Ondanks zijn onmiskenbare prestige wordt Maserati al jaren minder gewaardeerd dan zijn rivalen. Nochtans hebben de modellen heel wat troeven en zijn ze soms minstens even begeerlijk als de concurrentie. Alleen blijven de prijzen opvallend lager. Dit zijn vijf modellen die je in de gaten moet houden.
Maserati Biturbo (1981-1994)
Dit is zonder twijfel een gewaagde keuze. Toen het merk overgenomen werd door Alejandro de Tomaso, gooide hij het roer volledig om met populairdere modellen, maar wel met gedurfde biturbomotoren. Helaas: de presentatie was aantrekkelijk en de prestaties indrukwekkend, maar de betrouwbaarheid liet vaak te wensen over. De Biturbo-familie groeide uit tot een haast eindeloze reeks modellen: Biturbo S, Si, daarna de 222, 420/425/430, zonder de door Zagato ontworpen cabrio’s of de berlines uit hetzelfde universum te vergeten.
Vandaag geldt vooral één waarschuwing: schijn bedriegt. Je vindt exemplaren voor minder dan 10.000 euro, maar soms moet je datzelfde bedrag nog eens investeren om hem echt in orde te krijgen. Kies dus uitsluitend voor de beste exemplaren, onderhouden door erkende specialisten die weten hoe ze het model betrouwbaarder kunnen maken. Je betaalt misschien het dubbele, maar dat is de prijs voor zorgeloos genieten van de wilde acceleraties van deze Maserati.
Advertentie – lees hieronder verder
Maserati Ghibli 2 (1992-1997)
Hij draagt de naam van een van de bekendste GT’s van het merk, maar is vooral de erfgenaam van de Biturbo-dynastie, inclusief de V6-biturbomotor. De eerste versie met 2.0 leverde 306 pk, terwijl de latere 2.8 minder vermogen had (287 pk), maar veel meer koppel bij lage toerentallen bood.
Met zijn uitgesproken karakter, prestigieuze naam en bijzonder verzorgde interieur is de Ghibli 2 vandaag een koopje. Voor ongeveer 30.000 euro krijg je enorm veel auto voor je geld. Maar let opnieuw op het onderhoud en de historiek. Gaat er iets mis – en dat kan gebeuren – dan loopt de rekening snel op.
Maserati 3200 GT, Coupé, Gransport en Spyder (1998-2007)
De 3200 GT herken je meteen aan zijn beroemde achterlichten in boemerangvorm. Maar vooral het vurige karakter van de motor maakt indruk. Zijn V8-biturbo stuurt 320 pk naar de achterwielen met zichtbaar enthousiasme. De facelift, eenvoudigweg Coupé genoemd maar ook bekend als 4200 GT, is eveneens interessant. Hij verloor de boemeranglichten én de Maserati-V8, maar kreeg in ruil een atmosferische Ferrari-V8 van 4,2 liter met tot 400 pk in de Gransport-versie, goed voor een ronduit spectaculaire soundtrack.
Hoewel deze Maserati’s minder fragiel zijn dan eerdere modellen, vragen ze nog altijd een nauwgezet onderhoud. Zoek alleen de beste exemplaren met manuele versnellingsbak, die bijzonder zeldzaam zijn bij de Coupé, aangezien de meeste uitgerust werden met de gerobotiseerde Cambio Corsa-transmissie. Reken op minstens 30.000 euro voor een mooi exemplaar bij een professional. Perfect onderhouden Spyder-versies kosten nog een flink stuk meer. Wie verder kijkt op de tweedehandsmarkt, merkt dat ook de volgende generatie GranTurismo stilaan interessant geprijsd raakt.
Maserati Quattroporte V (2003-2012)
Dit is zonder twijfel de meest temperamentvolle limousine van allemaal. Een atmosferische Ferrari-V8, een perfect uitgebalanceerd chassis en een verbluffend design maken van deze Quattroporte wellicht de meest charismatische (en meest geslaagde?) van allemaal. Alleen al het motorgeluid is een aankoopargument op zich.
Niet alle versies zijn even interessant: kies liever voor de latere modellen met 4.7-motor en automatische versnellingsbak in plaats van de DuoSelect-transmissie. De prijzen starten rond 10.000 euro, maar voor een exemplaar in topstaat moet je bijna het viervoudige rekenen.
Liever een meer analoge rijervaring? Dan is de vierde generatie iets voor jou. Kies voor de V8-biturbo, eis een volledig onderhoudsdossier en hou rekening met een budget van 20.000 tot 30.000 euro. Alleen al voor de aankoop.
Maserati Indy (1969-1975)
Klassieke Maserati’s kosten traditioneel maar een fractie van wat je betaalt voor concurrenten met een steigerend paard, woeste stier of gevleugeld logo. Nu de markt van auto’s uit de jaren vijftig tot zeventig afkoelt, worden sommige modellen wel héél verleidelijk. In het geval van de Indy zijn de huidige prijzen zelfs absurd laag. Je krijgt een uitgesproken seventies-design, een V8 uit de autosport (4.2, 4.7 of 4.9), plaats voor vier personen én prijzen vanaf 50.000 euro.
Let opnieuw goed op de onderhoudshistoriek: niet elk exemplaar kreeg de nodige zorgen en die kunnen bijzonder duur uitvallen. De 4.2 is wat aan de brave kant, terwijl de America-versies beter afgewerkt zijn. Voor een mooie 4.7 America begin je eerder rond 70.000 euro, wat nog altijd ongelooflijk weinig is voor een GT met zo’n erfgoed.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be