Wanneer de brandstofprijzen pieken, komen accijnzen onvermijdelijk ter sprake, ook al spelen er nog andere belastingen mee. Maar hoeveel betalen we eigenlijk op een liter benzine of diesel in België? In werkelijkheid bedraagt dat ongeveer 0,60 euro/l. Voor een tankbeurt van 40 liter betekent dat dus dat 24 euro rechtstreeks naar de staatskas gaat. Maar de vraag die elke bestuurder van een elektrische wagen zich terecht stelt, is hoeveel hij dan betaalt, aangezien hij ‘tankt’ in kWh. Een goede vraag.
Het antwoord is eigenlijk minder evident dan men denkt. Want accijnzen zijn geen belasting die enkel op brandstoffen van toepassing is. Ze gelden namelijk voor een hele reeks consumpties. Er bestaan accijnzen op tabak, alcohol en uiteraard ook op elektriciteit. Elke kilowattuur die van het net wordt afgenomen, is in België onderworpen aan een accijns van 5 cent. Men betaalt dus accijnzen bij het opladen van een elektrische wagen, net zoals bij het gebruik van een wasmachine of oven. Er is wel een uitzondering: zelfverbruikte zonne-energie (dus elektriciteit die tegelijk geproduceerd en verbruikt wordt zonder via het openbare net te passeren) ontsnapt aan de accijns. Met een thuisbatterij wordt dat voordeel groter. Maar zonder batterij verloopt nachtelijk laden of laden bij bewolkt weer wel degelijk via het net, en geldt de accijns dus gewoon.
Het verschil
Om dezelfde afstand af te leggen als met een tank van 40 liter — dus tussen 550 en 700 km, afhankelijk van het type wagen — verbruikt een elektrische wagen tussen 88 en 154 kWh, op basis van een reëel verbruik van 16 tot 22 kWh/100 km. Vermenigvuldigd met 0,05 euro geeft dat tussen 4,40 en 7,70 euro aan accijnzen per laadbeurt. Tegenover de 24 euro van een tankbeurt met benzine is dat een verschil van factor 3 tot 5. Elektrisch rijden betekent dus effectief minder geld afdragen aan de staat, en dat is niet onbelangrijk als men weet dat accijnzen op brandstoffen jaarlijks 5,8 miljard euro opbrengen voor de federale begroting.
Advertentie – lees hieronder verder
De Belgische regering gaat trouwens in die richting. De programmawet 2026 voorziet in een geleidelijke verhoging van de accijnzen op gas en stookolie tot 2029, gecombineerd met een verlaging van die op elektriciteit. Voor een gezin met een elektrische wagen en een warmtepomp (goed voor ongeveer 10 MWh jaarlijks verbruik) kan het fiscale voordeel tegen 2029 oplopen tot 110 euro per jaar, volgens de FOD Leefmilieu. De FOD Financiën legt trouwens uit dat een accijns bedoeld is om “consumptie te ontmoedigen”. Elektriciteit valt daar blijkbaar voorlopig niet onder...
Duur België...
Is België dan een paradijs voor gebruikers van elektrische wagens? Niet echt. Volgens cijfers van Eurostat voor de tweede helft van 2025 betaalden Belgische gezinnen 34,99 euro per 100 kWh. Daarmee behoort ons land tot de drie duurste elektriciteitsmarkten van de Europese Unie, net achter Ierland en Duitsland. Frankrijk zit rond 0,194 euro/kWh, bijna de helft goedkoper. De verklaring is structureel: ongeveer 70% van de Franse elektriciteit komt uit kernenergie, wat de productiekosten stabiel houdt, ongeacht de schommelingen op de gasmarkt. Voor een Franse bestuurder is het voordeel van elektrisch rijden dus nog groter. En dat heeft niets met accijnzen te maken: het is de basisprijs van energie die het verschil maakt.
2029 en daarna?
Hier verschuift het debat naar de toekomst. Want men kan zich voorstellen dat de Belgische staat elektriciteit zwaarder zal beginnen belasten zodra elektrisch rijden dominant wordt. Er bestaan twee pistes om de verloren inkomsten uit fossiele brandstoffen te recupereren. De eerste is een kilometerheffing: het Verenigd Koninkrijk voert die vanaf het voorjaar van 2028 in aan 2 cent per kilometer. Zwitserland werkt aan een gelijkaardig systeem tegen 2030. In Nieuw-Zeeland bestaat het al. Het voordeel van die aanpak is dat alle elektrische bestuurders op dezelfde manier belast worden.
De tweede piste zou erin bestaan thuisladen rechtstreeks te belasten, en daar komen de digitale meters in beeld. In België versnelt hun uitrol in de drie gewesten: in Vlaanderen werkt Fluvius er sinds 2019 aan en beschikte in september 2025 al 73% van de Vlaamse gezinnen over een digitale meter, met een doelstelling van 100% tegen juli 2029. In Wallonië worden in 2026 nog eens 300.000 nieuwe meters geplaatst, goed voor een totaal van 1,5 miljoen tegen eind 2029. In Brussel startte Sibelga de uitrol in oktober 2023, met een volledige dekking tegen 2030. Deze meters sturen het verbruik bijna in realtime door, kwartier per kwartier, en zouden op termijn zelfs verschillende toepassingen afzonderlijk kunnen onderscheiden.
Technisch is die aanpak aantrekkelijk, maar tegelijk ook fundamenteel ongelijk. Wie gratis op het werk kan laden of over een thuisbatterij beschikt die gevoed wordt door zonnepanelen, zou immers gedeeltelijk aan de belasting kunnen ontsnappen.
Gevraagd naar een mogelijke kilometerheffing verklaarde het kabinet van Jan Jambon (N-VA) recent aan de RTBF dat er momenteel geen gesprekken lopen over zo’n systeem in België. Maar dat zegt niets over wat later nog kan komen. De auto is altijd een melkkoe van de overheid geweest. Het is moeilijk in te zien waarom dat plots zou veranderen. Dat is geen pessimisme, maar gewoon realisme.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief