Het loopt de spuigaten uit, die steeds maar grotere koelgaten in hedendaagse auto’s, die bij nader inzien vaak helemaal geen koelgaten blijken te zijn. Vooral de Duitse fabrikanten hebben er een handje van weg.
Daarmee spoelen ze hun eigen ontwerpethos, dat minimalisme en functionalisme huldigt, door de gootsteen. En vegen ze hun voeten aan het 6de van de 10 geboden van Dieter Rams, de legendarische en invloedrijke vormgever van elektronicafabrikant Braun: goed ontwerp is eerlijk.
Er is niets eerlijks aan een reusachtig gapend radiatorrooster waar geen centiliter lucht doorheen geraakt. Potsierlijk is het bovendien, zo’n auto die zich als een walvishaai met opengesperde muil in het verkeer begeeft.
Advertentie – lees hieronder verder
Een grille als een televisie
Bij uit de hand gelopen koelgaten denken we natuurlijk in de eerste plaats aan BMW, dat zijn grotere modellen op een bepaald moment van zulke reusachtige ‘dubbele nieren’ ging voorzien dat ze ze weer moesten dichten om te vermijden dat er te véél lucht in het motorruim zou beuken.
Zo is het bijvoorbeeld op de iX, maar ook op de 5 Reeks, waar de zogenaamde radiatoropening eigenlijk een sierrooster geworden is. Er is nog wel een andere radiatoropening, maar die zit dan weer lager. Met de M5-variant werd het helemaal ridicuul, want daar maakten ze dat gesloten rooster toch weer deels open, want diens V8 heeft dan weer wél extra koel- (en inlaat)lucht van doen.
En zo wordt een ooit iconisch merkgezicht een warrige karikatuur. Met de jongste iX3 zijn de Beiers een nieuwe weg ingeslagen, waarin de dubbele nieren weer tot normale proporties zijn herleid. Koellucht happen die al lang niet meer, want het is slechts een met een led-strook omrande tekening.
Eeuwige rivaal Mercedes gaat de andere kant op, zie de nieuwe GLC. Daar is de grille haast een televisie geworden, zowel qua formaat als in het aantal lichtgevende punten. Compleet met overmaats en lichtgevend logo, netjes in lijn met het flitsende Dubai-imago dat das Haus zich dezer dagen wil aanmeten.
Een klein sleufje volstaat
Audi lijkt dan weer, na jaren van warrige en overwerkte ontwerpen, een nieuwe richting uit te slaan. Nieuwe hoofdontwerper Massimo Frascella, afkomstig van Jaguar-Land Rover, toonde met de Concept C alvast dat hij komaf wil maken met de mismaakte muilen van de voorbije tijd, en de klare lijn in ere wil herstellen.
Maar: ook hier met een imitatiegrille die veel groter is dan strikt genomen nodig. Die knipoogt openlijk naar de Auto Union Type C van de jaren 30 van vorige eeuw, met zijn reusachtige zestiencilinder.
Want daar draait het subliminaal natuurlijk om: een groot koelgat – of een imitatie daarvan – refereert nog immer naar het prestige van een riante verbrandingsmotor.
Ook anno 2025, een tijd waarin benzine- en dieselmotoren veel efficiënter zijn geworden en dus veel minder koellucht van doen hebben. Om te zwijgen van elektromotoren, die nog eens meer dan dubbel zo efficiënt zijn en dus nauwelijks restwarmte genereren. Ze hebben bovendien geen inlaatlucht nodig, waardoor een klein luchtsleufje dus volstaat om de machinekamer, inclusief batterij, koel te houden.
Die grote nepgrilles zien we dan ook vooral bij traditiemerken uit de hogere prijsklasse, die hun gezicht in het collectieve geheugen hebben geprent in de vorige eeuw, toen grote en inefficiënte benzinemotoren massa’s warmte genereerden en met grote radiatoren gekoeld moesten worden.
Speelt hier een identiteitscrisis, in een tijdperk van elektrificatie waarin nieuwe fabrikanten de hiërarchie ondersteboven komen gooien, als een goed gemikte ballen op een bowlingbaan?
Pijn aan het netvlies
Over de autosport gesproken: die knipogen zitten overal. Bij Renaults bijvoorbeeld: hoeveel Clio’s en Arkana’s zie je niet rijden met aan weerszijden van de achterbumper plastieken neproosters, die de suggestie wekken dat langs daar een reusachtige hoeveelheid hete lucht van de achterste remmen geëvacueerd moet worden? Alsof ze in het heetst van de strijd zitten in de Acropolis Rally, of middenin een rap rondje op een zomers Imola.
Nog wijder verspreid zijn valse diffusors. Zelfs een doordeweekse Hyundai i20 heeft een achterbumper waarin onderaan een uitsparing zit, compleet met verticale vinnetjes, ogenschijnlijk bedoeld om aan hoge snelheid de auto tegen het asfalt te zuigen. In een zone 30, op weg naar je werk, ziet dat er vooral onnozel uit.
Hoewel autosporttakken waarin afgeleiden van straatauto’s rijden, zoals de rallysport of de GT-racerij, bij het grote publiek nauwelijks gevolgd worden, belanden onderdelen die ernaar knipogen wel massaal op auto’s voor dat grote publiek. Die vormtaal moet dus toch in zekere zin universeel begrepen worden.
Correctie: dat soort sierstukken dient natuurlijk vooral om de steeds grotere koetswerkpanelen van steeds breder en hoger wordende auto’s niet té massief te laten ogen, door ze op te smukken met neponderdelen die geen functioneel doel dienen.
Bij mij doen ze vooral pijn aan het netvlies.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be