Het systeem van de bedrijfswagen in België is uniek. Nergens anders kunnen werknemers (of zelfs zelfstandigen) tegen zulke lage kosten gebruikmaken van een wagen. Om dit bijzondere fenomeen te begrijpen, moeten we terug naar de jaren negentig, toen de Belgische autofabrieken nog op volle toeren draaiden.
In die periode zocht de overheid naar manieren om de fiscale druk op bedrijven te verlichten. België hanteerde (zoals vandaag nog altijd het geval is) een van de hoogste lasten op arbeid. Een werkgever moet tot 2,5 keer zoveel betalen als het nettoloon dat zijn werknemer ontvangt – een bedrag dat verdwijnt in sociale bijdragen, bedrijfsvoorheffing, tal van belastingen en extra heffingen, en ga zo maar door. Om die druk te verlagen, besloot de regering een reeks extralegale voordelen in te voeren, zoals maaltijdcheques, een gsm of een bedrijfswagen. Die voordelen zijn een stuk minder zwaar belast (30% voor de werkgever, 40% voor de werknemer).
Bovendien viel het verlies voor de Belgische staat toen nog mee: een deel van de auto’s werd immers nog in België gebouwd (Opel, Ford, Volkswagen, Renault en Volvo), wat zo’n 20.000 jobs opleverde. En bij elke verkochte wagen vloeide er 21% btw naar de staatskas, naast de extra verkeersbelasting, inschrijvingstaks en dergelijke. Nee, de staat kwam er nooit bekaaid van af.
Advertentie – lees hieronder verder
Blijvende groei
In meer dan dertig jaar werd dit systeem niet in vraag gesteld. Of toch amper. Af en toe duikt het wel op in debatten van linkse of groene partijen, maar tot vandaag bleef het altijd bij discussies over het onderwerp.
Intussen blijft het aantal bedrijfswagens in België gestaag toenemen. Volgens een rapport van de RSZ telde ons land eind 2024 niet minder dan 572.416 bedrijfswagens. Dat is een lichte stijging van 0,7% tegenover 2023, maar vergeleken met 2022 bedraagt de toename liefst 10,9%.
Maar hoe valt die stijging te rijmen met de maatschappelijke trend om minder te consumeren, zeker wat auto’s betreft? Volgens waarnemers is de arbeidsmarkt erg krap geworden. Daardoor proberen bedrijven jonge talenten te verleiden met extra voordelen, zoals een bedrijfswagen. Het aantal bedrijven dat zo’n wagen aanbiedt, steeg trouwens met 3,6%. Het gaat dus niet alleen om meer werknemers die er recht op hebben, maar ook om meer werkgevers die het voordeel aanbieden. Volgens consultants van KPMG, geciteerd door L’Écho, weigeren sommige werknemers zelfs een job als er geen wagen bij hoort. Werkgevers hebben dus weinig keuze, zelfs in kmo’s waar dit vroeger niet gebruikelijk was.
Steeds vaker elektrisch
Er is wel een paradigmashift zichtbaar in de gekozen bedrijfswagens. In 2022 reed nog 50% van de bedrijfswagens op benzine of diesel, eind 2024 was dat nog maar 10%. Zes op de tien nieuwe bedrijfswagens zijn nu volledig elektrisch, aldus de RSZ.
De opmars van bedrijfswagens hangt ook samen met nieuwe systemen. Steeds meer bedrijven bieden ‘cafeteriaplannen’ aan, waarbij werknemers hun voordelen zelf kunnen samenstellen – en dus (deels) een bedrijfswagen kunnen financieren. En dat doen ze massaal, wat niet verwonderlijk is met de huidige kosten voor auto’s, brandstof (om het even welke), verzekeringen, belastingen enzovoort.
Betekent dit dat alternatieve oplossingen aan geloofwaardigheid verliezen? Niet noodzakelijk, want ook het mobiliteitsbudget (waarmee je voordelen krijgt als je je bedrijfswagen inlevert) is vorig jaar gegroeid. Liefst 18.386 mensen kozen ervoor, dubbel zoveel als in 2023. Een verbetering, maar specialisten zijn het erover eens dat het mobiliteitsbudget nog te weinig wordt aangeboden door bedrijven. Die vrezen vooral de administratieve lasten die ermee gepaard gaan. Of dat vanaf 2026 verandert, blijft afwachten. Vanaf dan zijn alle bedrijven immers verplicht om het mobiliteitsbudget aan te bieden.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be