Op Tesla en voorman Elon Musk valt één en ander aan te merken, maar de revolutie die het op de automarkt heeft ontketend is wel opmerkelijk. Toen de Model S in 2012 op de markt kwam, had geen enkele van de traditionele Europese luxemerken een antwoord in de mouw. Er was wel de even opzienbarende BMW i3-stadswagen, maar op een echt antwoord was het wachten tot liefst 2018 en de Jaguar I-Pace en Audi E-tron.
Beide zijn inmiddels alweer van de markt gehaald. Jaguar bouwt op dit moment zelfs helemaal geen auto’s meer, in afwachting van de nakende wedergeboorte. Bij Audi betekende het einde van de Belgische fabriek, in Vorst, meteen ook het einde van de E-tron, die daar gebouwd werd, de laatste jaren onder de naam Q8 E-tron.
Peperdure auto’s waren het in hun tijd, net als de Mercedes EQC die het jaar daarop kwam, of de BMW iX3 uit 2020. De technologie evolueert echter razendsnel, en wat een half decennium geleden vooruitstrevend was, is vandaag verouderd.
Rijbereik en snellaadvermogen bepalen de prijs
En daarmee keldert ook de tweedehandsprijs, want vandaag betaal je voor zulke auto’s soms nauwelijks een kwart van de nieuwprijs.
Advertentie – lees hieronder verder
Twee parameters zijn hierin allesbepalend: het rijbereik en het vermogen om snel te laden. Wat dat betreft zijn deze Europese luxe-EV’s achterhaald. Wie echter genoegen kan nemen met wat tot voor kort nog het neusje van de zalm was, kan hier een goede zaak doen.
Belgisch fabrikaat
De in België gebouwde Audi (Q8) E-tron is een goed voorbeeld: nieuw kostte die bij lancering eind 2018 82.400 euro, wat destijds goedkoper was dan de ietwat vergelijkbare Model X van Tesla. Vandaag staan exemplaren uit de eerste productiejaren te koop voor 20 à 25.000 euro.
Vaak gaat het wel over de variant met de kleinere batterij, de 50, met een capaciteit van 71,2 kWh. Het grote nadeel van de E-tron was zijn overdreven stroomverbruik van goed 25 à 30 kWh/100 km, waardoor je een klein reëel rijbereik haalt van zo’n 250 à 300 kilometer.
Het snellaadvermogen van deze instapversie is met 120 kW ook al wat achterhaald, waardoor de E-tron als reiswagen gecompromitteerd is, toch vergeleken met hedendaagse EV’s die honderden kilometers ver rijden én bliksemsnel laden. Voor wie echter nauwelijks buiten de landsgrenzen komt, kan dit een interessant koopje zijn.
Andere E-tron-varianten hebben betere cijfers, maar zijn tweedehands ook wat duurder. Al is zo’n 35.000 euro nog steeds weinig voor zulk een riante en prachtig ingerichte SUV.
Engelse pionier
In dezelfde prijsklasse zit de Jaguar I-Pace, die in 2018 een kleine 80.000 euro kostte en vandaag te krijgen valt voor een dikke 20.000 euro. Die kwam bij aanvang op de markt met een accu van 90 kWh en 2 motoren, waarmee hij haast misselijkmakend snel accelereerde.
Ook hier is de snellaadcapaciteit een lachertje, met een vermogen van amper 85 kilowatt. Dat probleem droeg hij mee tot aan het einde van de productie in 2025, wat mogelijk een reden is waarom hij inmiddels weer uit het straatbeeld verdwenen lijkt.
Maar ook hier geldt dat de I-Pace met zijn reëel rijbereik van meer dan 350 kilometer prima dienst kan doen voor wie niet verder dan rond de spreekwoordelijke kerktoren rijdt. Voor de prijs van een Dacia Spring met wat opties dan nog.
Ster onder stroom
De EQC was de eerste op (relatief) grote schaal gebouwde elektrische Mercedes, en was slechts 4 jaar in productie, alvorens hij werd afgelost door een reeks modernere EV’s uit Stuttgart.
Zijn accu was wat kleiner, met 80 kWh, maar hij was ook wat zuiniger, waardoor hij een reëel rijbereik van een kleine 400 kilometer haalde. Met 100 kW was ook hier het snellaadvermogen niet wat we vandaag gewend zijn.
De nieuwprijs lag destijds eveneens rond de 80.000 euro. Maar tweedehands is hij vandaag wel wat duurder dan eerdervermelde soortgenoten. Reken eerder op 35 à 40.000 euro.
BMW uit China
BMW koos in 2020 voor een alternatieve route, door zijn X3 in samenwerking met Chinese partner Brilliance ginder te laten ombouwen tot EV. Net als eeuwige rivaal Mercedes zette het in op een iets kleinere batterij in combinatie met een lager verbruik, wat ook hier resulteerde in een reëel rijbereik van zo’n 400 kilometer.
Ook het snellaadvermogen was nagenoeg identiek, met 104 kilowatt. Dat is weinig, vergeleken met de 230 kW van de nieuwe iX3, maar bruikbaar.
De tweedehandsprijs is vergelijkbaar met die van de Mercedes EQC: zo’n 35 à 40.000 euro. Of minder bij kilometerstanden boven de 100.000.
En Porsche?
Ook de Porsche Taycan stamt uit die periode, en was met zijn 800 volt-architectuur die sneller opladen mogelijk maakt zijn tijd vooruit. Dat, en wellicht ook de familienaam, maken hem duurder op de occasiemarkt. Voor minder dan 50.000 vind je er nauwelijks, al is dat nog steeds slechts de helft van wat de eerste eigenaar er de afgelopen 5 jaar voor neertelde.
Een alternatief is de technisch nagenoeg identieke Audi E-tron GT. Die zit in dezelfde prijsklasse op de tweedehandsmarkt.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be