1. Een moderne autoband
“Door zijn ophanging en ontwerp beweegt een oldtimer meer op zijn banden”, legt Maxime Slegers van SLG Classic Cars uit. “Het probleem is dat veel moderne banden erg hoekig zijn en niet gemaakt om veel zijdelingse vervorming op te vangen. Bij oudere wagens staan de banden namelijk niet altijd loodrecht op het wegdek.”
Maxime raadt daarom aan om te kiezen voor reproducties van klassieke banden: ze zien er niet alleen vintage uit, maar zijn ook beter afgestemd op de technische eigenschappen van oldtimers. “Een Chinese band met een klassieke look is meestal beter dan een bestelwagenband of erger nog een aanhangwagenband.”
Goed om te weten: veel fabrikanten bieden tegenwoordig retrobanden aan met de nieuwste technologieën. Er is wel één uitzondering: geef altijd de voorkeur aan radiaalbanden, ook als de auto oorspronkelijk diagonaalbanden had. De wegligging en veiligheid gaan er spectaculair op vooruit.
Advertentie – lees hieronder verder
2. Afwijken van de originele afmetingen
Tegenwoordig zijn auto’s standaard uitgerust met brede sloffen. Maar vroeger – in de jaren vijftig en zestig – reden wagens vaak rond met smalle bandjes van 155 mm breed. Dat lijkt vandaag piepklein, en dus proberen eigenaars soms het uiterlijk wat ‘stoerder’ te maken met bredere banden. Je laat die gedachte beter varen. Hou je aan de oorspronkelijke specificaties: het onderstel is niet ontworpen om zulke brede banden aan te kunnen, wat gevolgen heeft voor de duurzaamheid van de onderdelen en het rijgedrag. Bovendien ben je dan simpelweg niet meer conform de richtlijnen van de constructeur, wat je een rode kaart bij de technische keuring kan opleveren.
Let wel: sommige bandenmaten zijn vandaag simpelweg niet meer verkrijgbaar. In dat geval heb je uiteraard geen andere keuze dan een maat te zoeken die er zo dicht mogelijk bij aanleunt. Dat is altijd beter dan een oud stel banden opnieuw te monteren.
3. De leeftijd van de band negeren
Dit is waarschijnlijk een van de meest klassieke valkuilen: een band kan er nog goed uitzien en een ongeschonden profiel hebben, maar dat betekent niet dat hij nog geschikt is voor op de weg. Na verloop van tijd verhardt het rubber en ontstaan er kleine scheurtjes… met rampzalige gevolgen voor de grip. In extreme gevallen kan een band zelfs ontploffen (echt gebeurd). Kort gezegd: tien jaar is het absolute maximum voor een band – zelfs als hij nooit gebruikt werd – omdat hij zijn prestaties verliest. Controleer dus altijd de productiedatum (DOT-code), uitgedrukt in weken en jaren.
4. Geen binnenband gebruiken waar dat wel moet
Bij oudere voertuigen – vooral die met spaakwielen – zijn de velgen vaak ontworpen voor gebruik met binnenbanden. In dat geval moet je goed opletten welk type band je kiest: veel moderne tubeless banden zijn niet geschikt om met een binnenband te rijden. Dat kan leiden tot wrijving en versnelde slijtage aan de binnenkant (ook hier weer spreken we uit ervaring). Maxime voegt er wel aan toe: “De spaakwielen die vandaag opnieuw geproduceerd worden, zijn bedoeld voor tubeless banden, dus zonder binnenband.”
5. De vroeger aanbevolen bandendruk volgen
“Tot in de jaren zestig en zeventig gaven constructeurs vaak bijzonder lage bandendrukken op. Maar met de moderne, hoekigere banden mik je vandaag beter iets hoger”, zegt Maxime. Volgens bandenspecialisten zit je meestal goed met een druk tussen 1,8 en 2,2 bar. Hier komt het wel wat op gevoel aan: je past de druk dus best aan op basis van het rijgedrag van de wagen en de slijtage van de band.
Bonus: vergeet de uitlijning niet
Nog een laatste tip voor onderweg? Als je toch je banden vervangt, laat dan meteen de uitlijning controleren. De meerkosten zijn verwaarloosbaar in vergelijking met de winst aan veiligheid. Een auto met een verkeerde wielgeometrie betekent immers niet alleen minder stabiel rijgedrag, maar ook een snellere en onregelmatige slijtage van de banden.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be