Xavier Molenaar, zaakvoerder van Oldtimerfarm, schetst een opvallend beeld: “In mijn opslagruimtes staan supersportwagens van topniveau die bijna nooit buitenkomen. We hebben het over Porsche 911’s, BMW M-modellen en andere prestigieuze auto’s van dat kaliber. Het zijn fantastische auto’s om mee te rijden, maar hun eigenaars gebruiken ze gewoon niet.” En die situatie komt wel vaker voor. In Groot-Brittannië zijn er tal van opslagcentra vol oldtimers, toekomstige klassiekers en zelfs moderne sportwagens. Die auto’s worden met de grootste zorg onderhouden, maar ze rijden nooit op de weg. De eigenaars kopen, wachten en verkopen weer. Soms zonder ooit echt van hun auto genoten te hebben.
Markt met twee snelheden
Om dit fenomeen te begrijpen, moeten we uiteraard naar de huidige markt kijken. Die kent grofweg twee gezichten. Terwijl auto’s uit de naoorlogse periode het moeilijk hebben, zit de waarde van bepaalde youngtimers in de lift. Vooral modellen uit de jaren negentig en het begin van de jaren 2000 zijn steeds meer waard geworden.
Waarom die obsessie met stilstand?
Omdat de markt vaak perfecte exemplaren beloont, met een lage kilometerstand, een onberispelijke configuratie en een transparant verleden. Een sportwagen met amper 800 km op de teller spreekt een investeerder doorgaans meer aan dan een identiek exemplaar met 40.000 km…
Advertentie – lees hieronder verder
Natuurlijk mogen we niet alle verzamelaars over dezelfde kam scheren. Maar de trend is uitgesproken genoeg om vermeld te worden. Simon Kidston, een van de grootste namen in de wereld van prestigewagens, spaart deze nieuwe profielen dan ook niet. In een gesprek met The Gstaad Guy heeft hij het over “speculanten die zich voordoen als verzamelaars”. Hun favoriete vraag? “Hoeveel zal deze auto binnen zes maanden waard zijn?” Wat ze volgens hem nooit vragen, is hoe de auto rijdt en of hij aangenaam is achter het stuur.
Volgens Simon Kidston “herken je een echte verzamelaar minder aan de waarde van zijn garage dan aan de band die hij met zijn auto heeft. Hij bezit niet zomaar een auto, hij leeft ermee.” De Britse specialist merkt met enig genoegen op dat hij de Mercedes 300 SL met de hoogste kilometerstand ter wereld bezit. Terwijl de markt stilstand beloont, verdedigt hij net het tegenovergestelde. “Ze zijn gemaakt om te rijden!”, benadrukt hij.
Goede financiële zet?
De vraag is natuurlijk of deze speculanten wel de juiste strategie volgen. Zelfs wanneer ze stilstaan, brengen deze auto's kosten met zich mee: opslag, verzekering, onderhoud, transport, opnieuw rijklaar maken, expertise, commissies bij de verkoop…
Eigenlijk is dit soort gedrag niet nieuw. We keren even terug naar het einde van de jaren tachtig, toen Ferrari's werden meegesleurd in een waanzinnige speculatieve bubbel. Verschillende eigenaars sloegen toen de handen in elkaar om samen in een F40 te investeren. Rijden met de auto was daarbij totaal niet de bedoeling. Het doel was om hem enkele jaren later weer te verkopen en zo een mooie meerwaarde te realiseren voor alle ‘aandeelhouders’ van het model. Zulke constructies zijn trouwens niet verdwenen. Het lijkt mooi, tot de bubbel uiteenspat.
Terugkeer van de echte liefhebbers?
Het goede nieuws is dat deze logica uiteraard niet de hele autowereld heeft veroverd. Uit een ander onderzoek bleek dat een nieuwe generatie liefhebbers net het tegenovergestelde lijkt te willen: rijden, ervaringen delen, filmen en verhalen vertellen. Kortom, volop genieten van hun auto.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief