Wie het motorlandschap vandaag bekijkt, ziet een tweestrijd. Langs de ene kant heb je de high-tech machines, gemaakt met het oog op snelheid en sensatie. Aan de andere kant zitten de neo-retro’s die nog steeds bezig zijn aan een sterke opmars. Ook deze bakken bieden rijplezier, maar de looks zijn minstens even belangrijk. Triumph is het merk bij uitstek dat gesplitst wordt door deze scheiding van klassiekers en hypermoderne asfaltvreters en ik maakte de vergelijking tussen de Speed Triple R en diens oldschool tegenhanger, de Thruxton R. Op circuit, where else?
“Hoezo, je gaat die bloedmooie Thruxton toch niet afjakkeren op Zolder?” is het eerste wat ik te horen krijg als ik de motoren uit de MaxxCamionette haal. Hoewel het nog vroeg is, staat het Inter-Track team al klaar om circuitrijders te ontvangen en vanaf de eerste seconde steelt de Thruxton de show. We zeiden het reeds in een eerdere test van de Thruxton en de Thruxton R: Triumph verdient qua design een dikke pluim voor deze motoren. Alle XSR’s, RnineT’s of andere neo-retro’s terzijde is er niets wat het totaalpakket van de Thruxton benadert. Over iedere ontwerplijn is nagedacht – in het bijzonder het kontje. My god, wat een kontje – en de afwerking is uitmuntend. De ‘R’ is het topmodel dat bovendien gepimpt werd met Öhlins-vering en Brembo-remmen, dus we veronderstellen dat ding niet enkel show, maar ook voldoende go in huis heeft.