In Aragón bouwt de Chinese batterijreus CATL een nieuwe gigafabriek die de elektrische voertuigen van de Stellantis-groep moet bevoorraden. Een kolossale investering van 4,1 miljard euro, gepresenteerd als een mijlpaal voor de herindustrialisering van het oude continent.
Maar achter de grote woorden schuilt een minder fraai plaatje: de bouw wordt niet uitgevoerd door Europese bedrijven, en al helemaal niet door lokale arbeiders. De 2.000 arbeiders die naar de werf trekken, worden allemaal uit China ingevlogen.
Maar het gaat nog verder. Volgens de Financial Times blijven de arbeiders niet alleen voor de bouw; ze zullen ook ter plaatse blijven werken zodra de fabriek in 2026 opstart. Die keuze illustreert perfect de Chinese strategie: de volledige controle over hun technologie behouden — van ontwerp tot productie — zelfs als dat ten koste gaat van lokale jobs.
Europa opnieuw industrialiseren, echt?
Op papier leek de komst van zo’n fabriek aanvankelijk een overwinning voor Brussel. Het was het bewijs dat het Europese douanebeleid en de subsidies eindelijk resultaat opleverden: Aziatische batterijproducenten vestigen zich in Europa. CATL, dat sinds 2022 al in Duitsland actief is, zet zijn expansie inderdaad voort met een tweede site voor de productie van LFP-batterijen (lithium-ijzer-fosfaat).
Advertentie – lees hieronder verder
Maar de werkelijkheid ligt dus anders. Door zijn eigen personeel in te vliegen, houdt de Chinese groep de volledige technische én logistieke controle in handen. Een praktijk die een flinke deuk slaat in de zo felbegeerde herindustrialisering. Want als produceren op Europese bodem niet langer betekent dat Europese kennis en arbeid worden ingezet, dan is dat voor ons een dubbele nederlaag.
Aanhoudende afhankelijkheid
Deze aanpak legt in elk geval Pekings strategie bloot: zijn intellectuele eigendom koste wat het kost beschermen. Volgens verschillende experts in economische veiligheid is dit een manier om Europa afhankelijk te houden van Chinese technologie. Het Instituut voor veiligheidsstudies van de EU benadrukt dat Chinese bedrijven hun industriële processen extreem strikt afschermen.
CATL verdedigt zijn keuze door te wijzen op de complexiteit van de apparatuur en het belang van ervaren personeel. Officieel zouden Chinese werknemers niet meer dan 10% van het totale personeelsbestand uitmaken — een cijfer dat maar moeilijk te geloven valt. Want welke fabriek ter wereld telt 20.000 werknemers? Ter vergelijking: de gigafabrieken van Tesla draaien met ongeveer 7.000 mensen. In werkelijkheid blijven de Chinese werknemers dus de bewakers van een knowhow die Peking niet wil delen.
Dit past volledig binnen de visie van president Xi Jinping: van China een technologisch zelfvoorzienende vesting maken, terwijl de rest van de wereld afhankelijk wordt van cruciale componenten. De Verenigde Staten hebben die boodschap al begrepen: het Pentagon heeft CATL op de zwarte lijst gezet omdat het bedrijf mogelijk banden zou hebben met het Chinese leger.
Spanje verblind
Aan Spaanse kant blijft het enthousiasme echter - merkwaardig genoeg — onverminderd groot. De regionale autoriteiten prijzen een project dat banen creëert en buitenlandse investeringen aantrekt. “De betrekkingen tussen China en Spanje zijn essentieel voor deze projecten,” verklaarde Alejandro Nolasco, vicevoorzitter van de regering van de autonome gemeenschap Aragón. De gedachte aan een langdurige Chinese aanwezigheid in Spanje — of breder nog, op Europees grondgebied — lijkt hen nauwelijks te verontrusten.
En dit blijft waarschijnlijk niet bij één voorbeeld. Andere Chinese giganten, zoals AESC en Gotion, plannen al vergelijkbare installaties in Spanje en Duitsland, soms zelfs in samenwerking met Volkswagen.
Dit gedrag past volledig in het patroon dat we al jaren zien. Voor talloze grondstoffen is China de enige realistische leverancier. Het land controleert alles: van de winning van lithium tot het ontwerp van de machines die onze gigafabrieken draaiende houden. Peking kan dus op elk moment — als het dat wil — de kraan dichtdraaien.
Maar hier komt de pijnlijke waarheid: om goedkoper te produceren en hogere marges te halen, hebben we ons jarenlang volledig afhankelijk gemaakt van China, in plaats van eigen alternatieven te ontwikkelen. En nu betalen we de prijs.
In deze context luiden steeds meer waarnemers en economische spelers (nog maar eens …) de alarmbel en roepen ze op om uit de Chinese val te stappen. Maar de realiteit is ontnuchterend: de Europese bereidheid om te investeren in strategische autonomie lijkt alleen maar af te nemen.
Intussen laat Europa zich misleiden. We denken dat we soevereiniteit kopen door fabrieken op ons grondgebied te halen, maar in feite vergroten we onze afhankelijkheid van het Middenrijk alleen maar verder. Wanneer openen onze leiders eindelijk hun ogen?
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be