De transitie naar elektrisch rijden verloopt in Europa niet zonder groeipijnen, en dat ligt volgens de sector al lang niet alleen aan de consument. Tijdens de prestigieuze ‘Future of the Car’-conferentie van de Financial Times in Londen schuwde François Provost, de grote baas van Renault, de potige stellingen niet.
In de frigo
Zijn voorstel is opvallend pragmatisch en sluit aan bij wat zijn voorganger, Luca de Meo, eerder al aangaf in een dubbelinterview met John Elkann van Stellantis: de Europese drang naar regelgeving wurgt de ontwikkeling van betaalbare auto’s en speelt in het voordeel van de Chinezen. ”Wat ik aan de EU voorstel, is dat we de regelgeving nemen zoals ze vandaag is – degene die nu al van toepassing is op de R5 en de Clio”, aldus Provost “en dat we die gewoon tien jaar lang bevriezen.”
Wie de afgelopen jaren de technische fiches van nieuwe wagens uitpluist, weet dat autoconstructeurs overspoeld worden door nieuwe normen en eisen. Van steeds strengere veiligheidseisen tot verplichte rijhulpsystemen: elke toevoeging weegt op het ontwikkelingsbudget, maakt de eindfactuur zwaarder en vreet aan de marge. Provost wil het dus op GSR2 voor veiligheid en Euro 7 voor de uitstootnormen houden.
Advertentie – lees hieronder verder
Door het stabiliseren van de wetgeving moet er ademruimte ontstaan. "Geloof me, als we dit doen, zullen al onze ingenieurs die vandaag vechten tegen een tsunami aan Europese reglementeringen, eindelijk de tijd en middelen hebben om de prijzen te doen dalen", voerde Provost nog aan. De ingenieurs zouden zich dan volgens hem honderd procent kunnen focussen op de elektrificatie, aerodynamica en het maximaliseren van de batterijcapaciteit.
Hete adem van Chinese merken
Dit voorstel echoot natuurlijk het reddingsplan dat de Europese Commissie afgelopen december lanceerde om de industrie te beschermen. Dat plan introduceert de "M1e"-categorie, specifiek voor kleine elektrische voertuigen. Voor deze klasse zou de introductie van nieuwe verplichtingen tot een absoluut minimum beperkt worden. Maar Provost biedt een verder strekkend alternatief. Hij benadrukt dat het hem niet om onveiligere auto's te doen is: "Ik vraag niet om het veiligheidsniveau te verlagen, wel om het te bevriezen. Dit zal de Europese markt, die nog steeds draait om compacte wagens, ongetwijfeld herlanceren.”
Renault weet waarover het spreekt. Kleine en goedkope wagens zijn de motor van de Franse en Zuid-Europese markt. En om de prijs van de elektrische Twingo onder 20.000 euro te duwen, heeft het een beroep gedaan op Chinese ontwikkelaars: goedkoper én sneller. Maar dat experiment is geen structurele oplossing voor een merk dat in Europa is verankerd.
Ondertussen gaat het ongehoord hard in China. Niet alleen de prijzenoorlog hertekent het landschap, maar ook technologisch maken de lokale merken soms een tijgersprong. Ze kunnen de vereiste technologie aan veel lagere prijzen fabriceren. Een voorbeeld: BYD kondigde vorige week nog aan dat het zijn kleine Seagull (die bij ons verkrijgbaar is als Dolphin Surf voor 20.332 euro) met een lidarsensor voor rij-assistentie gaat uitrusten. Die vind je bij ons alleen op dure premium modellen.
Nul doden
Ondanks alles gaat het niet slecht met Renault. In het eerste kwartaal boekte het een omzetstijging van 7,3 procent, grotendeels te danken aan hun elektrische offensief trouwens. Maar om auto's écht bereikbaar te maken voor het grote publiek, moet de productiekost systematisch omlaag. Want de Chinese merken zijn ook in Frankrijk aan een stevige opmars.
Europa, van zijn kant, wil met zijn regels het aantal verkeersdoden drastisch verminderen: nul tegen 2050. Maar dat nobele streven lijkt het lot van een belangrijke autocategorie te bezegelen en hypothekeert de eigen industrie. Veiligheid en economie zijn niet altijd even makkelijk te verzoenen.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar al om op de hoogte te blijven en de beste occasion- en nieuwwagendeals te ontdekken. U ook, blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief