Op het eerste gezicht lijkt alles aanwezig voor een echte oliecrisis: instabiliteit in het Midden‑Oosten, sancties tegen Rusland en voortdurende spanningen rond Venezuela. Toch vertaalt zich dat niet naar de oliemarkten. Ondanks deze geopolitieke druk blijven olievoorraden groot en houden de prijzen zich relatief laag vergeleken met wat beleggers aanvankelijk vreesden. Brent‑olie schommelt de laatste tijd rond een verrassend laag niveau van 60 tot 65 dollar per vat.
De opvallende prijsstabiliteit is niet toevallig: er is simpelweg een overvloed aan olie. Volgens schattingen van sectoranalisten ligt het wereldwijde aanbod momenteel 2 à 3% hoger dan de vraag, goed voor zo’n 2,5 miljoen vaten per dag. Zo’n structureel onevenwicht hebben we sinds de pandemie niet meer gezien, al zitten we nog ver van de prijsschok van 2020, toen een vat kortstondig onder de 20 dollar dook. We spreken al sinds 2024 van deze situatie en het is duidelijk dat er sindsdien weinig is veranderd.
Markten die het overschot hebben geïntegreerd
In tegenstelling tot eerdere periodes verloopt de prijsdaling nu veel geleidelijker. Marktspelers hadden de overproductie al ingecalculeerd en meegenomen in hun scenario’s. Volgens Daan Struyven, wereldwijd hoofd grondstoffen bij Goldman Sachs, zijn prijzen van zo’n 55 dollar per vat nodig om de markt tegen 2027 structureel in evenwicht te brengen, zo zegt hij in een interview met Knack.
Advertentie – lees hieronder verder
Die visie wordt gedeeld door het Amerikaanse Energy Information Administration, dat voor 2026 en 2027 vergelijkbare prijsniveaus voorspelt. De logica erachter is eenvoudig: zolang het aanbod sneller groeit dan de vraag, blijven de prijzen laag, zelfs in een geopolitiek gespannen klimaat.
Risico’s … maar klein
Toch blijven er duidelijk risico’s. De spanningen rond Iran beïnvloeden de markten nog altijd, vooral door de strategische rol van de Straat van Hormuz voor het wereldwijde olievervoer. Daarbovenop komen de aanhoudende onzekerheden rond het conflict tussen Rusland en Oekraïne.
Volgens Daan Struyven blijft de impact van geopolitieke spanningen op de olieprijs voorlopig beperkt. Hij schat dat deze vandaag slechts een risicopremie van rond de 5 dollar per vat met zich meebrengt. Dat is simpelweg onvoldoende om een structurele trend van overvloed en lage prijzen om te buigen. De prijzen blijven vooral gedreven door de ruime beschikbaarheid van olie en de sterke voorraden op de markt.
Wat Venezuela betreft: hoewel het land over de grootste bewezen oliereserves ter wereld beschikt, blijft zijn huidige productie klein (ongeveer 1 miljoen vaten per dag, minder dan 1 % van de wereldwijde vraag) waardoor het de markt weinig kan beïnvloeden.
Wereldwijde vraag vertraagt
Aan de consumptiezijde verandert het speelveld langzaam maar zeker. China is al tien jaar dé motor achter de wereldwijde olievraag, maar begint af te remmen. De snelle doorbraak van elektrische voertuigen en het groeiende gebruik van vloeibaar aardgas in het zwaar transport drukken de olieconsumptie in het land.
Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) zal de wereldwijde olievraag rond 2030 zijn piek bereiken, met een jaarlijkse groei die inmiddels onder de 1% ligt. Op langere termijn blijven vooral de petrochemie en de luchtvaart de belangrijkste motoren van een restverbruik dat moeilijk te vervangen valt, zoals Goldman Sachs deelt in zijn analyse die werd overgenomen door Trends-Tendances.
Amerika, motor van de overproductie
Dat de oliemarkt oververzadigd is, hebben we in grote mate te danken aan de Verenigde Staten. In minder dan tien jaar tijd steeg de Amerikaanse productie met 12 miljoen vaten per dag, een verschuiving die het wereldwijde evenwicht grondig verstoorde. De opmars van schalieolie, gedreven door technologische innovaties en inmiddels ook ondersteund door artificiële intelligentie, blijft keer op keer de verwachtingen overtreffen.
Het overaanbod leidt vanzelf tot een wereldwijde (her)opbouw van olievoorraden. China speelt hierin een sleutelrol en maakt dankbaar gebruik van de gematigde prijzen om zijn strategische reserves in snel tempo aan te vullen. Die voorraadopbouw fungeert meteen als extra buffer tegen mogelijke prijsstijgingen.
Het echte risico voor consumenten (en automobilisten in het bijzonder) schuilt elders: investeringen in olie-exploratie worden afgeremd omwille van dalende rendabiliteit. Maar zonder nieuwe projecten dreigt de natuurlijke afname van bestaande olievelden na 2030 voor een abrupte kentering te zorgen. De huidige overproductie zou zo wel eens de voedingsbodem kunnen vormen voor een toekomstige crisis … Tot die tijd profiteren automobilisten waarschijnlijk nog van relatief lage prijzen aan de pomp.
La surabondance se traduit aussi mécaniquement par une (re)constitution des stocks mondiaux. La Chine joue ici un rôle clé, profitant des prix modérés pour renforcer ses réserves stratégiques à un rythme soutenu. Et cette accumulation agit comme un amortisseur supplémentaire contre toute envolée des prix.
Mais le vrai risque pour les consommateurs (et les automobilistes), c’est que les investissements dans l’exploration pétrolière soient freinés pour d’évidentes raisons de rentabilité. Or, sans nouveaux projets, le déclin naturel des champs existants pourrait entraîner un retournement brutal après 2030. La surproduction actuelle pourrait donc semer les graines d’une future crise… En attendant, les automobilistes vont probablement continuer de profiter de prix accessibles à la pompe.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be