Sinds de coronacrisis is de vraag naar auto’s in Europa sterk gedaald. Het aantal inschrijvingen ligt nog altijd enkele miljoenen onder het niveau van vóór de pandemie. In China, jarenlang het gedroomde afzetgebied voor Europese merken, verliezen de westerse constructeurs bovendien razendsnel terrein aan lokale spelers die nu de plak zwaaien. In de Verenigde Staten is het al niet veel beter: daar kampen onze merken met invoerrechten én een dalende vraag. Maar er is hoop op internationaal vlak: de Europese Unie heeft zopas een vrijhandelsakkoord ondertekend met India.
Met bijna 4,5 miljoen verkochte personenwagens in 2025 is India nu de derde automarkt ter wereld, na China en de VS, en voor Japan. De combinatie van een bevolking van 1,4 miljard inwoners, een snelgroeiende middenklasse en een nog lage graad van autobezit vormt een enorm groeipotentieel en daar willen ook de Europese constructeurs van profiteren.
Langverwacht akkoord
Het vrijhandelsakkoord tussen Brussel en New Delhi, dat eind januari werd ondertekend, betekent een echte breuk met het verleden. Tot nu toe bedroegen de Indiase invoerheffingen op voertuigen tot 110%, wat elke commerciële doorbraak zo goed als onmogelijk maakte. In het nieuwe kader dalen die heffingen meteen naar 35%, met een geleidelijke afbouw naar 10% binnen enkele jaren, met een vooraf bepaald quotum.
Advertentie – lees hieronder verder
De Europese autobouwers hopen eindelijk hun nauwelijks bestaande marktaandeel te kunnen vergroten. Renault, Volkswagen, Stellantis en de Duitse premiummerken (BMW, Mercedes, Audi) zijn al jaren aanwezig in India, maar de commerciële resultaten blijven zeer mager. Hun marktaandeel schommelt rond 1% (en zelfs maar 0,3% voor de premiummerken). Die zwakte is te wijten aan een historisch beschermend beleid en aan de dominantie van lokale spelers zoals Maruti Suzuki (40% marktaandeel), Tata (13%) en Mahindra (13%), aangevuld met buitenlandse merken die lokaal produceren zoals Hyundai (12%), Toyota (7%) en Kia (6%).
India, de toekomstige industriële pijler?
Maar er is meer. Buiten het commerciële potentieel wordt India stilaan ook een strategische schakel in de waardeketen van de Europese auto-industrie. Het land beschikt inmiddels over volwassen industriële capaciteiten om auto’s, motoren en onderdelen te bouwen volgens internationale standaarden. Daarbovenop kan India rekenen op een dicht netwerk van toeleveranciers die de hele sector ondersteunen.
Ook de productie- en ontwikkelingskosten liggen er lager, wat India extra aantrekkelijk maakt. En net zoals China is het land uitgegroeid tot een belangrijk technologisch centrum dat meewerkt aan de ontwikkeling van platformen, aandrijflijnen en softwareoplossingen. Volgens de industrie is het duidelijk: meerdere regionale verankeringen zijn geen luxe meer, maar een noodzaak. Dat is al het geval voor China en geldt ook voor India.
Dringende nood aan open markten?
Het vrijhandelsakkoord met India komt er kort na het recent gesloten akkoord met de Mercosur-landen. Dat akkoord ligt juridisch wel onder vuur – het Europees Parlement verwijt de Commissie dat ze al te vrij is omgesprongen met het onderhandelingsproces – maar toch zien Europese autoconstructeurs het ook als een kans. Toegang tot de Zuid-Amerikaanse markten biedt immers nieuwe perspectieven voor een industrie die op adem probeert te komen.
Hoewel zulke akkoorden in bepaalde sectoren op weerstand stuiten, verdienen ze een pragmatische benadering. In een wereld die steeds meer gedomineerd wordt door de VS en China, kan Europa zich geen gesloten houding permitteren. Deze partnerschappen opgeven – of hun uitvoering vertragen – zou betekenen dat Europese bedrijven cruciale exportmarkten mislopen en verder terrein verliezen in de wereldwijde concurrentiestrijd. En dat gaat veel verder dan alleen de auto-industrie.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be