Het is al tot in den treure herhaald: de Europese autosector gaat door een tranendal. De autoconstructeurs slaan publiekelijk alarm over de toekomst van hun industrie en schuiven de zwartepiet door naar de strengheid van Europese regelgeving (teveel veiligheid, teveel elektrisch …) of de opkomst van Chinese concurrenten (valt wel mee, als je bedenkt dat in België de hoogste noterende, MG, pas 23ste is). Het probleem? De verschuiving vertaalt zich in te dure auto’s waardoor de klanten niet bijten en afwachten.
Maar volgens een studie van het Franse Institut Mobilités en Transition (IMT), in samenwerking met strategisch adviesbureau C-Ways, ligt minstens de helft van de forse prijsstijgingen bij nieuwe wagens niet aan de politieke bemoeienis, maar aan keuzes die de fabrikanten zelf maakten.
Marktdaling van 18%
Eerst maar even de cijfers: tussen 2020 en 2024 is de gemiddelde catalogusprijs van een nieuwe wagen in Frankrijk met 6.800 euro gestegen, wat neerkomt op een toename van 24 procent! Vergelijkbare evoluties zijn ook elders in Europa, én België, merkbaar.
Advertentie – lees hieronder verder
Natuurlijk heeft dat een onmiddellijke impact op de verkoop. Het aantal nieuw verkochte wagens in de Europese Unie daalde in dezelfde periode met 18 procent, tot 10,6 miljoen in 2024. In Frankrijk, een markt die prijsgevoeliger is dan de sterk in bedrijfswagens verankerde Belgische, bedroeg de daling bijna 23%.
De malaise, met de EU in de rol van zondebok, bewogen Renault-topman Luca de Meo en Stellantis-voorzitter John Elkann tot een gezamenlijke waarschuwing voor mogelijke fabriekssluitingen als de trend zich voortzet. Want het alsmaar groeiende pakket aan Europese milieunormen zou de kostprijs van voertuigen volgens hen onhoudbaar verhogen, zeker onder stadswagens. De Meo beweerde zelfs dat niet minder dan 92,5 procent van de prijsstijging van een Renault Clio tussen 2015 en 2030 toe te schrijven zou zijn aan … regelgeving.
Impact elektrisch beperkt
Maar volgens het IMT-rapport klopt die redenering niet voor de periode 2020-2024. Tijdens die jaren traden weliswaar nieuwe emissie- en veiligheidsnormen in werking, zoals Euro 6d Full en GSR2, maar hun impact op de catalogusprijs van voertuigen blijkt beperkt.
Slechts een kwart van de totale prijsstijging van 24 procent wordt toegeschreven aan ‘onvermijdelijke’ factoren zoals inflatie van grondstoffen en stijgende arbeidskosten. Nog eens een kwart komt op conto van de elektrificatie van het wagenpark – hybrides en volledig elektrische modellen zijn duurder om te produceren én te verkopen. Maar de overige helft van de stijging is te wijten aan wat het rapport noemt ‘gekozen oorzaken’.
Daarmee wordt bedoeld dat fabrikanten bewust hun aanbod hebben verschoven naar duurdere modellen met hogere winstmarges. Dacia is een goed voorbeeld van hoe een budgetmerk het steeds hogerop zoekt, Stellantis verschoof zijn vizier ook, terwijl de Duitse premium merken nog méér premium werden. Let wel, dat was een noodzaak tot overleven tijdens de periode van het grote chiptekort, maar de situatie is ondertussen amper teruggeschroefd. Waarom ook? Deze strategie blijkt zeer winstgevend: de gezamenlijke operationele winsten van de autosector stegen van 80 miljard euro in de periode 2015-2019 tot 145 miljard tussen 2020 en 2024 (+81 procent!). Kassa, kassa, maar die medaille heeft wel een keerzijde: het publiek voor nieuwe auto’s verkleint snel.
De lagere en middenklasse, goed voor 43 procent van de markt in 2019, vertegenwoordigt nu nog slechts 31 procent. Volgens de studie kost een nieuwe Renault Clio vandaag 14 keer het minimumloon in Frankrijk, tegenover 11 keer in 2000.
Neveneffect van SUV’s
Tenslotte is er nog het onwenselijke neveneffect van de SUV-gekte. Deze verschuiving ging hand in hand met een verschraling van het aanbod in de lagere segmenten. Merken als Mercedes, Renault, Fiat, Kia, Hyundai en Ford verhoogden hun prijzen daardoor ook fors, vaak los van technologische vooruitgang. Want een SUV is meer auto en meer auto kost meer geld. Fiat en Dacia lieten bijvoorbeeld een prijsstijging van 44 procent optekenen!
Maar ook merken die hun aanbod nauwelijks wijzigden – zoals Skoda, Opel en Dacia – verhoogden hun prijzen meer dan de inflatie rechtvaardigt. Daarnaast zet de SUV-trend ook een turbo op de elektrische problemen. Omdat ze meer verbruiken, moeten de automerken ook extra batterij-auto’s slijten om boetes voor hun gemiddelde vlootuitstoot te vermijden.
Misschien bizar, maar de auteurs van het rapport pleiten niet voor een andere houding van de merken maar voor overheidsingrepen om deze trend te keren. Ze roepen op tot steunmaatregelen voor compacte, betaalbare modellen, zoals sociale leasing en het stimuleren van lichte elektrische voertuigen. Een Europese variant van de Japanse ‘kei cars’ – fiscaal en regulatoir ondersteund – zou een stap in de goede richting zijn. Het doel is om de winstmarges op deze kleine auto’s te vergroten zodat ze aantrekkelijker worden om te bouwen.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be