Twintig jaar lang heeft Dacia bewezen dat een auto eenvoudig, betrouwbaar en aanzienlijk goedkoper kan zijn dan de concurrentie, zonder als een straf aan te voelen. De Sandero groeide zelfs uit tot de best verkochte auto van Europa, terwijl de Duster de betaalbare SUV op de kaart zette. De recente Bigster bewees dan weer dat je een stap hoger kunt mikken zonder de belofte van een onovertroffen prijs-kwaliteitverhouding los te laten. Vandaag staat Dacia echter voor een uitdaging: kan die strategie ook werken met elektrische auto’s?
Vier modellen tegen 2030
Eigenlijk heeft Dacia geen keuze. De overstap naar elektrische modellen is onvermijdelijk. Commercieel directeur Frank Marotte onthulde een ambitieuze planning: tegen het einde van dit decennium moeten er vier volledig elektrische modellen in het gamma zitten. De aftrap volgt al dit najaar met de nieuwe Spring, die voortaan in Europa gebouwd wordt en minder dan 18.000 euro moet kosten. Hij gebruikt het AmpR Small-platform van de Renault Twingo E-Tech. Daardoor ontsnapt hij aan de invoerheffingen en komt hij opnieuw in aanmerking voor overheidspremies, iets wat door de Chinese productie niet langer mogelijk was.
Advertentie – lees hieronder verder
Daarna volgt in 2028 een volledig elektrische Sandero, gebaseerd op de technische basis van de Renault-groep. Vervolgens komt de langverwachte Hipster, een stadswagen van amper drie meter lang die minder dan 15.000 euro moet kosten. Daarmee wil Dacia inspelen op de nieuwe ambitie van de Europese Commissie om zeer betaalbare kleine elektrische auto’s op de markt te brengen.
Het mysterie van het vierde model
Dan blijft er nog één model over waarover Frank Marotte toegeeft dat “we er eigenlijk nog niets over weten”. Of toch bijna niets. Volgens verschillende bronnen zou het gaan om een compacte middenklasser uit het C-segment, in de geest van een Skoda Octavia, die tegen het einde van dit decennium op de markt komt. Niets is al officieel bevestigd, maar het zou wel logisch zijn. Je mag hem bovendien niet verwarren met de eerder voorgestelde Striker, die alleen met een verbrandingsmotor of als hybride beschikbaar wordt omdat hij het CMF-B-platform gebruikt. Voor een elektrische versie is immers het AmpR Small-platform nodig, of misschien zelfs AmpR Medium (zoals bij de Mégane E-Tech).
Hoe dan ook zou een betaalbare, Europese elektrische gezinswagen een echte geloofwaardigheidstest zijn. Een betaalbare stadswagen bouwen, dat kan Dacia als geen ander. Maar hetzelfde kunstje herhalen met een grotere elektrische auto met batterij? Daar is voorlopig niemand in geslaagd, behalve de Chinese constructeurs. Net daar zal de strijd de komende jaren beslist worden.
Tegenover de Chinese merken is het prijsvoordeel waarmee Dacia naam maakte en succesvol werd, bijna volledig verdwenen. Volgens Frank Marotte bedraagt het verschil vandaag minder dan 5%. Merken als MG en BYD bieden eveneens goed uitgeruste modellen aan tegen vergelijkbare prijzen.
De constructeur begeeft zich dus op glad ijs. Tijdens de eerste jaarhelft van 2026 verloor Dacia volgens ACEA 8,7% van zijn Europese verkoop, de sterkste terugval binnen de Renault-groep, terwijl de Europese markt voor elektrische auto’s met 35% groeide. Dacia verliest dus terrein net op het moment dat de vraag sterk stijgt. Uiteraard kan de kleine Spring die uitdaging niet alleen aan. Er is dus dringend nood aan die vier nieuwe elektrische modellen.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief