Nadat we je al hebben aangetoond dat 5.000 euro volstaat om een auto te kopen met potentieel als verzamelobject, of zelfs een youngtimer die nog dagelijks bruikbaar is, doen we er nog een schepje bovenop. Deze keer richten we ons op kleine, pittige coupés. Is het echt mogelijk om een sensatiemachine te kopen voor de prijs van een afgeleefde tweedehands stadswagen? Ja, en dat is alleen maar goed om wat plezier, hoop en een gevoel van lichtheid te brengen in deze onzekere tijden… En lichtheid is hier zelfs letterlijk van toepassing, want deze machines halen amper de grens van één ton.
1. Ford Puma (1997-2002)
Dit is uiteraard het eerste model waar je aan denkt. Het is een rechtstreekse rivaal van de Opel Tigra, maar rijdt eerlijk gezegd net een tikkeltje leuker. De kleine Puma is gebaseerd op de Fiesta, maar kreeg een grondig herwerkt onderstel. Zijn geheim? Een bijzonder levendig chassis en vinnige motoren. De 1.7 is de duurste maar tegelijk de leukste, met zijn 125 pk.
Vandaag: dit is het moment om toe te slaan voordat ze verdwijnen, want roest – vooral aan de achterste wielkasten – richt veel schade aan. Mechanische onderdelen zijn betaalbaar, maar specifieke koetswerkonderdelen worden zeldzaam.
Advertentie – lees hieronder verder
2. Alfa Romeo GTV 916 (1995-2005)
We hadden het er net nog over in onze ‘Alfa Romeo-top’. Uiteraard moest hij hier terugkomen, want opvallend genoeg blijft de GTV wat achter, terwijl zijn rivalen – de Toyota Celica en Honda Prelude op kop – fors in waarde stijgen… Maar de prijzen gaan snel omhoog, dus wacht niet te lang. Natuurlijk zit je met het legendarische Busso V6 boven budget, maar de Twin Spark-versies (1.8 of 2.0) zijn uitstekende alternatieven. Ze zijn temperamentvol, met een metalen klank, en behouden tegelijk de balans van het chassis en de precisie van de vooras.
Vandaag: ons budget is wat krap, maar de missie is voorlopig nog haalbaar. De afwerking binnenin is niet perfect, al voelen sommige materialen best kwalitatief aan. Onderhoud moet nauwgezet gebeuren.
3. Mazda MX-3 (1991-1998)
Nee, dit is geen typefout. We hebben het niet over de MX-5, maar over de MX-3. Geen legendarische roadster met achterwielaandrijving dus, maar een compacte coupé met voorwielaandrijving. Er waren twee motoren: een 1.6 viercilinder met een honderdtal pk… en vooral een van de kleinste V6-motoren ter wereld, een 1.8 met 133 pk. Een zescilinder verandert alles: zijn souplesse, zachtheid en geluid maken hem meer dan de moeite waard.
Vandaag: de MX-3 is zeldzaam geworden op onze wegen en verdient het om gered te worden. Ons budget is wat krap voor een mooie V6, maar vergeet de viercilinder niet. Hij is betrouwbaar, maar helaas gevoelig voor roest…
4. Hyundai Coupé (2002-2008)
Wie herinnert zich deze nog? De Hyundai Coupé heeft noch het pedigree van een Japanner, noch het prestige van een premiummerk, maar hij scoort met een echte coupélook, een lage zitpositie en een mooie waaier aan motoren, waaronder een 2.7 V6 met 167 pk. Hij is misschien niet zo levendig als een Ford Puma, maar zeker geen slechte keuze…
Vandaag: voor dit budget vind je mogelijk een V6, maar waarschijnlijk met automatische versnellingsbak. De 2.0 viercilinder is een degelijk alternatief. Let vooral op roest, de staat van het onderstel en het onderhoudsverleden.
5. Nissan 100 NX 1.6 (1990-1996)
Nog zo’n buitenbeentje... en wat voor één… De Nissan 100 NX is helemaal jaren negentig met zijn eigenzinnige coupélook en bij sommige versies zelfs bijna een targa-gevoel. Mechanisch is hij niet de meest verfijnde, maar hij heeft een enorme sympathiefactor en een echte Japanse jarennegentigsfeer.
Vandaag: het is verrassend moeilijk geworden om een mooie 100 NX te vinden zonder het budget te overschrijden. Je zult waarschijnlijk de sportieve GTi met 2.0 en 143 pk moeten laten schieten en kiezen voor een 1.6 met 90 of 95 pk. Let uiteraard op roest, dichtingen en specifieke koetswerkonderdelen. En met dit budget is er wellicht wat werk aan, maar niets dramatisch.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be