Al jaren proberen autobouwers het interieur te transformeren tot een digitaal uithangbord. Reusachtige schermen, strakke interfaces en steeds minder knoppen: het is tegelijk futuristisch en efficiënt, want minder knoppen betekent lagere productiekosten. Maar de Amerikaanse studie Initial Quality 2025 van J.D. Power signaleert een groeiende afkeer. Van de 92.000 ondervraagde bestuurders klaagt een meerderheid over het infotainmentsysteem. Dit is zelfs de grootste ergernis in de eerste drie maanden na aankoop van een nieuwe wagen.
De conclusie is duidelijk: schermen zijn een bron van ergernis geworden. Ze zijn te ingewikkeld, te dominant. Simpele handelingen, zoals de airco bedienen, worden nodeloos complex. Frank Hanley, senior directeur automotive benchmarking bij J.D. Power, vat het zo samen: “Klanten vinden de schermen visueel aantrekkelijk, maar het dagelijks gebruik frustreert hen enorm.”
Betrouwbaarheid, ergonomie en veiligheid
Achter die frustratie schuilt een groter probleem: veiligheid. Door alles te centraliseren op aanraakschermen moeten bestuurders langer wegkijken van de weg en meer handelingen uitvoeren. Elke seconde onoplettendheid verhoogt het risico op een ongeval. Het spreekt voor zich dat een strak design contraproductief wordt als het een intuïtieve bediening in de weg staat.
Advertentie – lees hieronder verder
Ook de gebruikerservaring lijdt daaronder. Tikken, swipen, door submenu’s scrollen om je achterruit te ontdooien of je garagepoort te openen? Simpele functies worden zo nodeloos omslachtig. De studie spreekt zelfs van ‘cognitieve overbelasting’, wat sommige constructeurs aanzet om terug te grijpen naar de basis: fysieke knoppen, althans voor essentiële functies.
Ook andere kritiek
Het Amerikaanse onderzoek haalt nog andere pijnpunten aan. Zo blijken de bekerhouders vaak te klein, onhandig geplaatst of ongeschikt voor moderne bekers. Een detail? Misschien. Maar het toont wel dat het hoog tijd is om opnieuw de mens en niet de technologie centraal te zetten in het interieur.
Qua betrouwbaarheid toont J.D. Power aan dat plug-inhybrides het vaakst met kinderziektes kampen, gevolgd door volledig elektrische auto’s. Klassieke benzinewagens blijven het betrouwbaarst. Lexus voert de ranglijst aan met 166 defecten per 100 wagens (PP100), gevolgd door Nissan (169) en Hyundai (173). Verrassing van het jaar is Jaguar op plaats vier (175), een merk dat vroeger geplaagd werd door betrouwbaarheidstekorten. Heeft het merk het tij gekeerd? Wordt vervolgd, want de productie zit op een dieptepunt.
Helemaal onderaan bengelt Rivian met een verontrustende score van 274 PP100. Een teken dat jonge, technologische merken het moeilijk hebben om hun productieprocessen op orde te krijgen. Ook Audi (269) en Volvo (254) scoren zwak, ondanks hun premiumimago. Tesla boekt lichte vooruitgang (200 tegenover 262 vorig jaar), maar blijft achter op de verwachtingen. Opvallend: nieuwe modellen kennen gemiddeld meer problemen (203 PP100) dan modellen die al langer in productie zijn (190 PP100).
Wordt gezond verstand weer de norm?
De belangrijkste klacht van de bestuurders – de bediening – lijkt eindelijk bij de industrie door te dringen. Volkswagen heeft al aangekondigd terug te keren naar fysieke knoppen. En ze zijn niet de enigen. Deze ommezwaai toont hoe ver de digitaliseringsdrang doorgeschoten is. Een auto is geen smartphone, dat moeten we opnieuw beseffen. Euro NCAP heeft de boodschap alvast begrepen: vanaf volgend jaar houdt de organisatie bij haar veiligheidsscores ook rekening met de toegankelijkheid van basishandelingen (zoals ruitenwissers of de airco). Een slimme zet die hopelijk ook Chinese merken tot bezinning brengt, want zij hebben de schermhype flink aangewakkerd. En wat vinden Chinese autobestuurders daarvan? Daar zegt de studie van J.D. Power niets over...
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be