Beide modellen hebben een totaal verschillende look en dat maakt het kiezen natuurlijk iets gemakkelijker. Het logo doet ook veel: de ene persoon zal bij Audi zweren terwijl Jaguar voor anderen toch nog iets meer tot de verbeelding spreekt. In ieder geval zijn zowel de I-Pace als de e-tron zeer moderne wagens. Dat is met name aan hun binnenkant merkbaar. Beide cockpits zijn bezaaid met schermen en uiteraard mogen we hier van “hyperconnectiviteit” spreken. De Audi is wat dat betreft nog iets vooruitstrevender dan de Jaguar. Denk maar aan de (optionele) camera’s in de plaats van buitenspiegels.

Praktisch en snel

De Audi en Jaguar zijn allebei geschikt als gezinswagen, met genoeg plaats voor vier en met een zeer behoorlijk koffervolume: 660 liter voor de eerste, 656 liter voor de tweede. Op motorisch vlak dan vertrouwt de Jaguar op twee elektromotoren (één per as) die een totaalvermogen van 400 pk en 696 Nm koppel beloven. Dezelfde architectuur geldt voor de Audi, met 360 pk en 660 Nm tijdens de normale gang van zaken en tot 408 pk met een tijdelijke overboost.

De I-Pace schiet het snelst uit zijn startblokken (0 tot 100 km/u in 4,8 seconden, tegenover 5,7 seconden voor de Audi) én hij verbruikt de minste energie. Zijn accu van 90 kWh biedt een actieradius van 480 km (WLTP-cyclus), terwijl zijn Duitse concurrent ‘slechts’ 400 km haalt (WLTP) ondanks de extra 5 kWh. Hoe dat komt? De Audi weegt 200 kg meer dan de Jaguar…

Opladen dan? Het duurt 30 minuten om 80% van de capaciteit van de Audi e-tron via 150 kW snelladers terug te krijgen en 45 minuten voor de Jaguar I-Pace, waarvan de belasting beperkt is tot 100 kW. Thuis opladen kan ook, al neemt zo’n sessie 8 tot 10 uur in beslag. Vergeet in ieder geval het klassieke stopcontact…