Testdrives - Pagina 49
De Mini Countryman is een auto die ofwel helemaal je ding is ofwel helemaal niet. De meesten kopen hem alvast voor een groot deel omwille van zijn niet zo alledaagse design. Maar de John Cooper Works-versie ervan, die koop je met nog een ander idee in gedachten. Eén dat pretoogjes moet opleveren… Laat ons met de naakte cijfers beginnen. In de Mini John Cooper Works Countryman (zijn officiële benaming) huist een 2.0 turbobenzine die 231 pk en 350 Nm koppel produceert. Daarmee mag dit model zichzelf de krachtigste Mini ooit noemen, al is hij natuurlijk wel een pak groter en vooral ook zwaarder dan de 218 pk sterke GP van een aantal jaren geleden. Kwestie van al dat cijfermateriaal een beetje in context te plaatsen. De tweeliter, die je ook in verschillende BMW's aantreft, overtuigt deze SUV-achtige om plankgas 100 km/u te halen binnen 6,5 seconden. Da's zeven tienden van een seconde sneller dan de Countryman Cooper S, de tot kort snelste variant van deze redelijk hoogpotige Mini. De chrono’s met de manuele versnellingsbak en met de achttrapsautomaat (ook te bedienen via kleine klepjes achter het stuur) zijn op papier trouwens gelijk. Veel geblaat, minder wol Dat de JCW Countryman er nogal opvallend uitziet – compleet met rode biezen, rode strepen en een knalrood dak – was blijkbaar nog niet voldoende om aandacht te trekken. Zijn uitlaatsysteem is er daarom één die door geluidstechnici onder handen werd genomen en dat merk je. Van de motor hoor je zo goed als niets, het is achteraan waar de decibelmeter tiltslaat. En uiteraard zijn het hier de 'scheetgeluiden' die het 'm doen. Maar… Van zo'n hoge spektakelwaarde op auditief vlak verwacht je dat de 'beleving' ook volgt. En het probleem ligt 'm alvast niet bij de weglegging. Die is namelijk top, met dank aan de stugge doch correcte afstelling van de ophanging en de standaard aangevoerde ALL4-vierwielaandrijving. Dat systeem kan de beschikbare trekkracht zowel naar de voor- als naar de achterwielen sturen (dankzij zijn elektromagnetische differentieel met lamellenkoppeling op de achteras) en zorgt zelfs bij een zeer sportief rijgedrag voor een hoog veiligheidsgevoel. Waar mijn kritiek dan op slaat? Deze Mini mist het scherpe kantje dat ik met zijn naam associeer. Hij trekt snel op, dat wel, maar de manier waarop is niet bepaald sensationeel. Het verloopt allemaal iets te sereen, waardoor ik door verschillende bijzitters de opmerking kreeg dat ze enkel aan het geluid konden opmaken dat we volgas aan het geven waren… Prijzig Wat nog in zijn nadeel speelt: dit is niet de meest comfortabele Countryman en al zeker niet de meest betaalbare. Voor mijn – weliswaar redelijk goed uitgedoste – testexemplaar vraagt Mini bijna 53.000 euro, geen klein bedrag dus. Opties kosten ook hier geld, zo leren we hieruit want een Countryman JCW in standaardtrim kost 'maar' € 38.700. Rest dus de vraag of je voor de prijs van een mooie BMW 3-reeks een snelle Mini wil die er – eerlijk is eerlijk – nogal lomp en overdreven uitziet. Da's een keuze waarvoor ik veel mensen zie passen…
Wie de titel van dit testverslag hoopvol inschat, zal ik moeten teleurstellen. De Fiat 500C Riva is namelijk niet even leuk als hij eruitziet: als een klein feest voor het oog. Tijd voor een analyse van deze stadscabrio die zich door luxeboten liet inspireren… Hoewel deze immer populaire stadswagen vorig jaar op een facelift getrakteerd werd, met nieuwe achterlichten als grootste blikvangers, rijdt de 500 nog steeds rond op het onderstel van de Panda II, een model dat in 2003 op de markt werd gebracht. Veertien jaar geleden dus! Toch blijft de 500 het goed doen in de verkoopstabellen. Hoe zou dat komen? Toegegeven, de 500 is klein en fijn, heeft een minimale draaicirkel en is knap vanbuiten én vanbinnen maar er zijn betere stadswagens op de markt en dit voor een lager prijskaartje. Een Peugeot 108 bijvoorbeeld, een auto die dan ook nog eens leuk rijdt. Zeker als je voor een speciale uitvoering als de Riva kiest, is het even slikken. Kostprijs voor de goedkoopste motorversie? 18.790 euro! En dan heb je amper 69 pk ter beschikking – uit een atmosferische 1.2 liter – en een dak dat niet open kan. Wil je meer pk's en een stoffen dakje, dan kost je dat meteen 20.290 euro. Minstens. Een hele som dus voor een kleine auto die nu niet bepaald een technisch hoogstandje kan worden genoemd. Riva? De 500 Riva, beschikbaar met vast dak en als “cabrio”, liet zich inspireren door de motorjachten met dezelfde naam. Dat is nog het meest aan de binnenkant merkbaar. Er werd gekozen voor een mahoniehouten dashboard en een pookknop van hout, maar ook voor lederen bekleding, veiligheidsgordels en inzetstukken voor de portieren in ivoorkleur. Best knap allemaal en nog het meest vanop afstand. Her en der werd er namelijk toch voor gewoon ogende plastics geopteerd. De standaarduitrusting bevat ook nog zaken als speciale 16-duimswielen, de metallic lakkleur Blu Sera, een donkerblauw linnen dak (voor de 500C althans) en het Uconnect LIVE-infotainmentsysteem met 7-inch HD-touchscreen en een TomTom 3D-navigatiesysteem. Met de looks van onze leenauto zit het alvast goed, maar dat is het dan ook. De besturing is niet geweldig, zijn manuele versnellingsbak wil niet altijd vlot schakelen, de buitenspiegels lijken niet goed vast te zitten eenmaal je op de autosnelweg zit en er vaart achter zet, de zitpositie is allesbehalve ideaal voor een man van gemiddelde lengte, de 0.9 turbomotor is het tegenovergestelde van verfijnd en wie graag cabrio rijdt aan 120 km/u, doet dat maar beter niet. Waarom niet? Omdat het gekletter van de stoffen dakconstructie dan zó hevig wordt dat je er bijna hoofdpijn van krijgt. Daarom en omdat er dan turbulentie optreedt – in die mate zelfs dat mijn 500 zonder mijn toestemming spontaan van baanvak wilde wisselen. Conclusie De Fiat 500C Riva is een auto die het puur moet hebben van zijn looks en uitstraling. Want hoewel hij er fonkelnieuw uitziet, voelt hij niet zo aan. Een pronkjuweel? Ja, maar ook niet veel meer dan dat. Wedden dat hij toch veel wordt verkocht?
Altijd al een schizofrene auto op je oprit willen hebben? De Mercedes-AMG E63 S 4Matic+ is misschien wel het extreemste voorbeeld op de markt… Tijd om deze immens krachtige E-klasse aan de tand te voelen! Wie een 'gewone' Mercedes-AMG E63 bestelt, krijgt een 571 pk en 750 Nm opwekkend monster in de plaats. Aardig… maar blijkbaar nog niet krachtig genoeg. Daarom kan je voor ruwweg € 10.000 extra een S-versie kopen die 612 woeste paarden en 850 Nm koppel uit zijn vierliter V8 biturbo onttrekt. Nul naar honderd? 3,4 seconden! En ook de hernemingen zijn geweldig brutaal en een feest voor het oor. Al klinkt dat bij Mercedes-AMG natuurlijk meer als kletterend onweer (en dat kan je ook heel goed binnenin waarnemen).