De werkelijke snelheid werd bevestigd door de Mediahuis-kranten die de omzendbrief konden inkijken. Deze werd rondgestuurd naar aanleiding van de nieuwe boetetarieven die sinds 1 juli 2026 van kracht zijn geworden. Terwijl de boetesommen omhooggingen, bleef de ruime speling voor het vaststellen van de snelheid van de overtreding ongemoeid.
Pas vanaf 129 km/u
Om verwarring bij politiediensten te vermijden, lijstte het College van procureurs-generaal op vanaf welke gemeten snelheid een chauffeur effectief mag worden geflitst. Op autosnelwegen, waar 120 km/u geldt, volgt pas een boete vanaf een meting van 129 km/u. Dat betekent dat een bestuurder 9 km/u harder mag rijden dan het bord aangeeft zonder dat het een bekeuring in zijn mailbox oplevert. In werkelijkheid ligt de snelheid op de teller zelfs vaak boven 130 km/u, want de snelheidsmeter van je auto heeft ook een afwijking. Deze staat echter niet in steen gebeiteld, maar varieert van merk tot merk, waarbij sommige toch zeer getrouw de reële snelheid aangeven.
De omzendbrief bevat nog een opvallende detail. Op de snelweg, waar je dus pas vanaf 129 km/u wordt geflitst, kom je er tot een meting van 139 km/u met de laagste geldboete vanaf. Deze bedraagt sinds de nieuwe tarieven 64 euro, vermeerderd met 10 euro administratiekosten, of 74 euro in totaal. Pas vanaf 140 kilometer per uur (voor alle duidelijkheid: op het meettoestel) loopt het bedrag fors op. Elke km/u teveel kost dan 7 euro zonder administratieve kost. Wie geflitst wordt met 150 km/u betaalt dus al 225 euro.
Advertentie – lees hieronder verder
Alle flitsmethodes
Op alle andere wegen hanteert de politie een technische marge van 6 km/u. Wie in een zone 30 rijdt, wordt pas beboet vanaf 37 km/u op het toestel. Op een weg waar 90 km/u is toegestaan, valt de eerste boete pas bij 97 km/u. Dat zijn de marges zoals ook voor de tariefaanpassing werden gehanteerd en ze gelden voor zowel vaste toestellen, zoals flitspalen en trajectcontroles, als mobiele.
Hou er rekening mee dat in zones 30 de tarievenstructuur anders is. Vanaf elke km/u boven de 10km/u-marge telt een bedrag van 12 euro. Belangrijk om te weten, want onderzoek toont aan dat twee op de drie bestuurder het niet te nauw neemt met de zone 30. Hoe dan ook, de systematiek is duidelijk: de technische marge beschermt je tegen de allerkleinste overtreding, maar zodra je die passeert, betaal je alsnog. En dan kan het stevig in de papieren lopen.
Erg precies
Het Vlaamse verkeersinstituut Vias drong enkele maanden geleden nog aan op een verlaging van de overeind gebleven technische marges. Aanleiding waren nieuwe berekeningen die aantonen dat trajectcontroles over een afstand van 2 kilometer in een zone 30 tot op 0,26 kilometer per uur nauwkeurig werken. Zijn de marges in het leven geroepen om de afwijkingen van meettoestellen te compenseren, dan blijken ze in de realiteit erg precies te werken. Maar zo’n verstrenging is volgens de procureurs-generaal momenteel niet aan de orde.
De voorbije jaren schafte België wel lokale richtlijnen af waarbij een flitspaal bijvoorbeeld slechts om de andere dag werd ingeschakeld om de boetestroom beheersbaar te houden. Intussen is het afhandelingsproces zo ver geautomatiseerd dat dergelijke beperkingen overbodig zijn geworden. En dat is te merken aan de cijfers. Vorig jaar zijn er in ons land 8,4 miljoen snelheidsovertredingen uitgeschreven, bijna een verdubbeling vergeleken met vijf jaar geleden. De paradox is dus dat je wel harder mag rijden dan officieel toegestaan, maar dat je tegelijkertijd met een recordaantal controles wordt geconfronteerd.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief