Decennialang werkte de auto-industrie volgens een vast stramien: een model werd gedurende meerdere jaren ontwikkeld, kwam op de markt, kreeg halverwege zijn levenscyclus een facelift met verbeteringen en maakte uiteindelijk plaats voor een opvolger.
Die cyclus duurde doorgaans zeven jaar, soms minder (bij Japanse merken vaak zes jaar) en soms langer. Eén ding stond vast: bij elke lancering stond er vanaf de eerste dag een volledig afgewerkt product. Chinese constructeurs hebben die planning echter overhoopgehaald. Bij BYD, Chery en Geely duurt de ontwikkeling van een model minder dan 24 maanden, tegenover 45 tot 50 maanden in Europa. Maar het belangrijkste verschil is dat de lancering niet langer het einde van de ontwikkelingsfase betekent, maar juist het begin ervan. En precies dat verandert alles, vooral voor de automobilist.
Advertentie – lees hieronder verder
Renault doet mee
Auto's worden voortaan dus in bijzonder korte tijd ontwikkeld en meteen daarna op de markt gebracht. Dat betekent dat ze veel minder uitgebreid worden getest dan vroeger en dat de eerste correcties niet meer vóór de lancering gebeuren, maar pas erna, via software-updates op afstand (OTA).
Het Franse merrk Renault omarmt deze aanpak. Fabrice Cambolive, algemeen directeur van het merk, verklaarde aan de pers dat de wedloop om nieuwe koetswerkvormen voorbij is en dat de groep voortaan kiest voor het principe van ‘continue verbetering’. Het programma Leap 100 heeft zijn nut al bewezen: de nieuwe Twingo E-Tech werd in honderd weken ontwikkeld, de helft van de tijd die nodig was voor de eerdere R5. Renault wil dit tempo nu toepassen op al zijn toekomstige modellen.
Concreet zullen modellen voortaan vooral evolueren via software-updates op afstand in plaats van fysieke facelifts. Tegelijk zullen westerse merken (in tegenstelling tot Chinese constructeurs, die over meer financiële middelen beschikken) ook het aantal nieuwe koetswerkvarianten beperken om hun gamma's te vereenvoudigen. BMW en Volkswagen hebben eveneens beslist om de komende jaren heel wat modellen te schrappen, ook om kosten te besparen.
Klant krijgt onafgewerkte auto
Deze nieuwe aanpak heeft gevolgen voor automobilisten. Wie een bestelbon ondertekent, verwacht immers geen bètaversie van een auto. De klant betaalt voor een voertuig waarvan hij mag aannemen dat het grondig getest en afgewerkt is. Maar volgens het principe van continue verbetering krijgt hij een voorlopige versie die de constructeur in de daaropvolgende maanden belooft te verbeteren. Als het systeem goed werkt, krijgt de auto na verloop van tijd extra functies. Werkt het niet, dan kunnen de problemen zich opstapelen zonder dat de eigenaar daar veel aan kan doen.
Advertentie – lees hieronder verder
Verontrustende cijfers
De onlangs op Gocar.be besproken J.D. Power China Vehicle Dependability Study 2026 bevestigt deze vaststelling. Met gemiddeld 192 problemen per 100 voertuigen is de betrouwbaarheid van Chinese auto's voor het eerst sinds 2022 weliswaar verbeterd, maar ze blijft kwetsbaar, vooral na drie tot vier jaar gebruik. De meeste problemen zijn elektronisch van aard: infotainmentsystemen (15,9% van de problemen) en rijhulpsystemen (8,6%). Het zijn dus precies de softwaresystemen die via updates op afstand verbeterd moeten worden, die problemen veroorzaken. De vraag is of klanten bereid zijn als proefkonijn te dienen. Maar hebben ze eigenlijk wel een keuze?
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte: