Een motor die een auto zocht
Op het Autosalon van Londen in oktober 1948 was Jaguar eigenlijk helemaal niet van plan om een roadster te verkopen. Het merk wilde er een berline voor de Amerikaanse markt tonen. Maar omdat de ontwikkeling daarvan enorm veel tijd in beslag nam, besliste Jaguar op het laatste moment om zijn nieuwe XK-motor in een ander koetswerk te presenteren.
Die motor is een legende: een 3,4-liter zescilinder-in-lijn met een lichtmetalen cilinderkop en dubbele bovenliggende nokkenassen. Voor die tijd was dat spitstechnologie. Het vermogen? 160 pk, een gigantisch cijfer in een tijd waarin een kleine berline vaak moeite had om… een kwart daarvan te produceren.
Advertentie – lees hieronder verder
Jaguar-baas William Lyons tekent in allerijl zelf een laag, gestroomlijnd koetswerk zonder één overbodige lijn. Het publiek valt ervoor en de bestellingen stromen binnen, zeker omdat de prijs verrassend redelijk is. Het probleem: Jaguar had zo’n succes totaal niet zien aankomen. De eerste auto’s worden daarom met de hand gebouwd met een aluminium koetswerk. Door het succes moet het merk zijn aanpak snel herzien en overschakelen op een stalen koetswerk.
België als scherprechter
In een tijd waarin een berline vaak moeite heeft om sneller dan 110 km/u te rijden, kondigt Jaguar een topsnelheid van 120 mijl per uur aan (vandaar de naam) of 193 km/u! Reden genoeg voor twijfel… Jaguar wil zijn belofte daarom bewijzen en zoekt een neutraal, vlak en kaarsrecht terrein. Dat wordt… de autosnelweg Brussel-Oostende, ter hoogte van Jabbeke. Op 30 mei 1949 legt testrijder Ron ‘Soapy’ Sutton op een afgesloten stuk de vliegende mijl af met 132,596 mph, of 213,4 km/u, zonder voorruit en met enkele ‘aanpassingen’. Met kap en voorruit haalt hij nog altijd 203,5 km/u! Belofte waargemaakt? Wij waren er niet bij om te controleren wat er onder de motorkap zat.
De roem
Dacht je dat de legende met dat record compleet was? Ja, maar daar bleef het niet bij: een van de eerste productieauto’s werd verkocht aan Clark Gable, terwijl de XK120 op het circuit de overwinningen en records aan elkaar reeg. Kortom, dankzij zijn sportieve prestaties, de sterren die ervoor in de rij stonden en zijn verleidelijke lijn was de XK120 dé sportwagen waar iedereen begin jaren vijftig over sprak. Bovendien had Jaguar de goede smaak om drie koetswerkvarianten aan te bieden: naast de roadster was er ook een wat burgerlijkere cabriolet en een coupé met een nog verleidelijker lijn. Voor wie graag sportief achter het stuur zit, bood de SE-versie een opgevoerde motor met 180 pk.
Achter het stuur: een mythe… uit het verleden
Vandaag achter het stuur van een Jaguar XK120 kruipen, is een flinke sprong terug in de tijd. Het interieur is erg krap (lange mensen onthouden zich beter), terwijl het enorme stuurwiel vlak voor je borst staat, met in het midden een soort granaat die bij de minste stevige remactie je borstkas lijkt te willen doorboren.
Advertentie – lees hieronder verder
Laten we eerlijk zijn: eenmaal onderweg blijft de balans gemengd. De besturing is zwaar, de versnellingsbak vraagt eindeloos veel geduld, de remmen doen nauwelijks meer dan de auto wat vertragen en leiden bij regen een eigen leven en de ophanging mist samenhang.
Er blijft één stevige troostprijs over: de motor die nog geen rimpels vertoont. Naast zijn schoonheid en koppel trakteert hij je op een soundtrack die een opstijgende Spitfire waardig is. Mythisch!
Loop niet meteen weg. Vandaag bieden heel wat gespecialiseerde werkplaatsen aan om de Jaguar XK120 te moderniseren met schijfremmen, een herwerkte rijpositie, stuurbekrachtiging, een vijfversnellingsbak…
Goed om te weten voor je koopt
Bijna alle exemplaren zijn al minstens één keer gerestaureerd en veel ervan zijn gemoderniseerd. De vraag is alleen hoe dat allemaal uitgevoerd is. Vergeet ook niet dat de XK120 een (zeer snelle) zeventiger is, met alles wat daarbij komt kijken op het vlak van controles en onderhoud… Een volledige restauratie kost dan ook een fortuin, veel meer dan de waarde van een exemplaar in goede staat. Kortom, laat je absoluut bijstaan door een specialist.
Hoeveel?
Enkele jaren geleden gingen XK120’s nog geregeld voor meer dan 120.000 euro van de hand, maar vandaag is de waarde gekelderd. Rijdende exemplaren vind je al onder 70.000 euro, terwijl enkele mooie auto’s rond 80.000 euro zitten. Boven 100.000 euro mag je een prachtig gerestaureerde auto verwachten. Zoals gezegd: let goed op de staat, want bij een matig exemplaar kunnen de kosten om hem weer op niveau te brengen even hoog oplopen als de aankoopprijs. De eerste versies met aluminium koetswerk zijn dubbel zoveel waard…
Verleid?
We willen dolgraag ja zeggen. Dit is zonder twijfel een van de mooiste koetswerklijnen aller tijden, zeker als coupé. Voeg daar een fantastische motor, een interieur zoals ze dat vandaag niet meer maken en een waarde die in vrije val is aan toe, en je krijgt een bijzonder verleidelijk geheel. Je zou nog even kunnen wachten om te zien of de waarde verder daalt tot de auto echt onweerstaanbaar wordt… Maar er zijn twee doorslaggevende minpunten: een zeer gedateerd weggedrag en een moeilijke rijpositie voor grote mensen. Tenminste wanneer hij volledig standaard is.
Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.be
Een vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief