1. Verplichte uitrusting
Welke rit je ook maakt, met welke wagen dan ook: de wettelijke kit, net zoals de autopapieren, is uiteraard verplicht. Die kit bestaat uit een veiligheidshesje, een gevarendriehoek, een brandblusser en een verbandkist. Omdat een oldtimer nu eenmaal minder betrouwbaar is, raden we aan om extra waakzaam te zijn: de brandblusser mag niet vervallen zijn, de gevarendriehoek moet nog stevig rechtop staan, en vooral: neem evenveel veiligheidshesjes mee als er passagiers zijn.
2. Reserveonderdelen
Een grondige controle voor elk lange rit is een must, zeker voor de oudere modellen met vaak kortere onderhoudsintervallen. Zelfs met een goed onderhouden auto, neem je best ook wat essentiële onderdelen mee: verdelerkap, bougies, benzineslangen, lampjes, zekeringen, riemen, injectoren, contactpuntjes, condensatoren (indien van toepassing) enzovoort. Vergeet ook geen klein materiaal dat altijd van pas komt, zoals ijzerdraad, slangklemmen, isolatietape en elektriciteitsdraad. En uiteraard is een reservewiel onmisbaar. Zorg dat het in goede staat is en correct opgepompt. Vergeet ook de krik en het gereedschap om het wiel los te maken niet (wielsleutel of hamer).
Advertentie – lees hieronder verder
3. Gereedschap
Dat spreekt voor zich, denk je misschien. En inderdaad, een uitgebreide gereedschapsset is een must: schroevendraaiers, sleutels, doppen, tangen (langbektang, kniptang, gewone tang of draadstriptang), voelermaten, startkabels, hamer enzovoort. Een speciale vermelding voor liefhebbers van Britse wagens: controleer of je sleutels in imperiale maten zijn, en niet metrisch. Om je mooie witte hemd schoon te houden, neem je ook best een overall, een paar doeken, handschoenen, een magnetische zaklamp en een bus kruipolie zoals WD-40 mee.
4. Vloeistoffen
Als je motor gesmeerd wordt met 20W50-olie of een monograde olie, neem dan zeker genoeg mee: je vindt die onderweg niet altijd gemakkelijk. Vergeet ook geen beetje versnellingsbakolie, rem- en koppelingsvloeistof (vaak DOT 4), en gedemineraliseerd water of – beter nog – kant-en-klare koelvloeistof.
5. Reservetelefoonbatterij
Tegenwoordig is je telefoon een onmisbare bondgenoot tijdens elke reis met een oldtimer. Bij pech of een foute afslag volstaat vaak één telefoontje om alles op te lossen… op voorwaarde dat je batterij het niet begeeft. Een tip uit eigen ervaring: neem altijd een powerbank mee. Bij een incident moet je soms meerdere oproepen doen om een takeldienst te vinden, en als je telefoon het dan begeeft – zeker op een afgelegen landweggetje – wordt de situatie al snel lastig.
Maak van de gelegenheid gebruik om ook een lijst met nuttige nummers voor te bereiden: je pechverhelping (vaak inbegrepen in oldtimerverzekeringen, maar controleer de voorwaarden), je overnachtingsplaatsen (om hen te verwittigen bij vertraging) of zelfs een lijst met professionals op je route. Nog een extra tip: ben je lid van een club? Kijk dan of er leden op je traject wonen. Dat kan handig zijn bij pech… en leuk om even van gedachten te wisselen met een andere liefhebber.
Rest ons alleen nog je veel succes te wensen met het inladen van al dat materiaal en vooral: goede reis!
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be