Elektrische auto’s breken niet door bij het grote publiek omwille van hun prijsverschil met exemplaren op fossiele brandstof. De batterijen nemen het gros van die meerprijs voor hun rekening. Toch zakt hun marktprijs al jaren, maar dat maakte elektrische modellen - verrassend genoeg - niet goedkoper. Tot vorig jaar. De ngo Transport&Environment (T&E) trok op onderzoek uit en kwam tot de vaststelling dat de EU en niet de automerken voor de kentering hebben gezorgd.
Dubbelzinnig
De prijs van lithium-ionbatterijen bereikte in 2025 een historisch dieptepunt. BloombergNEF rapporteerde een gemiddelde prijs van 108 dollar per kilowattuur, een daling van 8% ten opzichte van 2024 en maar liefst 93% (!) lager dan wat het in 2010 moest kosten. Bij celpakketten specifiek voor elektrische auto’s daalde de prijs zelfs tot 99 dollar per kWh.
En toch zette dat niets in beweging voor de gemiddelde verkoopprijs van elektrische wagens. Integendeel zelfs, tussen 2020 en 2024 steeg die in de EU met circa 5.000 euro tot bijna 45.000 euro. Dubbelzinnig dus. De automerken klagen dat hun elektrische auto’s te duur zijn om te produceren, terwijl de kost van het belangrijkste onderdeel net gevoelig zakt.
Advertentie – lees hieronder verder
Premium boven alles
In haar recentste EV Progress legt T&E de vinger op de wonde. De autofabrikanten kozen in die bewuste periode massaal voor grote, dure modellen, het autotype dat de dikste marge oplevert. Het aandeel van premium en grote elektrische wagens in de totale EV-verkoop verdubbelde van 28% in 2020 naar 64% in 2024. Betaalbare instapmodellen waren geen prioriteit.
Een interessante berekening van T&E belicht dat zonder die opwaartse verschuiving de gemiddelde prijs voor een elektrische auto in 2024 slechts 33.100 euro zou zijn geweest. Opmerkelijk, want dat is ruwweg net zoveel als een doorsnee benzine- of dieselwagen van hetzelfde formaat. We staan dit jaar nu aan de vooravond van een golf aan betaalbare elektrische auto’s (Renault Twingo, Volkswagen ID.Polo, Kia EV2 …) maar de prijskloof had volgens deze studie al veel eerder gedicht kunnen zijn.
Kanteljaar 2025
Nu, in 2025 is de trend gekanteld. Vorig jaar is de gemiddelde prijs voor een elektrische auto in de EU voor het eerst gedaald in zes jaar: met 1.800 euro (ofwel 4%), tot 42.700 euro. Positief, maar nog altijd ver boven het equivalent op fossiele brandstof. Toch is het is niet dat constructeurs plots vrijgeviger zijn geworden. De verlaging is te wijten aan de nieuwe Europese CO2-targets voor 2025-2027 en die hen dwongen meer elektrische modellen in hun verkoop op te nemen. Dat heeft tot een verkooppush met assertievere kortingen geleid. Positief nieuws is dat de helft van de automerken zijn CO2-doelen voor 2025-2027 al heeft gehaald. Renault en Volkswagen lopen nog achter, maar zouden er tegen eind 2027 ook uitkomen.
Zoals altijd bij T&E, is de timing van dit rapport allerminst toevallig. De Europese milieuministers debatteren op 17 maart over het Commissievoorstel om ook de tussentijds CO2-normen voor 2030 aanzienlijk te versoepelen (in aanloop naar de 90%-deadline van 2035). Een verzwakking van de doelstelling gaat de bindende druk voor constructeurs een stukje verlichten. Zal de autosector dan opnieuw marge boven milieuvriendelijkheid verkiezen, de prijsgelijkheid van de elektrische auto vertragen en die laatste vooral gebruiken als pakezeltje om hun investering terug te verdienen?
Dat scenario is niet ondenkbaar. De huidige tijden zijn extreem uitdagend en de motor van de autosector sputtert met ongezien krimpende winsten en jobverlies tot gevolg. Aan de andere kant zijn de 2027-normen ook een versoepeling die blijkbaar toch resultaat boeken. Maar de boodschap is duidelijk: niet de technologie remde de betaalbaarheid van elektrische wagens af, wel de strategie.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be