Vanaf 2026 wil de Volkswagen-groep een volledig gamma elektrische stadswagens uitrollen. De modellen worden verdeeld over verschillende merken. Vier auto’s verschijnen bij Volkswagen, Skoda en Cupra. Deze modellen zijn cruciaal voor het voortbestaan van de groep, want hier staat de toegankelijkheid van de elektrische auto op het spel.
Dit productoffensief is meer dan een eenvoudige uitbreiding van het aanbod. Het past in een nieuwe industriële logica, bedoeld om op grote schaal kosten te drukken en tegelijk de bevoorrading van sleutelcomponenten veilig te stellen. Zo wil de groep zijn concurrentiekracht versterken tegenover een steeds agressievere concurrentie en zijn afhankelijkheid verminderen, met name ten opzichte van China. Uiteraard speelt de batterij daarin een sleutelrol, nog altijd het duurste onderdeel van een elektrische auto.
De uniforme cel als hoeksteen
Volkswagen heeft zopas een belangrijke stap gezet met de ingebruikname van zijn batterijcellenfabriek in het Duitse Salzgitter. Die site wordt uitgebaat door PowerCo, de batterijdochter van de groep, en belichaamt een zelden geziene, sterk gestandaardiseerde industriële aanpak op Europese schaal.
Advertentie – lees hieronder verder
De kern van het project is een ‘uniforme cel’: één enkel formaat dat verschillende chemische samenstellingen kan huisvesten, zowel de huidige als toekomstige. Die standaardisatie moet de productie vereenvoudigen, de kosten verlagen en technologische evoluties versnellen zonder de productielijnen telkens opnieuw te moeten aanpassen.
In een eerste fase produceert de fabriek NMC-cellen (nikkel-mangaan-kobalt) met een energiedichtheid die ongeveer 10% hoger ligt dan bij de cellen die de Duitse groep vandaag gebruikt. De initiële doelstelling bedraagt een jaarlijkse capaciteit van 20 GWh, goed voor zowat 250.000 wagens, met een mogelijke opschaling tot 40 GWh. Tegelijk bereidt Volkswagen de integratie voor van LFP-cellen, die goedkoper zijn (maar iets minder energiedicht) en de instapmodellen betaalbaarder moeten maken. Tot die intern geproduceerd worden, zal Volkswagen ze bij externe partners aankopen.
Europese batterijen
De in Salzgitter geproduceerde cellen blijven niet in Duitsland. Ze gaan naar de Spaanse fabriek in Martorell, waar ze rechtstreeks in batterijpakketten geïntegreerd worden volgens een zogenaamde cell-to-pack-architectuur (zoals bij de nieuwe Renault Twingo E-Tech). Aangezien er geen aparte modules zijn, benut dit systeem de beschikbare ruimte beter en blijven de kosten onder controle. Deze batterijen komen onder meer terecht in de toekomstige Volkswagen ID. Polo en ID. Cross, maar ook in de Cupra Raval en Skoda Epiq. De industriële optimalisatie belooft opnieuw van hoog niveau te zijn.
Hoe ambitieus de strategie ook is, de uitvoering blijft een stevige uitdaging. De productie van batterijcellen in Europa blijkt complex, zoals de problemen bij verschillende spelers de voorbije jaren hebben aangetoond (Novo Energy of Northvolt). Ook Volkswagen ontsnapt niet aan die delicate evenwichtsoefening. De opschaling van de fabriek in Salzgitter zal dan ook nauwlettend gevolgd worden, zowel door de markten als door de concurrenten.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be