Midden jaren zestig wilde het West-Duitse leger zijn vloot lichte voertuigen vernieuwen. Het richtte zich tot de Duitse autobouwers met een duidelijk lastenboek: het nieuwe model moest robuust, betrouwbaar en betaalbaar zijn.
Volkswagen, dat eerder al ervaring had opgedaan met de Fridolin (een bestelwagen ontwikkeld voor de Duitse post), stortte zich op het project 181. Veel onderdelen werden overgenomen uit bestaande modellen van het merk: de motor (1.5, 44 pk) en de vooras kwamen van de Kever, de vloerplaten van de Karmann-Ghia en de achteras van de Combi.
Internationaal succes
Opnieuw bleek het recept van Volkswagen succesvol: het leger bestelde een groot aantal voertuigen, waarvan de eerste exemplaren in 1969 van de band rolden. Een jaar later kwam er ook een burgeruitvoering. In 1972 werd de 181 gelanceerd in de Verenigde Staten onder de naam The Thing. In Groot-Brittannië kreeg hij in 1975 de naam Trekker, terwijl hij in Mexico werd verkocht als Safari.
Advertentie – lees hieronder verder
Eerst was de 181 uitgerust met een reductiebak aan de achterwielen om zware lasten te kunnen dragen, maar vanaf 1973 schakelde hij over op aandrijfassen, die geschikter waren voor gebruik op de openbare weg. De presentatie was eerder sober, maar dit unieke voertuig – een vierdeurs cabrio met neerklapbare voorruit – wist toch een breed publiek te charmeren. Hij groeide uit tot een vaste waarde aan stranden over de hele wereld als handige en veelzijdige vrijetijdsauto. In totaal zijn er 90.883 exemplaren gebouwd, in Duitsland, Mexico en zelfs Indonesië. In 1983 verdween hij stilletjes van het toneel en werd hij opgevolgd door de Iltis.
Waarde stijgt
Lange tijd bleef de 181 een nichemodel, alleen populair bij liefhebbers van luchtgekoelde Volkswagens. Maar de laatste jaren is hij uit de schaduw getreden, wellicht geholpen door de exploderende prijzen van strandwagens zoals de Citroën Méhari en de Mini Moke. Zijn unieke look, de vier volwaardige zitplaatsen en de ruime beschikbaarheid van onderdelen bij specialisten gaven hem een duwtje in de rug.
De 181 is leuk om te rijden en geraakt bijna overal. De stijgende vraag laat zich voelen in de prijzen: voor een degelijke basis om te restaureren betaal je vandaag al snel 7.500 euro, voor een goed exemplaar minstens 12.000 euro. Wie er een wil kopen, kiest best voor een zo compleet mogelijke wagen, want sommige specifieke onderdelen worden vandaag nog niet opnieuw geproduceerd. De burgeruitvoeringen zijn zeldzamer en kunnen daardoor een hogere waarde bereiken dan ex-legermodellen.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be