De oorlog in Iran heeft de brandstofprijzen aan de pomp doen stijgen. In maart haalden de Belgen de voet van het gaspedaal. Toch verkochten de tankstations meer brandstof dan ooit. In april lijken de oude gewoontes bovendien alweer terug. Hoe valt die paradox te verklaren?
Energie
België start met de verkenning van zijn ondergrond op zoek naar natuurlijke waterstof. Als het BE.Hydrogen-programma de aanwezigheid van bruikbare voorraden bevestigt, zal de industrie daar ongetwijfeld als eerste van profiteren. Maar tegelijk rijst de vraag of zo’n ontdekking op termijn ook gevolgen kan hebben voor waterstofmobiliteit.
Vandaag levert een tankbeurt met benzine voor een wagen met verbrandingsmotor de overheid 24 euro aan accijnzen op. Maar hoeveel kost het elektrische equivalent? Tussen 4,40 en 7,70 euro. Inderdaad: rijden met een elektrische wagen betekent minder bijdragen aan de staatskas. Althans voorlopig.
SP95 flirt met de 2 euro per liter. Maar aan de andere kant van de grens, in Frankrijk, kost ethanol E85 slechts 0,80 euro per liter. Deze brandstof mag bij ons niet verkocht worden, maar wekt toch de interesse van een Belgische minister. De vraag is alleen of het voor geïnteresseerde automobilisten financieel interessant zou blijven. En dat is niet zeker...
De topman van Aramco zei het deze week zonder omwegen voor een zaal vol investeerders: dit is “de grootste energieschok die de wereld ooit heeft gekend”. Volgens hem mogen we pas vanaf 2027 opnieuw normale prijzen verwachten, iets wat ook bevestigd wordt door het Internationaal Energieagentschap. In België blijven de prijzen hoog en ze zouden nog kunnen stijgen.
Tesamen zullen zes van de grootste oliebedrijven dit jaar 93 miljard dollar winst maken. En terwijl de prijzen aan de pomp bijzonder pittig blijven, steekt België jaarlijks miljarden in fossiele subsidies. Deze woekerwinsten aanpakken wordt geen wandeling in het park.
In België kost benzine 1,86 euro/l. Maar elders in de wereld betaal je voor een volle tank van 50 liter soms amper... 1 euro. En ja, voor de volledige tank. Een blik op een wereldmarkt waar duidelijk niet overal dezelfde regels gelden, van landen waar brandstof spotgoedkoop blijft tot plaatsen waar tanken stevig pijn doet in de portefeuille.
De brandstofprijzen staan op recordhoogte en automobilisten klagen steen en been. Maar in werkelijkheid zijn de kosten de voorbije vijftig jaar gedaald. Die paradox, onderbouwd met cijfers, steunt op twee psychologische mechanismen die economen maar al te goed kennen. Een gepassioneerde lezer werkte het model uit, wij scherpten het verder aan. Dit vertellen de data echt.
De Belgen zijn het erover eens: door de crisis in Iran zijn brandstoffen veel te duur geworden. Maar klopt dat wel? Het antwoord is minder eenduidig dan het lijkt. Want de Belg komt er beter vanaf dan zijn buren. En zelfs beter dan tijdens de crisis van 1973, althans gedeeltelijk. Tijd voor wat duiding.
Bij elke oliecrisis duikt waterstof opnieuw op. Maar deze keer pakt China het fundamenteel anders aan: met een nationaal plan, gefinancierde industriële clusters en technologie die snel volwassen wordt. Kan deze geopolitieke schok uitgroeien tot een echte industriële doorbraak?
Trager rijden, minder brandstof verbruiken: die redenering lijkt waterdicht. Toch klopt ze alleen vanaf een bepaalde grens. Daaronder draait de logica volledig om. Een Franse studie geldt intussen als referentie over dit onderwerp en het cijfer dat daaruit komt, laat geen ruimte voor twijfel: 70 km/u.