De Compass komt niet uit het verre westen, maar uit het zuiden. Zijn paspoort is dan wel Amerikaans, maar zijn geboortehuis (althans voor de Europese markt) staat in Melfi, in de zuid-Italiaanse regio Basilicata, waar ook de Renegade en de DS No8 van de band rollen.
Die herkomst is logisch, want meer dan ooit is Jeep een half Europees merk, met modellen die deels in Turijn ontwikkeld worden en in Fiat-fabrieken in Italië en Polen in elkaar worden geschroefd (de Wrangler en Grand Cherokee uitgezonderd).
Zo hebben er al verschillende dna-sporen in de achtereenvolgende Compass-generaties gezeten. De eerste, van bijna 20 jaar terug, dateert nog uit de DaimlerChrysler-tijd, stond op een met de Mitsubishi Outlander gedeeld platform en droeg in de boeg een 2 liter-diesel van Volkswagen (de ruwe versie, met de pompverstuivers).
De poging om een graantje mee te pikken van de ontluikende appetijt voor compactere en zachtgeaarde SUV’s was slim, gezien de 4x4-historiek en geloofwaardigheid van het merk. De uitvoering was eerder dramatisch, met een onsamenhangend koetswerkontwerp, een brute aandrijving en een interieurafwerking die echt te min was, inclusief rafelranden aan de ventilatielamellen en nepleder van de allergoedkoopste soort.
Generatie twee, Mexicaans fabrikaat ditmaal, was niet langer het noorden kwijt. Integendeel: op zijn Fiat/Alfa Romeo-onderstel, met een goede Italiaanse diesel en best een scherpe prijs was het zelfs best een interessante auto geworden. Enkel het voorkomen bleef lauwe kost. Is het dan werkelijk zo ingewikkeld voor een merk met zulk een rijk 4x4-erfgoed om een smakelijke terreinbreak uit te tekenen?
Advertentie – lees hieronder verder
Stoer en geblokt kostuum
Met generatie 3 is dat in elk geval beter gelukt. De ontwerpers hebben hem een stoer en geblokt kostuum aangemeten, met opvallend scherpe en complexe plooien in de flanken; let maar op de sierlijnen in de deuren en spatborden. Typisch voor hoger gebouwde EV’s zijn de extra vouwen onderaan de deuren, een knipoog naar de aanwezigheid van een accu en vooral ook een manier om de massieve flanken wat af te slanken.
Karakteristiek voor Jeep zijn de zeven koelgaten op de neus, die eigenlijk geen echte koelgaten meer zijn, omdat het radiatorrooster lager zit.
Generischer anno 2025 zijn dan weer de doorlopende lichtblokken voor- en achteraan, met ook nog eens verlichte merklogo’s. Enkele jaren geleden was dat onderscheidend, maar in een periode waarin zowat de helft van de nieuwe auto’s een rijdende lichtreclame is geworden, is het in het donker vooral kakofonisch.
Frans fundament
Onderaan treffen we het zogenaamde STLA Medium-platform van Stellantis, een relatief nieuwe basis die al dient voor de Peugeot 3008/5008, Opel Grandland en Citroën C5 Aircross. Het gaat om een doorontwikkeling van het EMP2-fundament dat al meegaat van de Peugeot 308 van meer dan 10 jaar terug, maar dan omgebouwd om zowel een verbrandingsmotor, een elektromotor, of allebei te huisvesten.
Dat zijn dan ook de varianten die in de cataloog staan: een 1.2-benzine, een oplaadbare hybride en meerdere volledig elektrische versies.
Die benzineversie is eigenlijk een milde hybride, een combinatie van de gekende 1,2 liter-driecilinder (de beruchte Puretech-motor, maar hier wel voorzien van een distributieketting, en niet de problematische riem) van 136 pk en een 48 volt-motor van 21 kW, samen goed voor een systeemvermogen van 145 pk.
De standaard gerobotiseerde bak pikt ruw op, maar kwijt zich verder soepel van zijn taak. Het verbruik is in elk geval gunstig, met een reëel gemiddelde dat tussen de 6 en 7 l/100 km schommelt, afhankelijk van de rijstijl.
3 elektrische varianten
Sowieso is de elektrische versie de prettigere van het lot. Die koppelt een accu van 73 kWh aan een elektromotor van 157 kW (omgerekend 213 pk), en is verfijnder en beter in balans, met een batterij die de gewichtsverdeling een dienst bewijst. Hij zet meer dan 500 kilo extra op de bascule, maar schiet wel rapper uit zijn sloffen. Van 0 naar 100 km/u doet-ie in 8,5 seconden.
We kwamen aan een reëel verbruik van zo’n 17 kWh/100 km, wat gezien het gewicht, het grote frontaal oppervlak en de geblokte neus niet onaardig is. Daarmee kan je rekenen op een werkelijk rijbereik van ongeveer 430 kilometer.
Voor langere reizen beschik je over een snellaadvermogen van 160 kW. Aan wisselstroom doe je het met een interne lader van 11 kW, maar een exemplaar van 22 kW is verkrijgbaar tegen een meerprijs (650 euro). Al met al is dat een polyvalent en bruikbaar aanbod.
Te meer omdat er nog 2 andere EV-versies in de prijslijst staan, al komen die pas in het voorjaar van 2026 op de markt (en konden we nog niet uitproberen). Die krijgen een accu met een capaciteit van liefst 97 kWh, goed voor een theoretisch rijbereik van meer dan 600 kilometer.
De motor vooraan is steeds dezelfde, maar de topversie heeft ook een motor van 132 kW op de achteras. Die heeft in totaal dus liefst 375 pk. Dat is wat overdadig voor een familiale crossover als deze, maar het is wel je enige optie als je vierwielaandrijving wil.
Extra bodemvrijheid
Elke andere Compass heeft enkel voorwielaandrijving. Je verwacht het niet van een terreinmerk, maar de logica erachter houdt wel steek: het gros van de Jeep-rijders kiest zijn auto niet zozeer voor zijn kunde op onverhard, maar eerder voor de avontuurlijke uitstraling. Of er dan wel of geen cardanassen aan de achterwielen hangen, zal het verschil niet maken. We noteren wel dat de 4x4-variant dankzij zijn 1 centimeter extra bodemvrijheid iets betere op- en afrijhoeken heeft.
Op asfalt is de Compass beschaafd, zonder meer, met een adequate filtering van oneffenheden en geluiden. Stuurgevoel is evenwel ver zoek, en de inrichting is ook niet zo precies, terwijl de benzineversie ook nog eens behoorlijk onderstuurd is. Niets dramatisch, maar het kan beter.
Peugeot-instrumentarium
Met de binnenhuisinrichting zit het wel goed, vooral op praktisch gebied. Zo is er behoorlijk wat opbergruimte, onder andere in het riante kastje tussen de voorstoelen, maar ook her en der op de boordplank. Het met rubber beklede legplankje voor de neus van de passagier, waarop je een telefoon kan leggen zonder dat die in bochten heen en weer schuift, is zeer goed bedacht.
De zithouding is bovendien goed en voldoende verstelbaar, en beenruimte is er achterin ook meer dan voldoende, voor een auto van 4,55 meter lengte.
Aan de instrumenten herken je het van oorsprong Franse fundament, met menustructuren op de 2 schermen die we al jaren kennen van bij Peugeot en Citroën. Achter het stuur zit een scherm van 10 duim, en centraal een exemplaar met een diagonaal van 16 duim. Sneu wel dat het aantal knoppen beperkt is, en je dus vaak met dat aanraakscherm moet werken, ook om de klimaatregeling te bedienen.
Over het algemeen is de aankleding best geslaagd. Dat mag ook voor een auto van op zijn minst bijna 40.000 euro.
Goede standaarduitrusting
De 1.2 kan je krijgen voor 37.650 euro, terwijl de elektrische versie (met 73 kWh-batterij) voor 44.810 euro de deur uit gaat.
Wat krijg je voor dat bedrag? Onder andere een navigatiesysteem, parkeercamera achteraan, adaptieve snelheidsregelaar met semi-automatische piloot, en lichtmetalen velgen van 18 duim. Bij de elektrische versie is dat 19 duim.
Opties zijn vooral te koop in pakketten, zoals het panoramisch dak, dat in combinatie met een betere geluidsinstallatie komt (2.000 euro). Ook goed om weten: standaard komt hij in het gifgroen, terwijl je voor elke andere kleur 1.000 euro moet bijbetalen, of nog eens 370 euro extra als je het dak in een contrastkleur wil hebben.
Conclusie
Met een immer groeiend aanbod in deze SUV-categorie is het zoeken naar wat de Compass onderscheidt, des te meer omdat hij ook nog enkele Stellantis-neven heeft op hetzelfde fundament. Jeep zet daartoe zijn aloude terreinaura in, vertaald in een coherent en stoer getooid koetswerkontwerp, in combinatie met een handig ingericht interieur. De elektrische versie legt daar goede batterij- en laadspecificaties bovenop.
De Jeep Compass 1.2 e-HYBRID (2025) in cijfers
Motor: driecilinder-in-lijn, 145 pk en 230 Nm
Aandrijving: op de voorwielen
Versnellingsbak: gerobotiseerde zesbak met dubbele koppeling
L/b/h (mm): 4552/1904/1675
Leeggewicht (kg): 1642
Koffervolume (l): 550 tot 1561
0 tot 100 km/u (sec): 1,03
Topsnelheid (km/u): 188
Verbruik (WLTP, l/100 km): 5,7
CO2: 126 g/km
Prijs: 37.650 euro
BIV: Vlaanderen: 282,43 euro, Wallonië en Brussel: 1.068,40 euro
Verkeersbelasting: Vlaanderen: 190,10 euro, Wallonië en Brussel: 243,41 euro
- -Ruim interieur
- -Goede EV-specificaties
- -Veel bergruimte binnenin
- -Ruwe gerobotiseerde bak (1.2)
- -Slechts één kleur zonder meerprijs
- -Onderstuur (1.2)
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be