Tijdens de prestigieuze Supercar Owners Circle in Zwitserland afgelopen juni ging de meeste aandacht niet naar de nieuwste hypercars, maar naar een ogenschijnlijk gewone (nou ja …) Audi Sport quattro uit 1985. Volledig origineel, maar met een bijzondere primeur: de oldtimer legde 340 kilometer door de Alpen af op synthetische benzine, gemaakt met … zonne-energie.
De rit werd georganiseerd door Audi Zwitserland samen met de Zwitserse start-up Synhelion, gespecialiseerd in zonnebrandstoffen. Hun boodschap: oude verbrandingsmotoren kunnen een tweede, schoner leven krijgen met een brandstof die in theorie CO₂-neutraal is. Maar achter deze showcase schuilt een technologisch proces dat allesbehalve simpel is.
Van zonlicht naar brandstof
Synhelion gebruikt een productiemethode die volledig draait op zonne-energie. Het hart van het systeem: een veld van heliostaten — gemotoriseerde spiegels die zonnestralen bundelen op een ontvanger bovenop een toren. Die geconcentreerde hitte kan temperaturen tot wel 1.500 °C bereiken, genoeg om ingewikkelde chemische reacties op gang te brengen.
Advertentie – lees hieronder verder
Bij deze hoge temperaturen worden landbouwafvalstoffen omgezet in methaan en CO₂, terwijl waterstof uit water wordt gewonnen. Samen vormen die stoffen syngas (synthetisch gas), dat daarna wordt afgekoeld tot een vloeistof die lijkt op ruwe olie. Die ‘zonne-olie’ hoeft alleen nog geraffineerd te worden tot bruikbare brandstoffen zoals benzine, diesel of kerosine — allemaal geschikt voor de huidige verbrandingsmotoren.
In tegenstelling tot synthetische brandstoffen die met groene stroom worden gemaakt, zoals de e-fuels van Porsche in Chili, zet de Zwitserse oplossing volledig in op warmteopslag. Dat levert een bijzonder hoog energetisch rendement op. Dankzij een thermisch opslagsysteem kan de productie bovendien dag en nacht doorgaan, ook als de zon niet schijnt. Een onuitputtelijke energiebron in de maak?
Beloftevol, maar onder voorwaarden
Hoewel deze technologie op papier aan veel eisen voldoet, pretendeert ze niet aardolie of elektrische auto’s te vervangen. Philipp Furler, medeoprichter van Synhelion, erkent dat zelf. De opgewekte zonne-energie kan vooral van waarde zijn in zonrijke regio’s zoals de Sahara, waar je zonlicht kunt omzetten in vloeibare brandstof die makkelijk op te slaan en te exporteren is. Voor Europa, met zijn sterk gecentraliseerde elektriciteitsnet, ligt dat minder voor de hand. Synhelion richt zich daarom vooral op sectoren waar elektrificatie niet evident is, zoals de luchtvaart, scheepvaart of klassieke auto’s die simpelweg te complex zijn voor ombouw naar elektrisch.
Bovendien krijgen zonnebrandstoffen ook kritiek: bij de verbranding komen nog altijd fijnstofdeeltjes vrij. Weliswaar minder dan bij fossiele brandstoffen, maar toch niet volledig schoon.
Nieuwe utopie?
Is de visie van Synhelion dé weg vooruit? Waarschijnlijk niet. Deze technologie zal het energielandschap niet ingrijpend veranderen. De thermochemische omzetting van CO₂ en water in vloeibare brandstoffen is al jaren een droom van chemici, maar de technische complexiteit, hoge kosten en beperkte toepasbaarheid in zonarme regio’s maken het tot een marginale oplossing. Zonnebrandstoffen blijven dus een interessante niche: ze kunnen bepaalde iconen van automechaniek nog een toekomst geven in een koolstofarmere wereld, maar zullen nooit voorradig genoeg zijn om massamobiliteit op grote schaal van brandstof te voorzien.
Bovendien is de technologie van Synhelion niet helemaal nieuw. Al sinds 2011 loopt er een vergelijkbaar EU-programma, Solar-Jet, met partners als de ETH Zürich, Bauhaus Luftfahrt en Shell Global Solutions. Ook luchtvaartmaatschappij Lufthansa en oliebedrijf Eni zetten dit soort brandstof in voor vliegtuigen sinds 2022. Kortom: niets nieuws onder de zon, behalve de vaststelling dat je conventionele brandstof kunt vervangen. Maar dat blijft voorlopig beperkt tot toepassingen met een relatief klein bereik.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be