De Duitse auto-industrie, ooit een toonbeeld van technische perfectie en nationale trots, spartelt onder het gewicht van een veranderende wereld. Professor Economie Moritz Schularick, ook voorzitter van het gerenommeerde Kieler Institut für Weltwirtschaft, voorspelt dat de drie grote namen (Volkswagen, BMW en Mercedes-Benz) in hun huidige vorm het einde van dit decennium niet zullen halen. Hij sprak zijn woorden uit tijdens een televisie-interview, maar in een land waar de auto al sinds mensenheugenis symbool staat voor welvaart en identiteit sloegen ze in als een bom.
Niet achterom kijken
Volgens Schularick is de crisis in de autosector meer dan een kwestie van de cijfers die je terugvindt in kwartaalverslagen en investeerdersrapporten. Ze raakt aan de cultuur zelf.“Duitsland kijkt te veel achterom, terwijl de toekomst elders wordt gebouwd,” zei hij. Een voorbeeld? Terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven miljarden investeren in zelfrijdende technologie, verstrikt Duitsland zich in discussies over het verleden. “De volgende revolutie vindt plaats zonder ons, als we niet oppassen,” legde hij de vinger op wat volgens hem de pijnlijkste wonde is.
Advertentie – lees hieronder verder
Schularicks betoog doet herinneringen opwaaien aan de ooit zo trotse Britse auto-industrie. Die zat verstrikt in een nostalgische reflex en navelstaarderij, waardoor de sector de boot miste van vernieuwende technologie en productietechnieken. De ene na de andere naam viel, waarna buitenlands geld – ironisch genoeg uit Duitsland, zoals Volkswagen met Bentley en BMW met Rolls-Royce – de meubelen kwam redden.
In Chinese handen?
Schularick verwijst niet expliciet naar dat Britse scenario, maar schetst wel een gelijkaardig beeld. Hij vernoemt als voorbeeld Volvo en hoe Geely als buitenlandse investeerder meerderheidsaandeelhouder van het bedrijf is geworden en zich toegang verschafte tot niet alleen de Europese markt, maar ook tot de technologische knowhow waar Europa groot op is geworden. De diepe zakken uit China zouden ook in Duitsland trofeeën kunnen bemachtigen, en het is volgens de econoom niet uitgesloten dat een Mercedes, BMW of Volkswagen een Chinese eigenaar krijgt.
Schularick heeft in zijn thuisland een gevoelige snaar geraakt en zijn uitspraken stuitten meteen op groot verzet. Hildegard Müller, voorzitter van de machtige autolobby VDA, noemde zijn uitspraken “absurd” en benadrukte dat de Duitse autobouwers ondanks alles nog altijd innovatief en winstgevend zijn. Volgens haar zijn het vooral de hoge energieprijzen en de logge politiek die de sector verzwakken.
Consument wil iets anders
Ook de groene Duitse politicus Cem Özdemir toonde zich strijdvaardig: “Daimler in Chinese handen? Dat nooit.” Maar ook hij erkent dat enkel daadkracht en vernieuwing het Duitse auto-imago kunnen redden. Bovendien mogen we niet vergeten dat Mercedes al voor bijna 20% in Chinese handen is. De staatsfabrikant BAIC-groep bezit iets meer dan de helft daarvan, terwijl het andere deel in de kluis van Li Shufu zit. Inderdaad, de topman van de Geely-groep.
De kern van het probleem zit dieper en reikt veel verder dan benodigde fondsen. Waar het Duitse vakmanschap ooit draaide om motorvermogen en rijplezier, vraagt de consument van vandaag, zeker op het globale vlak, iets helemaal anders. Niet snelheid of kracht, maar digitale beleving, connectiviteit en gebruiksgemak bepalen steeds vaker de waarde van een wagen. Innovatie komt daarbij niet langer uit Stuttgart of München, maar uit Silicon Valley en Shenzhen. In deze wereld wordt de auto meer platform dan machine, en dan dreigen de successen uit het verleden niet te volstaan als garanties voor de nabije toekomst. De industrie heeft, zoals Schularick het stelt, een mentale omwenteling nodig – weg van nostalgie, richting verbeelding.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be