Het decor was uiteraard perfect om vermogende verzamelaars aan te trekken: de glamour van het prinsdom, de tunnels, historische racewagens die elkaar bekampten en natuurlijk de luxehotels… Twee veilinghuizen maakten van het historische raceweekend gebruik om grote verkopen te organiseren: RM Sotheby’s en Bonhams. Twee gevestigde namen die met een indrukwekkende catalogus afzakten naar Monaco.
Aan de top: Ferrari speelt in een andere klasse
Ferrari blijft een veilige investering. We hadden het onlangs nog over de Big Five en deze veilingen bevestigen dat opnieuw, met onder meer een Ferrari F40 die 4.336.250 euro opbracht, een groene LaFerrari (van Jay Kay) die verkocht werd voor 5.067.500 euro en zelfs een Enzo die liefst 6.530.000 euro haalde. Uiteraard schieten ook speciale en gelimiteerde reeksen opnieuw de hoogte in: meer dan 700.000 euro voor een 458 Speciale en zelfs 1.175.000 euro voor een 458 Speciale A.
Na een moeilijke periode lijken de Testarossa’s opnieuw in vorm, vooral de eerste versies zoals de Monospecchio. Het geveilde exemplaar was wel zwart, wat – laten we dat niet vergeten – een flinke meerwaarde oplevert, maar toch blijft 342.500 euro indrukwekkend.
Advertentie – lees hieronder verder
Toch kwam het hoogste bedrag uit een verrassende hoek, namelijk van een auto uit de jaren zestig, een marktsegment dat het momenteel moeilijk heeft: een Ferrari 250 GT SWB California Spider uit 1961 werd bij RM Sotheby’s afgehamerd op 16.655.000 euro. Het bewijs dat absolute topstukken verzamelaars blijven aantrekken, ongeacht de periode.
Zal de rode koorts ook overslaan op de woeste stier? Dat valt niet uit te sluiten, want bijna 450.000 euro voor een Lamborghini LM002 bij Bonhams blijft een serieus bedrag. Wordt ongetwijfeld vervolgd…
Jaren vijftig tot zeventig: tijd voor koopjes?
De markt van auto’s uit de jaren vijftig tot zeventig blijft verder dalen… Dat is uitstekend nieuws voor wie wil investeren: 109.250 euro voor een Maserati Ghibli 4.7 bij Bonhams blijft een koopje, want twee jaar geleden lag de waarde van dit model nog zo’n 50.000 euro hoger. Nog enkele opvallende deals: twee Aston Martin DB4’s in mooie staat, maar die wel opnieuw rijklaar gemaakt moesten worden, wisselden van eigenaar voor zowat dezelfde prijs, ongeveer 240.000 euro. Enkele jaren geleden kocht je daarvoor nog een wrak.
Ook bij de meer populaire modellen zie je dezelfde trend: een Jaguar Mk2 3.8 werd verkocht voor de helft van zijn vroegere prijs, namelijk 21.850 euro, terwijl een Alfa GT 1300 Junior 18.400 euro opbracht. Heel wat modellen vonden zelfs geen koper, zoals de Mercedes 300 SL en Porsche 911 Carrera 2.7.
Competitie: naam en geschiedenis tellen
Was het de sfeer op het circuit die de bieders opjutte? Hoe dan ook lijken racewagens nog altijd een heilige status te hebben. De BMW M3 E30 DTM van Steve Soper bereikte 483.000 euro, de Alfa Romeo 155 V6 Ti DTM werd verkocht voor 552.000 euro en de Audi Quattro Groep B (winnaar van de Rally van Portugal in 1983) haalde 862.500 euro, weliswaar een resultaat onder de schatting. Hier blijft het palmares dus doorslaggevend.
Zelfs de Formule 1-wagens deden het uitstekend: meer dan 3,8 miljoen euro voor de reserve-Ferrari 642 uit het seizoen 1991 en ruim 4,3 miljoen euro voor de Ferrari 312 T3 uit 1978, bestuurd door Carlos Reutemann en Gilles Villeneuve.
Bij racewagens geldt duidelijk: als het verhaal achter de auto indruk maakt én het model bekend is, schiet de prijs omhoog. Haal één van die twee elementen weg en de waarde stort in. Kijk maar naar de weinig bekende F1 Fittipaldi F6/A, die ondanks een interessante historiek en perfecte staat ‘slechts’ 511.150 euro opleverde…
Nog enkele opvallende vaststellingen…
Ook de supercars van de voorbije dertig jaar lijken opnieuw bijzonder gegeerd: 2,26 miljoen euro voor een Porsche Carrera GT, een waarde die in amper enkele jaren verdubbelde, meer dan 330.000 euro voor een Mercedes SLS en ruim 4,3 miljoen euro voor een spectaculaire maar onbruikbare Bugatti Bolide…
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be