Zelfs in de verste verte lijken een Opel Mokka, Lancia Ypsilon, Peugeot 2008, Jeep Avenger of Alfa Romeo Junior niet op elkaar. En dat is nog zo vanzelfsprekend niet, want samen met nog een boel andere modellen uit de Stellantis-stal zijn al die auto’s deels opgebouwd uit dezelfde onderdelen en fundamenten, met uniforme schutborden, scharnierpunten en andere basale ijkpunten van een hedendaags voertuigplatform.
Besparen is al jarenlang het ordewoord in het Frans-Italiaanse-Amerikaanse huis. Met een modelcatalogus die zodanig versnipperd is over vele verschillende merken, kan dan de verleiding groot worden om eenheidsworst te gaan draaien. Maar dat doen ze (op enige uitzonderingen als de Citroën C3 Aircross en Opel Frontera na) niet, en dat is mede de verdienste van de doortastende hoofdontwerper Jean-Pierre Ploué.
De ervaren Fransman had de voorbije jaren de supervisie over de tekentafels van Peugeot, Citroën, DS, Opel, Fiat/Abarth, Alfa Romeo en Lancia (de Amerikaanse Stellantis-merken vallen onder Ralph Gilles). Een ongezien brede waaier aan merken in één portefeuille, en het was Ploué’s taak om in die nieuw samengestelde familie al die verschillende dna’s en identitaire lijnen uit elkaar te houden.
Dit najaar zwaait de hoofdontwerper af. Zijn opvolger is de van Renault afkomstige Gilles Vidal, die eerder al onder Ploué verantwoordelijk was voor de ontwerpstudio van Peugeot.
Advertentie – lees hieronder verder
Besparend ontwerpen
Ook Ploué kreeg van zijn eertijdse overste Carlos Tavares al de opdracht om te besparen. Maar besparen op je designproces: hoe doe je dat? Ik vroeg het hem enkele jaren geleden.
“We hebben voor elk merk een duidelijk dna-manifest, zoals een continu evoluerend ideeënschriftje, en dat is een heel belangrijk werkmiddel”, vertelde Ploué. “Wanneer je dan een nieuw model moet ontwerpen, dan moet je geen middelen meer investeren in allerhande onderzoeken in willekeurige richtingen, maar kan je recht op doel af gaan. Wij kunnen dus heel snel keuzes maken en met een minimum aan mensen een goed ontwerp creëren, en daardoor geef je uiteindelijk minder geld uit.”
“Wij maken een reeks schaalmodellen in klei, daarvan boetseren we er twee op schaal 1:1 en uiteindelijk houden we één definitief ontwerp over. Veel andere fabrikanten maken vijf of zelfs tien ontwerpen op ware grootte, maar daar heb je weinig aan.”
VW-groep: Smijten met geld
Alejandro Mesonero-Romanos, sinds 2021 aan het hoofd van het Centro Stile van Alfa Romeo en eerder werkzaam bij de VW-groep, die andere grote Europese autofamilie, ervaarde uit de eerste hand het verschil tussen beide.
“Bij de VW-groep was er heel veel geld”, vertelde de Madrileen me, terwijl hij met beide handen het smijten met biljetten uitbeeldde. “Maar beslissen ging traag, met heel veel comités en vergaderingen. Bij Alfa heerst wat meer de sfeer van een start-up. Het is een heel kleine ploeg.”
Geslaagd? Je kan erover discussiëren: de Alfa Romeo Junior, van zijn hand en ontworpen op het CMP-platform van Franse origine, ligt bijvoorbeeld nogal ongemakkelijk op het netvlies.
Maar: hij lijkt in niets op de Peugeot 2008 of Jeep Avenger waarmee hij zijn structuur deelt. En dat is een verdienste op zich.
De Twingo en co
Of Ploué op zijn 62ste elders nog emplooi gaat zoeken, is niet bekend. Maar in ieder geval zwaait hij (voorlopig) af met een enorme staat van dienst.
Eind jaren 80 tekende hij in de coulissen van Renault bijvoorbeeld het basisontwerp van de originele Twingo. In 2026 maakt Renault een nieuwe en elektrische versie van dat iconisch model, volledig geïnspireerd op Ploué’s oorspronkelijke ontwerp.
Enkele jaren later ontwierp hij er de Argos-conceptauto, een roadster die de ontwerpafdeling van Audi zou inspireren voor de latere TT. Dat is geen interpretatie; de Duitsers gaven openlijk toe dat ze de mosterd in Parijs gehaald hadden voor de vormgeving van wat zou uitgroeien tot een van hun meest markante modellen.
Kort daarna verkaste Ploué ook van Guyancourt naar Wolfsburg, om enkele jaren later met een korte tussenstop bij Ford terug te keren naar de Franse hoofdstad, maar ditmaal naar Citroën. Modellen als de eerste C4, met die vooruitstrevende driedeursversie en bolvormige vijfdeurs, en de net zo spitsvondige C6, demonstreerden zijn creativiteit en oog voor vormelijke kwaliteit. Ook de jonge Gilles Vidal werkte toen overigens op de ontwerpafdeling van Citroën.
Het leverde Ploué promotie op tot hoofdontwerper voor heel de PSA-groep, en dus later Stellantis. Over de resultaten van zijn werk dient ieder voor zich te oordelen: vormgeving is tenslotte deels een kwestie van smaak en voorkeur.
Onbetwistbaar is echter dat vooral de Franse merken van de groep de afgelopen 15 jaar heel wat spitsvondige en goed uitgewerkte ontwerpen op de markt hebben gegooid. Denk aan de eerste Citroën C5 Aircross, de DS 5 of Peugeot 308, 4008 of 508.
Titaneske taak
Die laatste dragen ook de handtekening van Gilles Vidal (centraal op bovenstaande foto), die lang de leiding had over Peugeots ontwerpstudio.
Vidal trok in 2020 naar Renault en maakt nu de omgekeerde beweging om de stoel van zijn voormalige chef over te nemen. Zijn taak is titanesk, des te meer in een autogroep waar de problemen zich de jongste jaren opstapelen. Het zal interessant zijn om te observeren of de creativiteit de vrije loop blijft krijgen, temidden de puinhoop en onder nieuwe grote baas Antonio Filosa. Het antwoord krijgen we over enkele jaren.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be