Traditioneel deelden autoconstructeurs hun verbrandingsmotoren zelden met concurrenten. Het gebeurde wel eens, bijvoorbeeld tussen Chrysler en BMW of Toyota en BMW, of Renault en Suzuki, maar tot voor kort bleef dat uitzonderlijk. De aandrijflijn vormde immers het hart van de industriële identiteit van een merk of autogroep. Alleen lijkt die opvatting nu definitief op haar laatste benen te lopen.
Het eerste duidelijke signaal kwam van Renault en Geely. In 2024 brachten beide groepen hun activiteiten rond verbrandingsmotoren samen in een joint venture onder de naam Horse Powertrain, met oliebedrijf Aramco als derde aandeelhouder. Het doel is om verbrandingsmotoren en hybride aandrijfsystemen te ontwikkelen voor elke constructeur die ze wil kopen. Dat soort aandrijving zal op termijn immers verdwijnen, terwijl de ontwikkeling ervan enorme investeringen vergt. De alliantie tussen Renault en Geely telt naar eigen zeggen al 25 klanten en mikt op een productie van 5 miljoen aandrijflijnen per jaar.
Advertentie – lees hieronder verder
Compact en zuinig
Ook Toyota gooit het nu over een andere boeg. De Japanse constructeur wil zijn nieuwe generatie motoren en hybride aandrijfsystemen aan andere merken verkopen. De omzet uit die activiteit moet stijgen van 500 miljoen euro dit jaar naar ongeveer 1,5 miljard euro in 2032.
Hiroki Nakajima, technisch directeur van Toyota, lichtte het aanbod begin oktober toe aan investeerders. Het gamma omvat een 1,5 liter grote viercilinder, zowel als atmosferische motor als met turbo, en een 2 liter-turbo. Al deze motoren zijn compacter dan hun voorgangers en dus ontworpen om ook in platformen van andere constructeurs te passen. Ze zijn bovendien geschikt voor gewone hybride en plug-inhybride aandrijfsystemen en voldoen aan de Euro 7-norm. Precies daar ligt de grote troef van Toyota. Zijn hybride systemen staan bekend om hun efficiëntie en betrouwbaarheid, bewezen over honderden miljoenen kilometers. Voor andere constructeurs betekent dat een beproefde oplossing die snel beschikbaar en wellicht ook rendabel is.
Op eigen kracht
Toch houdt de vergelijking tussen Toyota en Horse op bij het idee om motoren te verkopen. Verder verschillen beide benaderingen fundamenteel. Bij Horse Powertrain worden het kapitaal, de intellectuele eigendom en het bestuur verdeeld tussen Renault, Geely en Aramco. Toyota houdt daarentegen alles zelf in handen. Het ontwikkelt zijn motoren zelfstandig, behoudt alle rechten en staat zelf in voor de verkoop. Waar Renault een Chinese partner nodig had om voldoende schaalgrootte te bereiken, acht de Japanse gigant zich groot genoeg om alleen verder te gaan.
De grote vraag is natuurlijk wie met Toyota in zee zal gaan. De Japanse constructeur heeft alvast enkele trouwe bondgenoten. Mazda en Subaru werken al jarenlang nauw samen met Toyota, via wederzijdse aandelenbelangen en gezamenlijke projecten. Toch blijven beide merken sterk gehecht aan hun eigen motortechnologie. Mazda ontwikkelt zelfstandig zijn Skyactiv-Z, een motor die met een bijzonder arm brandstofmengsel werkt, terwijl Subaru vasthoudt aan zijn karakteristieke boxermotor. Beide behoren tot de oude garde, die haar eigen motoren als een essentieel onderdeel van de merkidentiteit beschouwt en die niet zomaar wil opgeven. Maar hoelang nog?
Advertentie – lees hieronder verder
Zelfs als die trouwe partners niet meteen geïnteresseerd zijn, reikt de potentiële klantenkring van Toyota veel verder dan Japan. Wereldwijd zijn er heel wat constructeurs die onvoldoende middelen hebben om zelfstandig een zuinige motor te ontwikkelen die aan de toekomstige normen voldoet. Europese en Amerikaanse merken, maar mogelijk ook Chinese, ondanks de gespannen verhoudingen tussen Tokio en Peking. Het is een echte paradigmaverschuiving: de motor is niet langer het exclusieve terrein van de constructeur, maar wordt een onderdeel dat je gewoon bij een leverancier bestelt. Net zoals bij elektrische auto's.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte: