar: rond 150 km/u en ongeveer 13 tot 14 seconden om 100 km/u te bereiken. Gelijkspel.
Rijplezier: (licht) voordeel Mini
Een technische fiche vertelt natuurlijk niet alles. En hier haalt de Mini zijn geheime wapen boven. Je zit vlak boven de grond, met het stuur bijna horizontaal voor je, en bestuurt een kleine schoendoos in de houding van een vrachtwagenchauffeur. De wielen lijken op de vier hoeken van het koetswerk geplant, de besturing is direct, de koetswerkbewegingen blijven beperkt en elke rotonde lijkt plots op de banking van Daytona. Heerlijk, tot het eerste steentje je ruggengraat aan diggelen rijdt. En sindsdien hebben we auto’s met een betere geluidsisolatie gekend, om het zacht uit te drukken…
Advertentie – lees hieronder verder
De Cinquecento is minder karikaturaal. Hij helt meer over, heeft een conventionelere rijhouding en filtert de weg beter. Toch heeft de Sporting een communicatieve besturing, een precieze voortrein en vooral dat kleine FIRE-motortje dat voortdurend op zijn donder wil krijgen.
De Fiat is duidelijk het efficiëntst op onze typisch Belgische wegen, maar de Mini maakt van elke verplaatsing een gebeurtenis. Voordeel Engeland.
Dagelijks gebruik: voordeel Fiat
Hier bestaat geen twijfel over. Hatchback, vijf zitplaatsen, gemakkelijker instappen, een vijfversnellingsbak en een ontwerp dat écht uit de jaren negentig dateert: de Fiat steekt er met kop en schouders bovenuit. De Mini komt uit een ander tijdperk, met zijn gedateerde rijhouding, ergonomie van een andere tijd en piepkleine koffer. Als je een van beide wilt lenen om er een paar dagen op uit te trekken, is de Fiat oneindig veel praktischer.
Betrouwbaarheid: voordeel Fiat, maar…
Goed nieuws: geen van beide hoeft je echt schrik aan te jagen. De Fiat is solide, courante onderdelen blijven goedkoop, maar let wel op het koelsysteem en de algemene staat, want heel wat exemplaren hebben een hard leven achter de rug.
De Mini profiteert van een ronduit gigantisch netwerk van specialisten en een uitstekende beschikbaarheid van onderdelen. Toch blijft er één groot probleem: roest kan enorme schade aanrichten. En nu we toch bezig zijn: vergeet ook niet dat de motor in de jaren vijftig werd ontwikkeld en maar drie krukaslagers telt… Doe het dus rustig aan met hoge toerentallen. Ook de koeling is niet zijn sterkste punt…
Budget: enorm voordeel Fiat
De Fiat wint met knock-out. We zeiden het al: de Mini is een echt verzamelobject. Mooie exemplaren gaan gemakkelijk boven 10.000 euro en kunnen afhankelijk van de versie, staat en historiek zelfs 20.000 euro benaderen of overschrijden. Dat maakt elke pk wel erg duur… De Fiat Cinquecento Sporting is veel betaalbaarder: je koopt nog exemplaren rond 3.000 tot 6.000 euro. Maar dan moet je er natuurlijk wel een vinden.
Goed nieuws: de eerste exemplaren zijn intussen ouder dan dertig jaar, de grens om in België het oldtimerstatuut te krijgen.
Conclusie: voordeel… Fiat
Het is duidelijk: het hart schreeuwt Mini! Hij is onweerstaanbaar, heeft meer historisch gewicht en is nog leuker om mee te rijden. Als beide evenveel zouden kosten, was de keuze waarschijnlijk snel gemaakt, zeker als verzamelauto. Maar hoe kun je de prijs negeren? In alle eerlijkheid: de Cinquecento Sporting is zeker niet twee keer minder goed dan de Mini. Integendeel: hij is praktischer, veelzijdiger en comfortabeler, en bovendien de beste keuze als tweede auto.
Als budget geen rol speelt, wordt het natuurlijk een heel ander verhaal: de Mini is te charmant om hem niet te verkiezen… Hoe dan ook zijn dit eenvoudige machines die je altijd een glimlach bezorgen en die je volledig kunt benutten zonder de wet te overtreden. Welke supercar kan dat zeggen?
Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.be
Een vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief