Auto’s uit de jaren vijftig tot zeventig
We zeggen het regelmatig: de markt van auto’s uit de jaren vijftig en zestig zit in een diep dal. De waardes storten in, auto’s blijven lang te koop staan en op veilingen steken minder kandidaten hun hand op. Daar zijn meerdere redenen voor, te beginnen met de generatiewissel: een nieuwe lichting verzamelaars toont vooral interesse in recentere modellen.
Moeten we dan volgend jaar een nóg hardere klap verwachten?
Niet per se. Een maand geleden schreven we al over enkele oplevingen in deze markt. Zo herinnert Xavier Molenaar van Oldtimerfarm ons eraan dat er nog altijd kopers zijn voor de mooiste exemplaren. Die veranderen dus nog steeds van eigenaar aan stevige prijzen. Weliswaar verlaagd, maar toch stevig.
En de wrakken dan? Ook voor een exemplaar in matige of slechte staat, dat helemaal opgeknapt moet worden, bestaat er een publiek. Begin dit jaar werd een flink versleten DB4 verkocht voor 145.000 pond, bijna het dubbele van de schatting.
Advertentie – lees hieronder verder
Nog een even verrassend voorbeeld? Een DB6 die werd aangeboden voor zo’n 50.000 euro – een erg lage schatting, maar wel verklaarbaar door zijn matige staat, een onduidelijke historiek, een ongeval in het verleden én een Jaguar-zescilinder onder de motorkap, die bovendien nog gereviseerd moest worden. Resultaat: hij ging voor meer dan 80.000 euro exclusief kosten onder de hamer, terwijl er nog een pak werk nodig was om hem terug in originele staat te brengen.
Waarom zijn die wrakken zo in trek?
Als we dat laatste, wat atypische voorbeeld even buiten beschouwing laten, dan blijven er slechts een paar echte ‘wrakken in originele staat’ over. Het zijn de laatste authentieke overlevers die niet verpest zijn door een ‘foute’ restauratie. Bovendien hebben eigenaars bij de restauratie bijna volledige vrijheid om de configuratie zelf te kiezen… Al blijft de originele uitvoering meestal de verstandigste keuze.
“De kleur maakt de auto”
Heel exclusieve modellen blijven het goed doen, vooral als ze getoond worden in een originele uitvoering die tegelijk zeldzaam én aantrekkelijk is. Denk bijvoorbeeld aan een Ferrari 275 of een Lamborghini Miura in een kleur die afwijkt van het klassieke rood. Zoals Simon Kidston, een autoriteit in de wereld van klassieke auto’s, het in februari treffend verwoordde: “Colours make cars.”
Ook een gewone auto kan exclusief zijn
Nog een opvallend voorbeeld: een eenvoudige Renault Frégate, maar omgebouwd tot cabriolet in de jaren vijftig, werd onlangs voor meer dan 80.000 euro verkocht op een veiling van Aguttes. Waarom? Er zouden er maar een handvol van gebouwd zijn… Zeldzaamheid is niet allesbepalend, maar het vergroot wel je kansen.
Wat mogen we dus verwachten?
Alles bij elkaar genomen lijkt het erop dat de verkoopprijzen zich stilaan stabiliseren… maar de vraagprijzen nog lang niet. En net daar zit de finesse: de waardedaling van deze auto’s was zó bruusk dat veel exemplaren vandaag nog geadverteerd worden tegen prijzen van enkele jaren geleden, niet tegen wat ze nu écht waard zijn. Gevolg? Advertenties blijven staan en dat biedt veel onderhandelingsruimte voor wie wil kopen.
Zo kennen we een Citroën DS Cabriolet die te koop stond voor meer dan 170.000 euro, maar uiteindelijk verkocht werd voor iets meer dan 100.000 euro. Nog een sprekend voorbeeld: de Aston Martin DB2, een iconisch model dat lange tijd boven de 200.000 euro ging. Vandaag zie je ze nog altijd in advertenties aan meer dan 150.000 euro, maar één exemplaar – met een misschien wat felle kleur – werd verkocht voor 66.700 euro, inclusief premies.
Een erg mooie Jaguar E-Type Series 1 voor minder dan 90.000 euro? Dat bestaat echt. Een Corvette C2, door velen beschouwd als de beste van het merk? Die vind je vandaag tussen 50.000 en 70.000 euro. En dat is ook het prijskaartje van een Maserati Indy, een prachtige GT met een V8-motor rechtstreeks afgeleid van de racerij.
Ons advies?
Heel eenvoudig: als je een auto zo ver weet af te dingen dat een expert je toefluistert “aan die prijs is het écht een koopje”, dan ben je vast niet de enige die dat denkt. En sowieso duurt het wellicht nog een tijd voor de vraagprijzen in de advertenties zich echt aanpassen aan de realiteit van de markt.
Waarom? Omdat veel verkopers – vaak particulieren – het mentaal lastig vinden om hun auto te laten gaan voor een bedrag dat in hun ogen belachelijk laag is vergeleken met een paar jaar geleden. Daarnaast draait deze markt nog altijd op het spel van vraag en aanbod, met ruimte voor onderhandeling. Daar zijn zowel verkopers als kopers zich doorgaans goed van bewust. Er is dus altijd wat speling.
De conclusie? Trakteer jezelf op een aankoop waarvan je denkt dat de prijs juist voelt. En vergeet vooral dit niet: een oldtimer is geen speculatieobject meer, maar puur rijplezier.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be