Een internationaal onderzoeksteam, geleid door Helmholtz Munich en de Universiteit van Rostock, publiceerde in Science Advances een opvallende ontdekking: de uitstoot van Euro 6d-benzinewagens – nochtans volgens de strengste normen – wordt gevaarlijk toxisch zodra die in de atmosfeer terechtkomt. De studie ging verder dan de standaardtests aan de uitlaat, en simuleerde hoe die uitstoot onder invloed van zonlicht en oxidanten veroudert.
De conclusie van de wetenschappers is duidelijk: hoewel die uitlaatgassen in ‘verse’ toestand (net na de uitstoot) niet cytotoxisch zijn, worden ze na enkele uren in de atmosfeer wel schadelijk. Voor de gezondheid kan dat rampzalig zijn, want die ‘verouderde’ uitstoot veroorzaakt oxidatieve stress en zelfs DNA-schade in de longen. Volgens de studie komt dat door zowel de secundaire deeltjes die ontstaan (Secondary Organic Aerosols en Secondary Inorganic Aerosols), als door zuurstofhoudende vluchtige stoffen zoals carbonylverbindingen, die bijzonder agressief zijn voor de luchtwegen.
Blinde regelgeving
Nochtans zijn benzinemotoren sinds 2019 verplicht uitgerust met een roetfilter onder de Euro 6d-norm. Maar de studie wijst op een methodologische vertekening: de huidige normen houden alleen rekening met de primaire uitstoot, dus de stoffen die rechtstreeks aan de motoruitlaat worden gemeten. En zoals gezegd: onder realistische atmosferische omstandigheden veranderen die stoffen in nieuwe, gevaarlijke vervuilende stoffen. Deze vaststelling toont opnieuw het verschil aan tussen laboratoriumtests en de werkelijkheid, en stelt dus ook de huidige regelgeving in vraag.
Advertentie – lees hieronder verder
Nog verrassender: de resultaten tonen aan dat de secundaire uitstoot van Euro 6d-motoren even hoog kan zijn als – en zelfs hoger dan – die van een Euro 5-motor zonder roetfilter. Dat zet opnieuw vraagtekens bij de geldende regelgeving en het nut ervan. Kortom, consumenten zouden betalen voor dure en inefficiënte systemen voor uitstootbeperking. Volgens de wetenschappers moet er dus veel verder worden gegaan om de volledige impact van autovervuiling te begrijpen.
Krijgt diesel eerherstel?
Deze onthulling is uiteraard bijzonder onverwacht, zeker in een context waarin dieselmotoren recent nog gestigmatiseerd werden na dieselgate. Natuurlijk stoot de dieselmotor van nature veel stikstofoxiden uit, maar hij heeft ook baat gehad bij recente technische verbeteringen (EGR-kleppen, SCR-katalysatoren met AdBlue-injectie, roetfilters) die hem volgens de studie niet vervuilender maken dan benzine. Bovendien blijft diesel, dankzij zijn hogere rendement, minder CO₂ uitstoten. Deze studie gooit een steen in de vijver. Je zou je zelfs kunnen afvragen of de demonisering van diesel geen complexere werkelijkheid heeft verdoezeld.
Het is niet de bedoeling om diesel in eer te herstellen ten koste van benzine, noch om de voordelen van elektrificatie te ontkennen. Maar de studie toont aan dat ook benzinemotoren allerminst voorbeeldig zijn als je het volledige traject van vervuilende stoffen bekijkt. Het debat over aandrijflijnen mag dus niet langer verzanden in karikaturale tegenstellingen, maar moet gebaseerd zijn op echte wetenschappelijke data over de uitgestelde effecten van uitstoot. Iedereen zou het erover eens moeten zijn dat we nieuwe methodes nodig hebben om zowel primaire als secundaire (na veroudering) vervuilende stoffen mee in rekening te brengen.
Erover praten, betekent uiteraard ook dat we het politieke beleid ter discussie stellen – beslissingen die soms te snel genomen zijn en beïnvloed werden door schandalen. En ook al weten we dat politici dat liever niet horen, toch zou de dieselmotor opnieuw serieus moeten worden genomen, tegenover een benzinemotor die volgens deze studie onterecht als wondermiddel wordt gepresenteerd onder de verbrandingsmotoren.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be