Autotests

TEST Renault 4: 60 lentes en nog steeds springlevend

De Renault 4 viert dit jaar zijn 60ste verjaardag. Dit is een gelegenheid nog eens achter het stuur te kruipen dankzij het leuke “herontdek”-initiatief van de R4L Club. We blikken terug op de rijervaring met één van de bestsellers uit de geschiedenis van de auto.

Geschreven door David Leclercq | 03/10/2021

Met ruim 8,1 miljoen verkochte exemplaren is de Renault 4, ook bekend als de “4L“, de op twee na bestverkochte auto ter wereld. Dat record had niemand kunnen voorspellen toen hij werd voorgesteld op de IAA van Frankfurt in 1961. Toegegeven, het model kende een lange carrière van meer dan 33 jaar. Het project startte in 1956 toen Pierre Dreyfus, toenmalig voorzitter van de Régie nationale des Usines Renault, het project “blue-jean”, ofwel een universeel inzetbare auto voorstelde.

Renault R4L

Het idee was uiteraard niet nieuw en werd al toegepast door Volkswagen (Kever), maar ook door Citroën met de 2PK. Die laatste was erin gelukt om ook het platteland te motoriseren met deze goedkope en praktische auto. Het idee van de Renault 4 was hierop gebaseerd en daarom was het noodzakelijk om een auto te ontwikkelen met een beperkt fiscaal vermogen van 4 pk. Hij moest een vlakke laadvloer hebben, over een ruim interieur beschikken, mocht nauwelijks duurder zijn dan de 2PK en bovenal “minder lelijk” zijn (dixit Renault).

Vernieuwend

De R4 was de eerste berline-break met vier deuren, een grote achterklep, een ruime koffer en een modulair interieur. Zestig jaar geleden zette dit concept meer dan ooit een nieuwe standaard die door de gehele autoindustrie werd overgenomen en die tot op vandaag overeind blijft. De R4 was ook de eerste Renault-personenwagen met voorwielaandrijving. Hij maakte het verschil met zijn ruime interieur en lage gebruikskosten en hij was bijzonder veelzijdig.

Daarom duurde het ook slechts zes jaar voor de kaap van een miljoen verkochte exemplaren werd gerond. Het verhaal ging door tot 1992 en door de jaren heen verschenen er nieuwe versies, kwam er een aangepaste uitrusting met krachtiger motoren en zagen we verschillende koetswerkvarianten zoals een bestelwagen en zelfs enkele zeldzame cabrio’s. 

Het model dat op ons wacht voor een ritje is geen vroeg exemplaar, maar wel een R4 TL uit 1986. Hij verkeert in onberispelijke staat en wordt vertroeteld door zijn eigenaar die ons verzekert dat alles strikt origineel is. De motor is niet de 700cc met 24 pk van het oorspronkelijke model. Sinds 1983 zijn alle R4’s uitgerust met een 1.1 liter “Cléon fonte” van 34 pk in combinatie met een 4-versnellingsbak. 

Renault R4L intérieur

Aan het stuur vallen vooral de zachte bekledingsmaterialen op. De zetels hebben nog geen hoofdsteunen, maar de sfeer is knus met dank aan de stoffen bekledingselementen op de deurpanelen. Dat bleek ook voor mijn tienjarige dochter een verrassing hoewel volgens haar “de stof een beetje kriebelde”. Welkom in mijn kinderjaren…

Verbazend comfortabel

Renault R4L oldtimer

Je vindt snel een goede rijhouding, maar je moet de achteruitkijkspiegels wel manueel verstellen door de schuifruitjes te openen, wat typisch is voor de R4. De motor start alsof hij net uit de fabriek komt.

Je pakt de schakelpook die, net als bij de 2PK, op het dashboard zit om vloerruimte vrij te houden. De vergrendelingen zijn vrij nauwkeurig en de koppeling grijpt soepel aan. Aanvankelijk is het even wennen aan de overbrenging van de stuurinrichting, want omdat er geen stuurbekrachtiging is, moet het stuur groot zijn en de overbrenging klein waardoor je veel moet draaien.

De R4 deint soepel over de wegen rond het Mahy Collection museum, onze plaats van afspraak. De malse demping tijdens het rijden is opvallend, wat de rijervaring bijzonder comfortabel maakt. De ophanging incasseert alle onregelmatigheden, groot of klein, zonder verpinken en vanuit het interieur lijk je wel te zweven. Kortom, op dit vlak hoeft hij niet onder te doen voor zijn hedendaagse soortgenoten.

Vertrouwen groeit gaandeweg

Renault R4L oldtimer

In bochten gaat het koetswerk flink overhellen, maar je raakt eraan gewend en het lijkt logisch. Ook de (trommel)remmen vergen aanvankelijk enige gewenning omdat ze niet meteen bijten. Pas wanneer je het rempedaal gedecideerd intrapt, gaat de wagen ook doeltreffend vertragen. Wanneer je dat eenmaal doorhebt, groeit het vertrouwen. De motor kwijt zich uitstekend van zijn taak. Toegegeven, het is geen krachtpatser, wat met zijn 34 pk en beperkte koppel (73,5 Nm bij 2.500 opm) eerder verrassend zou zijn.

Anderzijds ontpopt het blokje zich als een soepele en evenwichtige aandrijving. Ook al is er geen toerenteller, het is opvallend hoe makkelijk de motor oppikt vanaf bijzonder lage toerentallen zonder ook maar een moment nukkig te reageren. Zo kan je perfect aan 40 km/u in vierde rijden. Het lijkt wel een handelsmerk van Renault, ook toen al. Het merk slaagt er overigens nog steeds in om zijn motoren aan de perfect gespreide transmissie te paren. Dat vertaalt zich bovendien in een zeer laag brandstofverbruik, want volgens onze gastheer gaat hij nooit boven de 6 l/100 km. 

Op het einde van onze proefrit zien we slechts lachende gezichten, zowel de passagiers als die van de bestuurder hebben genoten. Ze mochten immers proeven van een pareltje van mobiel erfgoed. De kinderen zagen me sindsdien de oren van mijn hoofd om er ook eentje te kopen. En dat blijkt niet eens onoverkomelijk, al mag je niet te lang meer wachten want de prijzen zitten in de lift. 

Reken op 5.000 euro voor een te restaureren model. Vanaf 8.000 tot 10.000 euro tik je al een rijklaar exemplaar op de kop. 

Lees meer over

Deel dit artikel

Nieuwsbrief

Of het nu gaat om het laatste autonieuws of actuele mobiliteitsonderwerpen.

Anderen bekeken ook