Wordt een plug-inhybride kopen in Wallonië een fiscaal risico? Die vraag dringt zich op nu meerdere bronnen melden dat voor de berekening van de nieuwe BIV niet de minimale, officieel gebruikte CO₂-waarde wordt toegepast (zoals op federaal niveau en in de andere gewesten) maar wel de gehomologeerde, hogere uitstoot in “lege batterij”-modus.
Twee WLTP-waarden?
Het is bekend: een plug-inhybride heeft niet één enkele uitstootwaarde. Binnen het WLTP-protocol circuleren verschillende cijfers naast elkaar. Op het gelijkvormigheidsattest, onder rubriek 49.4, staan doorgaans twee aparte waarden vermeld: een zogenoemde “gecombineerde” waarde wanneer de batterij volledig is opgeladen, en een tweede waarde gemeten met lege batterij, wat neerkomt op een werking vergelijkbaar met die van een klassieke verbrandingsmotor.
In commerciële communicatie en catalogi wordt vanzelfsprekend de laagste waarde benadrukt (vaak tussen 20 en 30 g/km). Die stemt overeen met het geoptimaliseerde WLTP-scenario, waarbij een aanzienlijk deel van de rit elektrisch wordt afgelegd.
Advertentie – lees hieronder verder
Neem bijvoorbeeld de Toyota RAV4 PHEV: die afficheert een verbruik van 1 liter per 100 kilometer en een gecombineerde uitstoot van 22 g/km. Over een gemengd parcours met lege batterij functioneert de wagen echter als een klassieke hybride, waardoor de uitstoot oploopt tot 149 g/km. Het verschil is dus aanzienlijk.
Volgens verschillende praktijkervaringen en eensluidende bronnen (ook overgenomen door de blog ototo.be) hanteert de Waalse administratie in bepaalde dossiers — met name buiten leasing — de hoogste waarde op het certificaat voor de berekening van de BIV. Concreet betekent dit dat men uitgaat van de uitstoot gemeten met lege batterij. Het gevolg? Een aanzienlijk hogere belasting dan de koper had voorzien.
Waalse uitzondering?
Deze aanpak wordt noch federaal, noch in Vlaanderen gevolgd. Voor de fiscale aftrekbaarheid, het voordeel van alle aard, de CO₂-bijdrage en de Vlaamse verkeersfiscaliteit geldt steeds de lage, gecombineerde WLTP-waarde als referentie. Dat is bovendien de waarde die wordt gebruikt voor de Europese emissiemonitoring en de officiële etikettering.
Wallonië lijkt binnen België dus een uitzondering te vormen door in bepaalde gevallen te kiezen voor een strengere interpretatie van de WLTP-gegevens. Het contrast is des te opvallender omdat bij de aankoop net de laagste waarde aan de klant wordt gecommuniceerd. Die uiteenlopende benadering creëert feitelijk een territoriale ongelijkheid en roept vragen op over de fiscale billijkheid.
Argument van werkelijk gebruik
De verantwoording zou steunen op Europese gegevens uit 2021 waaruit blijkt dat er een aanzienlijke kloof bestaat tussen de theoretische uitstoot van plug-inhybrides en hun werkelijke gebruik. Diverse studies tonen aan dat bestuurders in de praktijk minder frequent opladen dan verondersteld, wat resulteert in hogere reële emissies. Op zich is dat geen nieuw inzicht.
Vanuit die vaststelling zou de Waalse administratie oordelen dat de uitstootwaarde met lege batterij nauwer aansluit bij het gemiddelde gebruik in de praktijk.
Die redenering roept echter vragen op. De WLTP is een geharmoniseerd Europees testprotocol waarbij meerdere officiële waarden naast elkaar bestaan, net om verschillende laadniveaus te weerspiegelen. Systematisch de hoogste waarde hanteren betekent dat men vertrekt van een gebruikshypothese in plaats van van een gestandaardiseerde, normatieve referentie. In fiscale termen komt dat bovendien neer op een interpretatie die structureel gunstiger uitvalt voor de Waalse overheid.
Het verschil tussen beide WLTP-waarden kan oplopen tot enkele honderden euro’s. Wie een voertuig in Wallonië wil inschrijven, controleert daarom best vooraf welke CO₂-waarde op het gelijkvormigheidsattest wordt gehanteerd voor de berekening van de BIV. Bij twijfel neem je best rechtstreeks contact op met de bevoegde Waalse belastingadministratie of met een fiscaal adviseur.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be