Deze kleine, nerveuze sportwagens staan mijlenver van de huidige machines die overlopen van testosteron en pk’s… Ze zijn vinnig, licht en vaak piepklein. Meestal leven ze helemaal op in de hoge toeren, begeleid door een heerlijk rauwe soundtrack. En vooral: ze bezorgen je een brede glimlach, want je kunt hun potentieel volledig benutten zonder meteen je rijbewijs op het spel te zetten. Dit zijn vijf sportwagens die bewijzen dat minder soms gewoon beter is.
Panhard CD (1962-1964)
We hadden deze lijst moeiteloos kunnen vullen met modellen aangedreven door de geniale tweecilinder van Panhard. De Panhard-flat-twin was hoogtechnologisch en haalde een rendement dat ruim boven dat van zijn concurrenten lag. Volgens kenners schreef hij zelfs 1.600 overwinningen op zijn naam. Sportieve afgeleiden waren er dan ook genoeg, met DB, Monopole, Arista en nog vele andere. Wij kozen voor de Panhard CD om zijn door de wind geboetseerde lijn, maar ook omdat deze coupé in competitieversie de prestatie-index won tijdens de 24 Uren van Le Mans van 1962.
Vandaag moet je eerst al een CD zien te vinden, want er zijn slechts 160 exemplaren gebouwd. Het hart van de wagen is de motor en die vraagt erg nauwkeurig onderhoud. Door het beperkte aantal transacties is een exacte waarde moeilijk te bepalen, maar reken zeker op meer dan 55.000 euro. Het is trouwens de enige voorwielaandrijver uit deze lijst.
Advertentie – lees hieronder verder
Abarth 595 EsseEsse (1964-1971)
Het recept is simpel: neem een gewone Fiat 500 en geef hem aan ‘tovenaar’ Carlo Abarth. Met zowat honderd extra kubieke centimeter leverde de motor eerst (we schrijven 1957 en het ging nog om een kit) 19 pk. Later werd de auto echt verkocht en ging het hard vooruit, tot zelfs 38 pk in de versie van 690 cm³. De Abarth-uitlaat doet ‘poem-poem-poem’, de motorkap blijft op een kier om de warmte af te voeren en het kleine bommetje kon zelfs sneller dan de wettelijke snelweglimiet. Lach niet: sommige versies wogen minder dan een halve ton.
Vandaag vind je vooral… valse exemplaren. Je eerste taak wordt dus speurwerk. Reken op 30.000 tot 50.000 euro voor een echte en mishandel die arme versnellingsbak niet, want die vraagt wat finesse.
BMW 700 Coupé/Sport/CS (1959-1965)
Hij oogt onschuldig, maar het is deze auto die BMW eind jaren vijftig van het faillissement redde. Nog voor het tijdperk van gespierde berlines zette de BMW 700 het merk op de kaart in de autosport dankzij zijn van de motorfiets afgeleide motor en zijn voor die tijd erg moderne zelfdragende koetswerk. In de Sport- of CS-versie levert de dappere flat-twin van 697 cm³ 40 pk, goed voor een topsnelheid van 135 km/u.
Vandaag kost een goed rijdend exemplaar vaak meer dan 25.000 euro. Alleen moet je er eerst nog een vinden. Een trip naar Duitsland is wellicht onvermijdelijk… Corrosie blijft het grote zwakke punt, zoals bij de meeste auto’s uit de jaren zestig.
Toyota Sports 800 (1965-1969)
De Toyota Sports 800, bijgenaamd ‘Yota-Hachi’, is het spirituele kleine zusje van de mythische 2.000 GT. Dankzij het intensieve gebruik van aluminium wordt hij aangedreven door een tweecilinder boxermotor van 790 cm³ met 45 pk. Wat hem echt uniek maakt, is zijn uitneembare Targa-dak, waarmee je na demontage volop van de buitenlucht geniet. Ongelooflijk vinnig en alert, maar bij ons haast onvindbaar, want bijna alle 3.131 gebouwde exemplaren bleven in Japan.
Een betrouwbare waarde bepalen is dus lastig: exemplaren wisselden al van eigenaar tussen 30.000 en… 90.000 euro. Voor de zoektocht naar onderdelen heb je al onze sympathie. Wat een heerlijk machientje!
NSU Sport Prinz (1958-1967)
De NSU Sport Prinz, getekend door Bertone, oogt verrassend volwassen. Onder die elegante lijnen verwacht je een mooie viercilinder… maar nee: het is een verticale tweecilinder met bovenliggende nokkenas van 583 cm³. Met 30 pk is dit motortje een echte kleine turbine die dol is op toeren draaien, begeleid door een ratelend geluid. 120 km/u is haalbaar, maar opgepast voor zijwind, want dit lichte wagentje heeft duidelijk het typische karakter van een auto met alles achteraan.
Vandaag is een exacte prijs moeilijk te geven, maar voor een degelijk exemplaar (geen concourswagen) moet je rekenen op 10.000 tot 15.000 euro. Voor zowel de auto als de onderdelen zul je opnieuw de Rijn moeten oversteken.
Ontdek alle oldtimers op Autoclassic.be
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be