Op de Belgische tweedehandsmarkt is ongeveer één op de acht auto’s ingevoerd. Ze vormen dus een minderheid, maar brengen wel meer risico’s met zich mee. Er kunnen grote verschillen zijn tussen een ingevoerde wagen en een auto die altijd in België heeft gereden. En dat is lang niet altijd in het voordeel van kopers, die over de grens vaak op zoek gaan naar lagere prijzen.
Volgens carVertical, dat zich baseert op gegevens van januari 2025 tot maart 2026, had 50,6% van de ingevoerde voertuigen een schadeverleden, tegenover 35,3% van de auto’s die al op de Belgische markt aanwezig waren. Met andere woorden: een ingevoerde wagen loopt ongeveer 1,4 keer meer risico op een schadeverleden. Dat is niet echt verrassend, maar wel typisch voor de markt. Schadewagens worden in het buitenland vaak goedkoper hersteld, soms met niet-originele onderdelen, en daarna opnieuw verkocht. Een perfect ogende carrosserie kan dus ernstige structurele schade verbergen, die in sommige gevallen zelfs de veiligheid van de wagen in het gedrang brengt.
Wanneer het verleden verdwijnt
Het probleem is dat een wagen zijn historiek grotendeels kwijtraakt zodra hij de grens overgaat. Elk land beheert zijn eigen databanken en doordat die gegevens niet automatisch uitgewisseld worden, ontstaat een grijze zone waarvan sommige malafide verkopers – en zelfs particulieren – misbruik maken.
Advertentie – lees hieronder verder
Dat blijft niet beperkt tot schadegevallen. Ook op het vlak van kilometerfraude zijn de verschillen groot. Het jaarverslag 2025 van vzw Car-Pass is duidelijk: ingevoerde voertuigen vertonen een fraudepercentage van 0,50%, tegenover 0,12% voor auto’s van Belgische oorsprong. Dat is vier keer zoveel. Bij kilometerfraude verdwijnt gemiddeld bijna 80.000 km van de teller.
Eén Car-Pass, geen twee
Het voordeel voor wie een Belgische auto koopt, is uiteraard de Car-Pass, die de kilometerhistoriek van elk voertuig sinds de eerste inschrijving bijhoudt. Daardoor is kilometerfraude op de binnenlandse markt vrijwel verdwenen. Maar de Car-Pass kan de voorgeschiedenis van een ingevoerde auto niet reconstrueren, omdat zo'n wagen vaak met een onvolledige historiek in België aankomt.
De Europese Commissie liet zich daar expliciet door inspireren in haar pakket rond de technische keuring, voorgesteld in april 2025. Dat voorziet onder meer nationale kilometerregisters in alle lidstaten en een grensoverschrijdende uitwisseling van gegevens telkens wanneer een voertuig een grens oversteekt. De Raad van de EU bepaalde zijn standpunt in december 2025. In mei 2026 stemde ook de vervoerscommissie van het Europees Parlement voor het voorstel. Op het moment waarop dit artikel werd geschreven, moesten de plenaire goedkeuring en de onderhandelingen met de lidstaten echter nog starten. Daarna krijgen de lidstaten nog twee tot drie jaar om de regels om te zetten in nationale wetgeving. Een concrete invoering vóór 2029-2030 lijkt daardoor weinig waarschijnlijk.
Wat kopers verwachten
Tot die tijd blijven kopers kwetsbaar. Volgens een enquête van carVertical bij 14.000 Europese automobilisten (waarbij enige voorzichtigheid geboden is, aangezien het bedrijf zelf belang heeft bij het onderwerp) vindt 92,2% dat verkopers wettelijk verplicht zouden moeten worden om eerdere schade te melden. Daarnaast zegt 63,9% bereid te zijn meer te betalen voor een wagen waarvan officieel bevestigd is dat hij nooit een ongeval heeft gehad. De vraag naar meer transparantie is dus duidelijk aanwezig, maar daarvoor is nog wat geduld nodig.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief