Op het eerste gezicht lijkt België nochtans goed op weg richting elektrificatie. In 2025 waren volledig elektrische auto’s goed voor 33 tot 35% van de nieuwe inschrijvingen in België. Maar dat cijfer geeft een vertekend beeld. De Deloitte-studie van 2026, uitgevoerd tussen oktober en november 2025 bij 1.004 Belgische particuliere consumenten – en opgenomen in een wereldwijd panel van 28.500 respondenten in 27 landen – schetst een ander beeld: dat van de particuliere markt, waar de verbrandingsmotor nog altijd domineert.
Expectations around electrification, value, digital experiences, and servicing are evolving.
— Deloitte Belgium (@DeloitteBelgium) February 26, 2026
Discover how mobility decisions are being reshaped in Belgium and beyond in our 2026 Global Automotive Consumer Study.🔍
Read more ➡️ https://t.co/ZBAS3ghx3f pic.twitter.com/qBAnnlNQEN
Van de Belgische respondenten zegt 49% voor hun volgende wagen een verbrandingsmotor te verkiezen. Slechts 11% kiest voor een volledig elektrisch model. Het gaat hier uitsluitend om particuliere kopers, dus zonder bedrijfswagens, waar de keuze sterk bepaald wordt door de fiscaliteit. Die cijfers sluiten aan bij de gegevens van Statbel: in 2025 staat bijna 82% van het Belgische elektrische wagenpark op naam van bedrijven, tegenover amper 18% op naam van particulieren.
Elektrisch groeit bij hogere inkomens
De studie van Deloitte legt één opvallende kloof bloot: het verschil wordt pas echt duidelijk wanneer je aankoopintenties kruist met inkomensniveau. In gezinnen met een hoog inkomen overweegt 20% een elektrische wagen als volgende auto. Bij gezinnen met een lager inkomen zakt dat cijfer tot 6%. Omgekeerd kiest 59% van de minst kapitaalkrachtige huishoudens nog altijd voor een verbrandingsmotor.
Advertentie – lees hieronder verder
De elektrische transitie verloopt dus allesbehalve gelijkmatig en heeft een duidelijke sociale dimensie. In België blijft de elektrische auto vooral bereikbaar voor gezinnen met een grotere investeringscapaciteit. Dat blijkt ook uit de motivatie: 37% van de toekomstige kopers van een elektrische wagen noemt lagere brandstofkosten als belangrijkste reden, ruim vóór milieubewustzijn (28%). Elektrisch rijden wordt dus vooral bekeken vanuit economische rationaliteit, niet vanuit ideologische overtuiging.
Prijs als doorslaggevende factor
Prijsbewustzijn loopt als een rode draad door het hele beslissingsproces. Bij de keuze van een merk noemt 51% van de Belgische respondenten de prijs als doorslaggevend criterium (even belangrijk als de productkwaliteit). Bij de aankoop zelf vindt 54% het cruciaal om “een goede deal” te krijgen en verwacht 49% volledige prijstransparantie.
Die gevoeligheid voor kosten stopt niet na de aankoop. Ook tijdens het gebruik blijft de prijs doorslaggevend. Zo vindt 79% van de Belgische respondenten de kostprijs bepalend bij de keuze van een publieke laadpaal. Zelfs na de aankoop primeert de portemonnee: 28% beschouwt de kostprijs als het belangrijkste element van de service-ervaring. De elektrische auto moet dus vooral een tastbaar financieel voordeel kunnen aantonen.
Tweedehands en langere kredieten
De financiële situatie van Belgische particuliere gezinnen verklaart deze keuzes grotendeels. Hoewel 45% overweegt een nieuwe wagen te kopen, richt 24% zich op gereviseerde wagens (nearly new) of gecertificeerde tweedehandswagens. Nog eens 13% kiest voor een model dat ouder is dan vier jaar. Jonge bestuurders en gezinnen met een lager inkomen zijn duidelijk oververtegenwoordigd in die segmenten.
Wat de financiering betreft, plant 40% een krediet af te sluiten, terwijl de looptijd van leningen en leasingcontracten almaar langer wordt. De meeste kopers mikken op een budget tussen 15.000 en 49.999 euro. Volgens Deloitte staat de Belgische particuliere automarkt onder druk en kijken kopers bijzonder scherp naar de maandelijkse afbetaling en de totale gebruikskosten. In die context is het logisch dat de elektrische auto het moeilijk heeft om door te breken.
De liefde voor de concessiehouder
De studie brengt nog een andere nuance aan in het profiel van de Belgische automobilist. Zo veranderde bijna 44% van de respondenten van merk tegenover hun vorige wagen, terwijl 48% trouw bleef. Merkentrouw is dus allesbehalve vanzelfsprekend.
Het servicenetwerk daarentegen blijft opvallend stabiel: 68% liet zijn laatste onderhoud uitvoeren bij een officiële concessiehouder. Vertrouwen is daarbij de belangrijkste reden om voor een bepaalde werkplaats te kiezen (21%), nog vóór de kwaliteit van het werk (18%). En ja, ook hier speelt de prijs opnieuw een centrale rol in de beoordeling van de ervaring. Dat is ergens paradoxaal, want de tarieven in de officiële netwerken zijn de afgelopen maanden duidelijk gestegen, terwijl steeds meer Belgen hun toevlucht zoeken tot onafhankelijke autocentra.
Rijbereik, laden en fiscaliteit
Naast de prijs blijven er nog andere onzekerheden rond elektrisch rijden. De grootste bezorgdheden zijn het rijbereik (40%), de laadtijd (36%), de mogelijke kosten van een batterijvervanging (34%) en het risico op nieuwe belastingen (29%). Ook de publieke laadinfrastructuur krijgt kritiek (23%). De studie toont bovendien aan dat 62% van de toekomstige EV-rijders – dus wie van plan is er een te kopen – vooral thuis wil laden. Dat lijkt logisch, maar je hebt er wel een aangepaste woning voor nodig. En precies dat vergroot opnieuw de sociaaleconomische kloof.
De Deloitte-studie wijst niet op een afkeer van elektrisch rijden bij Belgische particulieren. Ze maakt vooral duidelijk dat de transitie sterk samenhangt met koopkracht. Bij particuliere kopers hangt de overstap naar een elektrische wagen nauw samen met het beschikbare inkomen, fiscale duidelijkheid en de totale gebruikskosten. Misschien stof tot nadenken voor onze beleidsmakers, die voorlopig geen financiële steun voorzien voor particulieren, in tegenstelling tot andere grote Europese landen die wel stevig inzetten op ondersteuning.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be