Ze ruiken minder aangenaam, trillen meer, draaien niet graag hoge toerentallen en klinken eerder als een doffe roffel dan als een sportieve ‘vroem-vroem’. Laten we eerlijk zijn: de dieselmotor heeft verzamelaars nooit echt kunnen bekoren. Zijn grootste troef, het lagere brandstofverbruik, speelt bij oldtimers nauwelijks een rol, omdat die meestal maar weinig kilometers afleggen. Toch heeft de motor op zware brandstof een onmiskenbare historische waarde.
Meer dan 130 jaar geschiedenis
Wie teruggaat in de tijd, merkt dat de dieselmotor bijna even oud is als de auto zelf. Rudolf Diesel diende zijn patent al in 1892 in. Eerst was deze motor vooral bedoeld voor zware machines zoals tractoren, locomotieven en zelfs schepen. Pas in de jaren twintig verscheen hij stilaan onder de motorkap van personenwagens. Peugeot voerde in 1921 een eerste experiment uit, terwijl Citroën in 1933 een Rosalie met dieselmotor ontwikkelde, waarvan slechts een heel beperkt aantal exemplaren gebouwd werd.
Pas midden jaren dertig brak de diesel echt door in de autowereld met de Mercedes 260 D, die algemeen beschouwd wordt als de eerste in serie geproduceerde personenwagen met een dieselmotor. Met een verbruik van minder dan 10 l/100 km en een vermogen van 45 pk (voor die tijd ruim voldoende) kende de 260 D een bescheiden succes.
Advertentie – lees hieronder verder
Boom van de jaren negentig
Tot in de jaren tachtig was de diesel vooral populair bij taxibedrijven en veelrijders die iets anders durfden te kiezen. Maar in de jaren tachtig en negentig veranderde alles. De dieselmotor evolueerde razendsnel en zijn lage verbruik maakte hem almaar aantrekkelijker voor het grote publiek.
Ook het rijcomfort ging er sterk op vooruit dankzij de komst van de turbo, directe inspuiting en later de common-railtechnologie, die de prestaties van dieselmotoren een flinke boost gaven. De tijd van diesels die al puffend een helling opkropen, was voorbij. Bij een gelijke cilinderinhoud leverden turbodiesels vaak prestaties die vergelijkbaar waren met benzinemotoren en dankzij hun hoge koppel vanaf lage toerentallen waren ze bij hernemingen soms zelfs sneller.
In België, net als elders in Europa, gaven fiscale voordelen hun succes nog een extra duwtje in de rug. Ik herinner me nog mijn eerste jaren als autojournalist: in zowat elk marktsegment was een dieselversie beschikbaar en het merendeel van de auto’s reed op diesel.
De daling
Het Dieselgate-schandaal in 2015 betekende een echte ommekeer. Het imago van de diesel kreeg een flinke deuk, terwijl de opmars van lage-emissiezones in grote Europese steden hem stilaan de das omdeed.
Daarmee kwam ook de toekomst van de diesel in gevaar. Heel wat dieselwagens uit de jaren negentig en 2000 bevinden zich vandaag in een soort niemandsland: te oud en te vervuilend om nog toegelaten te worden in lage-emissiezones, maar tegelijk nog niet oud genoeg om het oldtimerstatuut te krijgen, dat net een vrijstelling oplevert. Het gevolg? Ze verdwijnen massaal uit de zoekertjes en worden vaak geëxporteerd of gesloopt. Denk maar aan de Volkswagen Golf GTD, Audi A6 2.5 TDI, BMW 325 tds of Citroën XM 2.5 TD: voor deze auto’s lijkt er in de huidige regelgeving geen plaats meer te zijn.
Gelukkig zijn er, in het belang van ons autohistorisch erfgoed, nog altijd liefhebbers die zich niets aantrekken van dat regelgevende zwarte gat… of van de plagerijen van hun vrienden uit de oldtimerclub. Sterker nog, de wind lijkt stilaan te keren. Een Mercedes W123 3.0 D, wellicht een van de eerste echt performante dieselwagens die op grote schaal werd gebouwd, haalt vandaag prijzen die tegen 10.000 euro aanleunen of er zelfs boven gaan.
Heeft de diesel nog een toekomst?
Een diesel kopen met het oog op een oldtimercollectie blijft vandaag een opvallende keuze. Toch verdient die aanpak alle lof. Niet alleen omdat deze auto’s vaak bijzonder robuust zijn en nog jarenlang trouwe dienst kunnen bewijzen, maar ook omdat ze simpelweg deel uitmaken van ons rijdend erfgoed. Ons autoverleden mag niet selectief verteld worden en alles wat geen benzinemotor heeft zomaar aan de kant schuiven. Alleen blijft het laveren door een troebel wettelijk landschap, want de wetgever maakt het behoud van deze auto’s er allerminst gemakkelijker op.
Is de diesel dan echt in gevaar? Pioniers, zeldzame modellen en iconen – want die bestaan wel degelijk – zullen waarschijnlijk bewaard blijven en zijn dat vaak nu al. Het grootste risico geldt voor de gewone dieselwagens uit de jaren negentig en 2000. Die dreigen te verdwijnen nog voor ze ooit als erfgoed worden erkend. En laten we eerlijk zijn: niet alleen de wetgever draagt daarin verantwoordelijkheid. Een diesel verzamelen is nu eenmaal niet iets waar iedereen van droomt.
Ontdek je volgende oldtimer op Autoclassic.be
Een vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief