Begin jaren zeventig onderging de Europese auto-industrie een ware transformatie. De oliecrisis van 1973 dwong constructeurs om kleinere, lichtere en vooral zuinigere auto’s te ontwikkelen. Volkswagen, tot dan gespecialiseerd in grotere modellen zoals de Kever en de Passat, moest zich aanpassen. De Golf was daar al een voorbeeld van, maar er bleef nood aan een echt instapmodel.
Volkswagen begon niet met een wit blad, maar koos voor een slimme aanpak: een bestaande basis binnen de groep overnemen. Sinds 1969 had Volkswagen het merk Audi overgenomen (vroeger Auto Union), dat net werkte aan een compacte stadswagen, de Audi 50. Die werd gelanceerd in 1974, viel in de smaak met zijn moderne ontwerp, maar was te duur voor het publiek dat Volkswagen wilde bereiken. Daarom ontwikkelde Volkswagen een eenvoudigere, ‘uitgeklede’ en goedkopere versie van de Audi 50: de Polo.
Compact en functioneel
De eerste Polo (Typ 86) werd voorgesteld in maart 1975. Het was een sobere, functionele en heel compacte wagen: slechts 3,51 meter lang en amper 685 kg zwaar. Hij kreeg dwars voorin een kleine 0,9-liter motor met 40 pk en voorwielaandrijving. Die architectuur was toen nog vrij nieuw voor Volkswagen en werd een jaar eerder geïntroduceerd door de Golf.
Advertentie – lees hieronder verder
De Polo vulde het gat tussen de verouderende Kever en de nieuwe Golf. Hij sprak een jong, stedelijk publiek aan. De Polo was eenvoudig maar doeltreffend en werd meteen een succes dankzij de aantrekkelijke prijs, het lage verbruik en het gemakkelijke onderhoud.
Belangrijke stap
Het design kwam rechtstreeks van de Audi 50 en werd getekend door Bertone. De Polo was allesbehalve frivool: rechte lijnen, grote glaspartijen en een bijna verticale achterpartij. Zijn naam, geïnspireerd op de paardensport zoals bij de Golf en Derby, benadrukte de dynamiek die Volkswagen wilde uitstralen.
De Polo was meer dan een instapmodel. Hij werd een sleutelmoment in de diversificatiestrategie van Volkswagen, dat hiermee zijn plek op de snelgroeiende markt van kleine auto’s veiligstelde. Al snel werd het gamma uitgebreid. In 1977 kwam de Volkswagen Derby, een sedanversie met aparte koffer. Daarna volgden krachtigere versies en rijkere uitvoeringen. In 1981 maakte hij plaats voor de tweede generatie, na 1,1 miljoen verkochte exemplaren.
Met meer dan 500.000 geproduceerde exemplaren in vijf jaar tijd overtrof de eerste Polo alle verwachtingen. Hij luidde een lange succeslijn in, met zes generaties en meer dan twintig miljoen verkochte exemplaren tot op vandaag.
Zo licht als een fiets
De Polo L uit 1978 die we konden testen komt uit de collectie van D’Ieteren, al 77 jaar de invoerder van Volkswagen in België. Deze wagen is in verbluffend goede staat. Zijn knalrode kleur ademt de sfeer van de jaren zeventig, net als het ‘populuxe’ interieur met houtlookbekleding.
Ondanks zijn bescheiden afmetingen is het interieur vrij ruim en bieden de bruine stoffen zetels behoorlijk wat comfort. De 0,9-liter benzinemotor start meteen en loopt erg stil. Wat meteen opvalt, is hoe licht de Polo aanvoelt. De besturing lijkt bekrachtigd, ook al is dat niet zo. Met zijn 40 pk toont hij zich verrassend levendig bij het optrekken.
Overal inzetbaar
We betrapten onszelf erop dat we een vijfde versnelling zochten… die er niet is. De eerste Polo is pittig en voelt zich perfect thuis in de stad, waar zijn kleine formaat hem overal door laat glippen. In vergelijking met de Kever – die nog altijd te koop was in 1975 – was de vooruitgang gigantisch. De nieuwe architectuur (motor voorin, voorwielaandrijving) bleek de juiste keuze om de moderne tijd in te stappen.
Na vijftig jaar en meer dan twintig miljoen geproduceerde exemplaren is de Polo nog altijd springlevend. En al is hij in de loop der jaren flink veredeld en nadert hij qua positionering de Golf, toch houdt hij nog steeds stand tegenover de almacht van de SUV’s en blijft hij het instapmodel van Volkswagen. Maar hoelang nog?
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be