Het begint altijd met hetzelfde beeld: de teller die loopt aan de pomp, cijfers die blijven oplopen en dat knagende gevoel dat je gepluimd wordt. De cijfers lijken duidelijk: vandaag betaal je 1,86 euro/l voor benzine, terwijl dat in 1974 amper 0,23 euro/l was, exact toen de eerste Golf uit Wolfsburg rolde met zijn 1.5 benzinemotor met carburator. De vergelijking lijkt logisch. Maar ze is ook grotendeels fout.
Marc Monet, een gepassioneerde lezer, maakte ons hierop attent. Hij kwam op het uitstekende idee om de evolutie van de brandstofprijzen én vooral hun werkelijke kosten ernstig te modelleren. We namen zijn werk over en koppelden zijn gegevens aan reële verbruikscijfers die we op het terrein noteerden. Fabriekscijfers worden in de dagelijkse praktijk immers zelden gehaald. Hn het resultaat laat weinig ruimte voor discussie. Wie de prijzen over vijftig jaar vergelijkt, moet de inflatie corrigeren. Anders vergelijk je appels met peren.
50 jaar geleden in Wolfsburg
Om de analyse eenvoudig én grondig te maken, kozen we de Volkswagen Golf als referentie. Niet toevallig, want intussen volgden negen generaties elkaar op. Ze vormen dus een betrouwbare rode draad doorheen de tijd. In 1974 verscheen de eerste generatie midden in de eerste oliecrisis, met wachtrijen aan tankstations en autoloze zondagen. De Golf II reed door de jaren tachtig, de III verscheen in 1991, het jaar van de Golfoorlog. In 2003 kwam de V op de markt, tegelijk met de inval in Irak die de markten deed beven, terwijl de VI arriveerde tijdens de hypotheekcrisis van 2008. En het is nog niet gedaan: de VIII werd gelanceerd in 2020, midden in de coronacrisis, toen een liter zakte naar 1,3 euro. Een uitzondering die we in ons model apart behandelen. Elke generatie kreeg zijn crisis… en zijn Golf. Toch was de reële kostprijs per 100 km nog nooit zo laag in een halve eeuw.
Advertentie – lees hieronder verder
De ongemakkelijke rekensom
Dit vertelt onze tabel. In 2012 verbruikte een Golf VII 1.4 TSI 7,5 l/100 km. De Arabische Lente hield de oliemarkten in spanning en een liter loodvrije benzine 95 kostte 1,65 euro. Tot daar lijkt de rekensom eenvoudig. Maar daarna wordt het interessant. Sinds 2012 stegen de prijzen in België met 38%. Wat je toen aan de pomp betaalde, komt vandaag overeen met 2,28 euro. Resultaat: 100 km rijden met die Golf VII kostte in werkelijkheid 17,08 euro in euro’s van 2026. Daar lag dus de piek. Niet in 2022, niet in 2024 en ook niet in 2026, maar wel in 2012.
We kunnen nog verder teruggaan, naar 1974, toen een liter amper 0,23 euro kostte. Dat lijkt belachelijk weinig. Maar de gecumuleerde inflatie sinds toen bedraagt meer dan 390%. Daardoor vertegenwoordigt 0,23 euro/l vandaag eigenlijk 1,13 euro. De Golf I kwam uit op 10,75 euro per 100 km in huidige euro’s: weliswaar lager dan de piek van 2012, maar vergelijkbaar met 2026. Het idee van een gouden tijdperk blijkt dus vooral nostalgie.
In 2026 geeft onze vergelijking 12,09 euro/100 km. Twee krachten werken tegelijk in dezelfde richting: het verbruik daalde in vijftig jaar met 3 l/100 km én de literprijs, gecorrigeerd voor inflatie, ligt vandaag lager dan op de piek van 2012. Je wint dus op beide fronten.
De geldillusie
Een tankstation is een plek met veel emotionele lading. Je kijkt, je betaalt, je onthoudt. Maar die cognitieve reflex heeft een naam: de salience bias. Wat zichtbaar, tastbaar en herhaald wordt, nestelt zich veel dieper in het geheugen dan wat abstract is en verspreid zit over vijf decennia. De prijs aan de pomp staat groot in beeld, op ooghoogte. Inflatie staat nergens aangeduid. Terwijl net die telt.
De geldillusie werd al in 1928 beschreven door econoom Irving Fisher en later populair gemaakt door Keynes. Ze beschrijft exact dit mechanisme: mensen redeneren in nominale waarden in plaats van reële waarden. Dat is geen naïviteit. Shafir en Diamond (Nobelprijs Economie 2010), maar ook Tversky, toonden experimenteel aan dat 53% van de mensen zich vergist over wie werkelijk geld won in een transactie zodra inflatie meespeelt. De meerderheid kiest de meest zichtbare nominale winst. Niet uitzonderlijk dus. Gewoon menselijk.
Kwestie van prioriteiten
België lijkt een ongemakkelijke plaats in te nemen in de Europese rangschikking van brandstofprijzen. Niet onlogisch: de accijnzen behoren tot de hoogste van het continent, daarbovenop komen btw en andere heffingen. Met andere woorden: het aandeel belastingen in de eindprijs is enorm. Daardoor voelt brandstof hier sneller onbetaalbaar aan dan elders. Begrijpelijk dat dat irriteert. En toch is België, vergeleken met zijn buurlanden, niet het duurste land, zoals we enkele dagen geleden al schreven. De perceptie is echt, voelbaar en instinctief. Maar de cijfers vertellen een ander verhaal. Aan ieder om te kiezen met welk verhaal hij het tankstation verlaat.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be