In de autowereld bestaat een hiërarchie op basis van voertuiggrootte. Het A-segment omvat stadswagens (zoals de Fiat Panda), het B-segment de kleine compacte modellen (zoals de Peugeot 208) en het C-segment de middenklassers zoals de Peugeot 308 of de Volkswagen Golf. Daarna komt het D-segment voor grotere gezinswagens, zoals de Tesla Model 3, de Volkswagen Passat of de BYD Seal. Het is in dat segment dat merken hun imago opbouwen en hun betere winstmarges halen.
En precies daar is Stellantis vrijwel afwezig. De groep domineert de A- en B-segmenten in Europa en is ook sterk vertegenwoordigd in het C-segment, maar binnen het concern met zijn 14 merken is er boven dat niveau nauwelijks iets verkrijgbaar, behalve de Peugeot 408 of modellen van DS Automobiles. Tijdens de laatste investeerdersdag kondigde topman Antonio Filosa echter aan dat hij dat gat wil vullen. Tot verrassing van velen zullen het niet de eigen ingenieurs zijn die nieuwe wagens voor die hogere prijsklasse ontwikkelen. In werkelijkheid zal Stellantis gewoon zijn concessies openstellen voor zijn twee nieuwe Chinese partners.
Veertigduizend in één jaar
Tijdens de investeerdersdag van 21 mei bevestigde CEO Antonio Filosa ook twee akkoorden. Leapmotor, het Chinese elektrische merk waarvan Stellantis 21% bezit, zal twee modellen uit segment D produceren in de fabriek van Madrid. Zijn compacte SUV B10 wordt sinds 2026 al gebouwd in de fabriek van Zaragoza. Voyah, de luxetak van staatsconstructeur Dongfeng, zal vanaf 2028 zijn elektrische SUV’s assembleren in Rennes. Deze wagens zullen niet het logo van de leeuw of een ander Europees merk dragen. Ze behouden hun eigen merkidentiteit. Maar het opvallendste is dat ze verkocht zullen worden via de concessies van de Stellantis-merken.
Advertentie – lees hieronder verder
Cijfers in verval
Die beslissing roept verbazing op, want het is moeilijk voor te stellen dat dat samenleven zonder spanningen zal verlopen. Stellantis zit echter met de rug tegen de muur. De groep zag zijn marktaandeel in Europa dalen van 22% naar 16% tussen 2021 en 2025 en noteerde meer dan 20 miljard euro verlies over boekjaar 2025. De fabrieken in Madrid, Zaragoza en Rennes draaien niet op volle capaciteit, terwijl het distributienetwerk al jaren minder auto’s verkoopt. In België daalde de verkoop van de merken van de groep volgens de recentste cijfers van 125.000 voertuigen in 2019 naar ongeveer 65.000 in 2024. Een ware afgang.
Stellantis already has a Leapmotor production deal in Spain. Now, Dongfeng’s Voyah EVs could be built in France.https://t.co/YhRv0t4oHH
— InsideEVs (@InsideEVs) May 20, 2026
De redenering van Antonio Filosa is dus de volgende: door Leapmotor en Voyah toe te laten in de showrooms kan men industriële en commerciële structuren laten overleven die de groep alleen niet meer gevuld krijgt. De fabrieken produceren opnieuw, de concessies verkopen opnieuw en de cijfers verbeteren. Op papier klinkt die logica waterdicht.
NUMMI, een vergeten les
Alleen is Leapmotor geen Dacia. Renault is volledig eigenaar van zijn Roemeense dochteronderneming en controleert dus de strategie, bepaalt de prijzen en beslist over de afzetmarkten. Stellantis bezit daarentegen slechts 21% van Leapmotor: een minderheidsbelang in een onafhankelijk bedrijf dat genoteerd staat in Hongkong, met eigen aandeelhouders en eigen ambities. En dat verandert alles.
Het mechanisme is immers altijd hetzelfde: men laat de partner binnen, die leert, groeit en heeft je op een dag niet langer nodig. In de jaren 1980 deelde General Motors een Californische fabriek met Toyota. Dat was het NUMMI-project. Toyota nam er Amerikaanse productiemethoden over, verfijnde zijn kennis van de markt en twintig jaar later balanceerde General Motors op de rand van het faillissement. Antonio Filosa belooft dat er geen concurrentie zal zijn in dezelfde showroom voor dezelfde klant. Maar wanneer Leapmotor dankzij het netwerk van Peugeot en Opel voldoende naamsbekendheid heeft opgebouwd in Europa, wie zal hen dan nog beletten om eigen concessies te openen?
In België is die vraag vandaag al concreet. Voyah is er namelijk al aanwezig via Arval en Ayvens, twee zwaargewichten in vlootbeheer. En Leapmotor zal binnenkort opduiken in showrooms waar klanten al tientallen jaren vertrouwd zijn met Peugeot en Opel. Met een sterk argument: prijzen die waarschijnlijk lager zullen liggen dan die van de Europese merken van de groep. Een klant komt binnen om naar een Peugeot 3008 te kijken en vertrekt met een Leapmotor C10. Stellantis noemt dat het opvullen van een “witte ruimte” in het gamma. Maar men kan het ook anders noemen: zagen aan de tak waarop men zit.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief