Economie
China produceerde in 2025 30 miljoen personenwagens, maar verkocht er slechts 23 miljoen op de binnenlandse markt. Bijna 7 miljoen wagens zoeken dus een afzetmarkt. Met zijn 450 miljoen consumenten lijkt Europa de meest begeerde bestemming. Komt er binnenkort een vloedgolf aan?
In twaalf jaar tijd is het gemiddelde gewicht van een personenwagen in China met een derde gestegen tot 1.704 kilogram. De belangrijkste oorzaken zijn overgedimensioneerde batterijen, de populariteit van SUV-carrosserieën en een overvloed aan vaak weinig nuttige uitrusting. De drang naar steeds grotere en zwaardere voertuigen heeft ertoe geleid dat sommige auto’s nauwelijks nog in bestaande parkeerplaatsen passen. Peking wil die trend nu een halt toeroepen.
Al drie jaar wijzen alle signalen in dezelfde richting: Chinese constructeurs zouden sneller werken, innovatiever zijn en intussen simpelweg de toon zetten in de sector. Maar een rapport van de OESO haalt die mythe onderuit, met cijfers als bewijs. De dominantie van Peking heeft in werkelijkheid weinig te maken met het talent van zijn ingenieurs. Hoe komt dat?
Brussel heeft zopas een nieuwe juridische categorie gecreëerd om Europese elektrische auto’s van minder dan 15.000 euro mogelijk te maken. Stellantis belooft tegen 2028 al een moderne 2CV, terwijl Renault werkt aan een Dacia-afgeleide van de Twingo E-Tech. Intussen opent BYD zijn fabriek in Hongarije, wordt de Leapmotor T03 hier al voor die prijs verkocht en steeg de verkoop van Chinese hybrides, bedoeld om de invoerheffingen te omzeilen, op één jaar tijd met liefst 17.000 procent. Staat Europa nu al schaakmat?
Vlaanderen is bereid om 119 miljoen euro vrij te maken om de Volvo-fabriek in Gent te verankeren. De toekomst van de site blijft onzeker door de economische situatie van Volvo, maar ook door de dreiging van de nieuwe Slovaakse fabriek. Een krachtig politiek signaal waarop de constructeur voorlopig nog niet gereageerd heeft. De vraag is: zal dit engagement volstaan?
Carlos Tavares had het letterlijk voorspeld. In minder dan een jaar tijd hebben Stellantis en Volkswagen hun deuren geopend voor Chinese autobouwers, terwijl ook Ford een deel van zijn Spaanse fabriek uit handen gaf. Intussen azen al zeven Chinese constructeurs op productiecapaciteit in Europa. De kaart van de Europese auto-industrie wordt daarmee voor onze ogen hertekend.
Xavier Chardon zei het letterlijk op het podium in Auburn Hills: “The 2CV is back.” De naam is officieel bevestigd, de eerste schetsen zijn onthuld en ook het doelbedrag ligt vast: minder dan 15.000 euro. Maar achter de terugkeer van dit iconische model tekent zich tegelijk een veel grotere machtsverschuiving binnen Stellantis af. En die is misschien minder flatterend voor Citroën dan velen hadden gehoopt.