Testdrives - Pagina 48

Ontdek onze testdrives en testritten van de nieuwste auto's. Lees onze uitgebreide autotests en testverslagen door experts.
Testdrives
TEST Toyota GT86 Automaat: het gemis blijft

Een Toyota GT86 is een auto die ik nét niet zelf zou kopen. Of misschien toch wel, maar dan zal er altijd een gemis blijven. Op één belangrijk aspect na heeft deze coupé namelijk alles wat ondergetekende in een auto zoekt. Hij is niet te groot, niet te klein, licht, wendbaar en uitermate plezierig. En toch ontbreekt er iets… Toen de GT86 in 2012 op de markt kwam als bijna-identieke tweelingbroer van de Subaru BRZ, was zowat de enige échte kritiek dat de krachtbron niet kon inspireren. Een understatement. De atmosferische viercilinder boxermotor van Subaru-origine bleek een serieuze leegte in de lagere en zelfs middelste toerentallen te bezitten, met als gevolg dat de agressief uitziende Japanner niet bepaald een acceleratiekampioen kon worden genoemd. Onder het mes Intussen zijn er tal van speciale series van verschenen, ook bij Subaru, maar aan de 2-litermotor werd nooit grondig geraakt. En nu het model een facelift achter de rug heeft, is dat jammer genoeg niet anders. Toyota monteert wel een dikkere stabilisatorstang en andere dempers en veren voor een (nog) beter rijgedrag, maar op meer koppel of vermogen hoef je dus niet te hopen. Wat die facelift nog heeft opgeleverd? Vooral cosmetische ingrepen uiteraard, met als grootste blikvanger nieuwe led-achterlichten die hun grote Johnny-gehalte eindelijk kwijt zijn. Noteer ook een minieme uitbreiding van de veiligheidsuitrusting en enkele geslaagde aanpassingen binnenin, zoals een kleiner stuurwiel dat zowaar nog beter in de hand ligt dan dat uit het pre-faceliftmodel. En dat was al top…  Maar rijdt hij ook anders? Niet echt. Afgezien van het feit dat ik de manuele versie altijd zou verkiezen boven deze automaat met schakelpeddels – die het soms gewoon vertikt om te luisteren en al zeker met volgas – stuurt deze kleine coupé nog steeds messcherp, is de plezierfactor immens, de ESP zo ingesteld dat je veilig kan 'spelen' en de interactie tussen mens en machine fantastisch. Het gevoel van controle is er zelfs nog een beetje op vooruitgegaan en als ik goed ben, klinkt de GT86 anno 2017 ook beter. Maar dat gemis waar ik het eerder over had, is dus gebleven. Beneden 6.000 toeren per minuut gebeurt er bitter weinig en een er vaart in willen krijgen, staat gelijk aan veel aandacht trekken van omstaanders. En dan nog ga je er niet als een speer vandoor, wel integendeel. Nul naar honderd? 7,6 seconden en zelfs 8,2 seconden met de automaat. Da's bijna even traag als een VW Golf 1.5-liter turbobenzine met maar 150 pk in stal… Nu vraag je je misschien af waarom er dan geen turboversie van de GT86 bestaat. Daar zijn namelijk wel degelijk redenen voor. De installatie van een turbo en alles wat erbij hoort, zou de prijs en het gewicht van een dit model de hoogte induwen en dat is in strijd met het gedachtegoed dat Toyota met deze coupé wil uitstralen. Tja. Daarnaast claimen de Japanners dat een turbo de ideale balans en het lage zwaartepunt zou verstoren. En laar dat nu net de belangrijkste kenmerken van deze speelvogel zijn. Conclusie Wat Toyota ook beweert, de GT86 mist koppel. Een kleine sportcoupé die tot zoveel in staat is en 200 pk naast zijn naam zet, hoort sneller te gaan. Punt.

17 augustus 2017 1 min Joris Bosseloo
Testdrives
TEST BMW M550i xDrive: sneller weg dan een M5

Wie op dit ogenblik een nieuwe M5 wil kopen, zal nog even geduld moeten oefenen. De laatste generatie, nog gebaseerd op de vorige 5-reeks, werd op pensioen gestuurd en zijn opvolger wordt pas deze maand officieel voorgesteld. Maar niet getreurd: de nieuwe M550i xDrive kan je wel al kopen en die berline is alvast sneller dan de M5 die uit de catalogus is verdwenen… Hoeveel sneller, vraag je jezelf nu wellicht af. Wel, de M550i xDrive haspelt het sprintje van 0 tot 100 km/u in 4 seconden af en doet dat dus bijna een halve tel sneller dan de laatstverkochte M5. Een fors verschil, ondanks het feit dat die M5 meer pk's uit hetzelfde motorblok puurt. De topsnelheid van de M5 zonder begrenzing ligt weliswaar hoger (308 km/u in plaats van 250 km/u) maar daar ligt zo goed als niemand wakker van. Hoe het komt dat de M550i toch sneller uit de voeten is dan de uitgezwaaide M5 met meer spierballen? Dat heeft hij vooral aan zijn standaard meegeleverde vierwielaandrijving te danken. Alleen is het bij de M550i zo dat hij weliswaar zeer snel optrekt maar dat helemaal niet op een woeste manier doet. Vergelijken we hem met pakweg de – achterwielaangedreven – Lexus GS F, die over 15 pk extra beschikt maar ook over 130 Nm trekkracht minder, constateren we dat de BMW een stuk sneller optrekt (0,6 s) maar dat op een veel beschaafdere manier doet. Zijn 4.4 liter V8-biturbo blijft meer op de achtergrond dan de atmosferische 5-liter uit de GS F en er komt ook minder kippenvel bij kijken. Jammer of niet? Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt… De M550i is een redelijk onopvallende verschijning (ook binnenin) en het feit dat je hem enkel met variabele xDrive-vierwielaandrijving bestellen, zegt ook al iets over zijn karakter. De nadruk ligt immers vooral op comfort en niet zozeer op plezier. Daarvoor is zijn besturing te afstandelijk en de rij-ervaring te generisch. Te perfect? Misschien. In ieder geval is dit een wagen die de rol van zijn chauffeur minimaliseert. Maar laat je ook niet te veel verleiden om de optionele 'autopiloot' het meeste werk te laten doen. Dat systeem staat nog lang niet op punt en slaagt er nog te vaak in om witte lijnen op het wegdek niet op te merken. Voor achterliggers lijkt het dan of je met je smartphone bezig bent of bijna in slaap dommelt. Timide V8 Dit is een logge en zware vierdeurs die, hoewel hij licht stuurt, die eigenschappen amper kan verhullen. Wat er nog over te vertellen valt? Dat ik de M550i net als een veel minder krachtige Vijf heb ervaren, met als enige verschil dat hij rapper optrekt, niet heviger. Voor passagiers die niet naar de snelheidsmeter turen, verandert er dus weinig. Maar snel rijden betekent natuulijk ook veel verbruiken: 14 l/100 km is geen uitzondering voor wie graag het rechter pedaal graag wat dieper induwt. Toch een lichtpuntje: er is een groot verschil tussen de comfort- en de sportstand en dit ook op auditief vlak. Al mocht de V8 in 'sport' gerust nog wat luider roffelen… Conclusie De nieuwe M550i is de ideale auto voor wie sneller wil zijn dan de rest, zonder daarvoor ook maar een beetje aan comfort in te boeten. Maar spannend? Niet echt. En ook heel erg prijzig… 

9 augustus 2017 1 min Joris Bosseloo
Testdrives
TEST Mini John Cooper Works Countryman: de krachtigste maar niet de leukste

De Mini Countryman is een auto die ofwel helemaal je ding is ofwel helemaal niet. De meesten kopen hem alvast voor een groot deel omwille van zijn niet zo alledaagse design. Maar de John Cooper Works-versie ervan, die koop je met nog een ander idee in gedachten. Eén dat pretoogjes moet opleveren… Laat ons met de naakte cijfers beginnen. In de Mini John Cooper Works Countryman (zijn officiële benaming) huist een 2.0 turbobenzine die 231 pk en 350 Nm koppel produceert. Daarmee mag dit model zichzelf de krachtigste Mini ooit noemen, al is hij natuurlijk wel een pak groter en vooral ook zwaarder dan de 218 pk sterke GP van een aantal jaren geleden. Kwestie van al dat cijfermateriaal een beetje in context te plaatsen. De tweeliter, die je ook in verschillende BMW's aantreft, overtuigt deze SUV-achtige om plankgas 100 km/u te halen binnen 6,5 seconden. Da's zeven tienden van een seconde sneller dan de Countryman Cooper S, de tot kort snelste variant van deze redelijk hoogpotige Mini. De chrono’s met de manuele versnellingsbak en met de achttrapsautomaat (ook te bedienen via kleine klepjes achter het stuur) zijn op papier trouwens gelijk. Veel geblaat, minder wol Dat de JCW Countryman er nogal opvallend uitziet – compleet met rode biezen, rode strepen en een knalrood dak – was blijkbaar nog niet voldoende om aandacht te trekken. Zijn uitlaatsysteem is er daarom één die door geluidstechnici onder handen werd genomen en dat merk je. Van de motor hoor je zo goed als niets, het is achteraan waar de decibelmeter tiltslaat. En uiteraard zijn het hier de 'scheetgeluiden' die het 'm doen. Maar… Van zo'n hoge spektakelwaarde op auditief vlak verwacht je dat de 'beleving' ook volgt. En het probleem ligt 'm alvast niet bij de weglegging. Die is namelijk top, met dank aan de stugge doch correcte afstelling van de ophanging en de standaard aangevoerde ALL4-vierwielaandrijving. Dat systeem kan de beschikbare trekkracht zowel naar de voor- als naar de achterwielen sturen (dankzij zijn elektromagnetische differentieel met lamellenkoppeling op de achteras) en zorgt zelfs bij een zeer sportief rijgedrag voor een hoog veiligheidsgevoel. Waar mijn kritiek dan op slaat? Deze Mini mist het scherpe kantje dat ik met zijn naam associeer. Hij trekt snel op, dat wel, maar de manier waarop is niet bepaald sensationeel. Het verloopt allemaal iets te sereen, waardoor ik door verschillende bijzitters de opmerking kreeg dat ze enkel aan het geluid konden opmaken dat we volgas aan het geven waren… Prijzig Wat nog in zijn nadeel speelt: dit is niet de meest comfortabele Countryman en al zeker niet de meest betaalbare. Voor mijn – weliswaar redelijk goed uitgedoste – testexemplaar vraagt Mini bijna 53.000 euro, geen klein bedrag dus. Opties kosten ook hier geld, zo leren we hieruit want een Countryman JCW in standaardtrim kost 'maar' € 38.700. Rest dus de vraag of je voor de prijs van een mooie BMW 3-reeks een snelle Mini wil die er – eerlijk is eerlijk – nogal lomp en overdreven uitziet. Da's een keuze waarvoor ik veel mensen zie passen…

4 augustus 2017 1 min Joris Bosseloo
Testdrives
TEST Fiat 500C Riva: pronkjuweel

Wie de titel van dit testverslag hoopvol inschat, zal ik moeten teleurstellen. De Fiat 500C Riva is namelijk niet even leuk als hij eruitziet: als een klein feest voor het oog. Tijd voor een analyse van deze stadscabrio die zich door luxeboten liet inspireren… Hoewel deze immer populaire stadswagen vorig jaar op een facelift getrakteerd werd, met nieuwe achterlichten als grootste blikvangers, rijdt de 500 nog steeds rond op het onderstel van de Panda II, een model dat in 2003 op de markt werd gebracht. Veertien jaar geleden dus! Toch blijft de 500 het goed doen in de verkoopstabellen. Hoe zou dat komen? Toegegeven, de 500 is klein en fijn, heeft een minimale draaicirkel en is knap vanbuiten én vanbinnen maar er zijn betere stadswagens op de markt en dit voor een lager prijskaartje. Een Peugeot 108 bijvoorbeeld, een auto die dan ook nog eens leuk rijdt. Zeker als je voor een speciale uitvoering als de Riva kiest, is het even slikken. Kostprijs voor de goedkoopste motorversie? 18.790 euro! En dan heb je amper 69 pk ter beschikking – uit een atmosferische 1.2 liter – en een dak dat niet open kan. Wil je meer pk's en een stoffen dakje, dan kost je dat meteen 20.290 euro. Minstens. Een hele som dus voor een kleine auto die nu niet bepaald een technisch hoogstandje kan worden genoemd.    Riva? De 500 Riva, beschikbaar met vast dak en als “cabrio”, liet zich inspireren door de motorjachten met dezelfde naam. Dat is nog het meest aan de binnenkant merkbaar. Er werd gekozen voor een mahoniehouten dashboard en een pookknop van hout, maar ook voor lederen bekleding, veiligheidsgordels en inzetstukken voor de portieren in ivoorkleur. Best knap allemaal en nog het meest vanop afstand. Her en der werd er namelijk toch voor gewoon ogende plastics geopteerd. De standaarduitrusting bevat ook nog zaken als speciale 16-duimswielen, de metallic lakkleur Blu Sera, een donkerblauw linnen dak (voor de 500C althans) en het Uconnect LIVE-infotainmentsysteem met 7-inch HD-touchscreen en een TomTom 3D-navigatiesysteem. Met de looks van onze leenauto zit het alvast goed, maar dat is het dan ook. De besturing is niet geweldig, zijn manuele versnellingsbak wil niet altijd vlot schakelen, de buitenspiegels lijken niet goed vast te zitten eenmaal je op de autosnelweg zit en er vaart achter zet, de zitpositie is allesbehalve ideaal voor een man van gemiddelde lengte, de 0.9 turbomotor is het tegenovergestelde van verfijnd en wie graag cabrio rijdt aan 120 km/u, doet dat maar beter niet. Waarom niet? Omdat het gekletter van de stoffen dakconstructie dan zó hevig wordt dat je er bijna hoofdpijn van krijgt. Daarom en omdat er dan turbulentie optreedt – in die mate zelfs dat mijn 500 zonder mijn toestemming spontaan van baanvak wilde wisselen.   Conclusie De Fiat 500C Riva is een auto die het puur moet hebben van zijn looks en uitstraling. Want hoewel hij er fonkelnieuw uitziet, voelt hij niet zo aan. Een pronkjuweel? Ja, maar ook niet veel meer dan dat. Wedden dat hij toch veel wordt verkocht?

27 juli 2017 1 min Joris Bosseloo
Testdrives
TEST Mercedes-AMG E63 S 4Matic+: twee gezichten
Gocar marketplace
59.435 nieuwe en tweedehands voertuigen bij jou in de buurt!