“De slijtage van een klassieke motor gebeurt vooral bij koude starts en tijdens de opwarmfase”, legt de Britse specialist Iain Tyrrell uit op zijn YouTube-kanaal. Gelukkig kun je die schade beperken. Hoe? Wel, dat is niet zo eenvoudig: de startprocedure hangt sterk af van het type motor: injectie, carburator, met of zonder choke, elektrische of mechanische benzinepomp... We verzamelden enkele veelvoorkomende fouten die je best vermijdt.
1. “Onmiddellijk starten” in plaats van oliedruk op te bouwen
Bij veel goed afgestelde auto’s ben je blij als de motor meteen aanslaat. Maar bij een koude motor is dat net geen goed teken. Waarom? Zolang de motor niet draait, pompt de oliepomp niets rond. De olie blijft in het carter en de druk is nul. Alleen een restje oliefilm beschermt de krukaslagers. Om alle bewegende delen goed te smeren, moet de olie eerst een hele weg afleggen. Stel je voor: alle onderdelen beginnen in één keer te draaien aan 1.500 tot 2.000 tr/min, zonder echte smering. Je voelt de slijtage al aankomen...
De juiste aanpak bij een oldtimer? Laat de motor eerst even ronddraaien met de startmotor, zonder hem te laten aanslaan. Hoe doe je dat? Daar heeft elke kenner zijn eigen methode voor: sommigen laten gewoon de choke uitgeschakeld (als die aanwezig is). Daardoor is het mengsel te arm om te ontbranden. Anderen gaan nog verder en draaien de bougies eruit om het starten te vergemakkelijken. Dat is wel tijdrovend, niet voor elke motor geschikt en het belast de bougiedraden.
Advertentie – lees hieronder verder
Wanneer mag je de motor dan wel starten? Zodra de oliedruk zich aandient of het waarschuwingslampje uitgaat.
Natuurlijk kun je bij recentere auto's met elektronische motorsturing niet veel zelf doen. Maar wist je dat sommige constructeurs hun motoren beter beschermen dan andere? Bij die modellen krijgt de motor pas lucht en brandstof zodra de olie het hele blok goed gesmeerd heeft… waardoor de startmotor dus net wat langer moet draaien.
2. De motor te hoge toeren laten draaien of grote gasstoten geven
“Een koude motor mag je nooit opjagen”: die wijsheid heb je vast al vaak gehoord. En ze klopt des te meer net na het starten: de smerende oliefilm is nog niet overal goed verdeeld, de olie is dikker en de mechanische belasting is maximaal. Een hoog toerental maakt de slijtage alleen maar erger. Wat is dan de juiste aanpak? Hou het rustig: geef een beetje gas, rond 1.500 tr/min is ideaal.
3. De motor stationair laten draaien
Het tegenovergestelde is ook geen goed idee: laat de motor niet traag stationair draaien terwijl je nog snel de garagepoort sluit. “Dat bevordert koolafzetting en versnelt de slijtage, want bij zulke lage toeren is de smering niet optimaal”, legt Iain Tyrrell uit. Je moet dus een goed evenwicht vinden tussen smering en slijtage. Daarom is een toerental rond 1.500 t/min ideaal.
4. De choke gebruiken als aan/uit-knop
Bij motoren met een carburator – of sommige met mechanische injectie – zit nog altijd die typische ‘choke’. Die verrijkt het mengsel zodat de motor gemakkelijker start als de lucht koud en dus dichter is. Maar het is geen exacte wetenschap: elke motor reageert anders. Het heeft dus geen zin om de choke helemaal open te trekken als het buiten al warm is (zoals in de zomer, uiteraard). Je moet leren doseren.
En eens de motor draait? Vergeet die choke dan niet. Duw hem geleidelijk terug. Door het mengsel te verrijken, bevorder je vervuiling van de motor, wat op termijn schadelijk is. Kortom: luister goed naar wat je motor je probeert te zeggen.
5. De startmotor te lang gebruiken
Nog zo’n klassieker: als hij niet start, blijf je proberen. Langdurig. Maar constructeurs en technische handleidingen zijn duidelijk: een startmotor is bedoeld voor korte, onderbroken sessies van maximaal vijf tot tien seconden. Tussen elke poging laat je hem best minstens tien seconden afkoelen. Toegegeven, een startmotor reviseren kost minder dan een volledige motor… maar dat is nog geen excuus om hem af te beulen.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be